Als je dood bent, zal je de Mis willen, niet een ‘lekenbegrafenis’

HomeGeloof en LevenAls je dood bent, zal je de Mis willen, niet een 'lekenbegrafenis'

Iemand die gestorven is, heeft onze gebeden nodig, en er is geen groter of beter gebed voor de doden dan het Heilig Misoffer.

John Grondelski; Blogs; November 19, 2021

Volgens La Croix, een internationaal liberaal tijdschrift dat zich richt op katholieke kwesties, zijn door leken geleide begrafenissen sinds de jaren zeventig gebruikelijk in Frankrijk, met name “in landelijke gebieden, waar grotere afstanden af te leggen zijn.” Het blad meldt enige weerstand van Franse katholieken (“een ‘tremor’ en nog lang geen aardbeving”). Sommigen zeggen dat de door leken geleide begrafenis een “tweederangs begrafenis” is of slechts een quasi-religieuze plechtigheid”, waarvan de auteur haastig verzekert dat het niet waar is, omdat de lekenleiders “gevolmachtigd” zijn door de Kerk.

La Croix, die de neiging heeft aan te dringen op door leken geleide evenementen, omdat zij het zogenaamde “klerikalisme” overal op de loer ziet liggen, doet de aanbeveling dat, ondanks de tegenwerking, veel mensen “gemakkelijker contact kunnen leggen met leken en meer vertrouwen kunnen hebben in” leken dan in priesters. Bovendien, deelt La Croix ons mee, dat een begrafenis geen sacramentele rite is en dus geen priester vereist.

Het al dan niet uitvoeren van een door leken of priesters geleide begrafenis is, volgens een Frans diocesaan “hoofd van de uitvaartverzorging”, een kwestie van “of communie [sic] van belang zou zijn voor degenen die die dag bijeen zijn. Zelfs als de overledene een praktiserend katholiek was, dan is er, als geen van zijn of haar familieleden van plan is ter communie te gaan, geen reden om een eucharistieviering te rechtvaardigen”.

Laten we die gedachte eens uitwerken.

Ten eerste, de prioriteiten zijn verkeerd. Er is een enorme reden om een eucharistieviering te rechtvaardigen, met name “als de overledene een praktiserend katholiek was” – en die reden is de overledene zelf. De persoon die gestorven is heeft onze gebeden nodig, en er is geen groter of beter gebed voor de doden dan het Misoffer. Daarover is de Traditie van de Kerk al veel langer glashelder dan 1971, het jaar waarin deze dispensatie in Frankrijk van kracht werd. Van bijzonder belang is de viering van de Mis, waar mogelijk, op de dagen van overlijden, begrafenis en herdenking van het overlijden. Toegegeven, dat is niet gebruikelijk, vooral niet op de sterfdag, maar een uitvaartmis binnen enkele dagen na het overlijden (traditioneel, drie) is gebruikelijk.  Een lange katholieke traditie hechtte een bijzonder belang aan het markeren van de 30 dagen na iemands dood en, natuurlijk, gaat de praktijk om Gregoriaanse missen te laten opdragen – een reeks van 30 opeenvolgende missen voor een overledene – meer dan een millennium terug.

Er is niets dat de doden meer nodig hebben dan gebed, en er is geen beter gebed voor de doden dan het Eucharistisch Offer van Christus. Dat, en niet de vraag of het ontvangen van de communie past binnen de plannen van de geseculariseerde nabestaanden van de overledene, rechtvaardigt een eucharistieviering.

La Croix heeft technisch gezien gelijk, dat aan een begrafenis gekoppelde riten sacramenteel zijn en geen sacramenten, “in tegenstelling tot huwelijken”. Maar laten we even doorgaan op dat onderscheid.

Ooit werden in de Verenigde Staten veel huwelijken ook buiten de mis gevierd. Er is zelfs een ritus voor het Trouwen buiten de Mis in de Ritus van het Huwelijk. Maar vooral sinds Vaticanum II hebben goede herders die praktijk ontmoedigd, omdat de Eucharistie “de bron en het hoogtepunt van het christelijk leven” is (Lumen gentium, nr. 11), waarop alle sacramenten gericht zijn. Ze horen bij elkaar.

Dat geldt ook voor begrafenissen.

Ten tweede, de vraag zodanig omdraaien dat het “belangrijkste criterium” om al dan niet een uitvaartmis te houden de bezoekers zijn, is heel erg een moderne en postmoderne mentaliteit die beweert dat begrafenissen over de levenden gaan, niet over de doden. Dat is gewoon niet waar, hoewel het de egoïstische gerichtheid op het ik-en-het-nu versterkt die een anti-teken van onze tijd is. Begrafenissen moeten ook de levenden steunen, maar om het zwaartepunt van de aandacht te verschuiven van de behoeften van de overledene aan gebed en geestelijke steun naar het gedrag van de rouwenden is een onterechte verandering. Laten we er geen doekjes om winden: de levenden hebben niet het recht om zich de aandacht van een begrafenis op de dode toe te eigenen, tenzij ze bereid zijn met hem van plaats te ruilen.

La Croix geeft toe dat jongere priesters in Frankrijk begrafenissen hebben aangegrepen als “een geschikte ‘plaats voor evangelisatie”, hoewel het tijdschrift betreurt dat geestelijken onvoldoende zijn “opgeleid” om op die momenten “mensen te begeleiden” of “in dialoog te treden met de families”.

Ik geef toe dat, vanuit mijn Amerikaanse ervaring, priesters meer training op dit gebied nodig hebben en dat basale menselijkheid veronderstelt dat men in contact treedt met mensen, vooral op keerpuntmomenten als de dood. Maar laten we ook duidelijk zijn: “begeleiding” en “dialoog” mogen op dat kairos, dat “moment van genade”, de kwestie niet verdoezelen om mensen uit te nodigen en zelfs uit te dagen m.b.t. hun geloof of het gebrek daaraan.

De dood is een schokkend moment.  Daarom is het een straf. Het vraagt om een inventarisatie van de richting van mijn leven. Als begrafenissen “over de levenden” gaan, dan gaan ze niet alleen over het creëren van het equivalent van een “spirituele veilige ruimte” met rituelen als religieuze teddyberen en warme chocolademelk. Begrafenissen gaan in de eerste plaats over de levenden in de zin dat ze hen – misschien scherp – quo vadis vragen? Waar ga je heen? Wat is de richting van je leven? Het is indringend, omdat dat lichaam zegt: “Ik vandaag, jij morgen.” Er is een begrafenis in elk van onze levens, ons enige gegarandeerde “bewijs van deelname.”

Alleen een uitgeholde schil van geloof zou begrafenissen in de eerste plaats zien als een kwestie van “leken” leiderschap. Paradoxaal genoeg geeft het artikel van La Croix in feite blijk van een soort pervers “klerikalisme” – vanwege haar allergie voor de aanwezigheid van geestelijken en de legalistische focus op waartoe leken “gevolmachtigd” kunnen worden om uit te voeren, zou ze de gelovige overledenen ontnemen wat zij het meest nodig hebben – het eucharistisch gebed – om een derde disciplinair punt te maken.

Frankrijk verwacht dat het aantal begrafenissen zal stijgen naarmate een vergrijzende samenleving uitsterft. Het is een zeer seculiere samenleving. Als ik een persoonlijk voorbeeld mag geven: Zo’n 20 jaar geleden woonde ik de zondagsmis bij in een landelijke parochie in Bretagne. De rijke kunst van die 17e-eeuwse kerk getuigde van een ooit levendig geloof in dat kleine dorp. Ik was toen net 40 geworden. Geen van de ongeveer twaalf mensen die die ochtend de mis bijwoonden was minder dan 15 jaar ouder dan ik.

Gaan we er gewoon van uit dat seculariteit een fait accompli is, dat moet worden aanvaard in plaats van uitgedaagd?

La Croix merkt terecht op: “De katholieke theologie is zo gericht op dood en verrijzenis, dat het verbazingwekkend kan zijn dat priesters vrijwel afwezig zijn op dit cruciale moment.” Wat verwonderlijk is, is dat we geen tegengas hebben gegeven over die afwezigheid.

De Verenigde Staten hebben ook een krimpend en vergrijzend priesterdom, geleid door een generatie van “afsluiten-en-vertrekken” bisschoppen die hun “rentmeesterschap” laten zien door te sluiten wat een eerder “baksteen-en-cement” episcopaat hen naliet. Ik twijfel er niet aan dat er ook druk zal worden uitgeoefend om begrafenissen in dit land te “laïciseren”, vooral in priesterarme regio’s waar dit momenteel een feit is. We moeten onze prioriteiten duidelijk voor ogen houden: sacramenteel gezien, en ten behoeve van wie een begrafenis is.

John M. Grondelski (Ph.D., Fordham)

John Grondelski John M. Grondelski (Ph.D., Fordham) is voormalig associate dean van de School of Theology, Seton Hall University, South Orange, New Jersey. Hij is vooral geïnteresseerd in moraaltheologie en het denken van Johannes Paulus II. [Opmerking: Alle meningen die in zijn bijdragen in het National Catholic Register worden geuit, zijn uitsluitend die van de auteur].

Keywoorden: | Begrafenis | Begrafenis riten | De doden | Dood en verrijzenis | Gebed voor de doden | Katholieke traditie |  La Croix | Liturgie | Misoffer | NCRegister | Quo vadis |

 

 

 

AANVERWANTE ARTIKELEN
spot_img

Actueel