Tot het uiterste gaan – NCRegister – Michael Warsaw (uitgever)

0
604
Pro-life activisten marcheren tijdens de 49ste jaarlijkse mars voor het leven, op 21 januari 2022, in Washington, DC. (foto: Mandel Ngan / Getty)

Opmerking van de uitgever: Helaas is wat er in Californië gebeurt slechts één voorbeeld van de vloedgolf aan radicale abortuswetgeving in sommige staten.

30 april 2022 – Juist wanneer je denkt dat abortus-extremisme niet erger kan worden in de Verenigde Staten, bewijst een pro-abortus deelstaatregering dat dat niet het geval is.

Californië loopt voorop in radicaal abortusbeleid. Ik heb onlangs al de aandacht gevestigd op de talrijke stappen die worden ondernomen om de abortusrechten te versterken, nu gouverneur Gavin Newsom en zijn medewerkers van de Democratische Partij in de staatswetgeving zich erop toeleggen ‘de Gouden Staat’ te positioneren als ‘s lands meest ijverige promotor van abortus.

Maar één aspect van de Californische aanval op de waardigheid van het menselijk leven dat nationale verontwaardiging verdient, is een bepaling in een van de pro-abortuswetten van de staat – die infanticide lijkt te decriminaliseren gedurende de eerste maand van het leven van een baby buiten de baarmoeder van de moeder.

Volgens de voorstanders van het wetsontwerp is de bepaling louter bedoeld voor vrouwen die fysiek niet in staat zijn voor hun pasgeborenen te zorgen en die als gevolg van dergelijke verwaarlozing overlijden. Maar dergelijke beweringen klinken hol, gezien het feit dat de Democratische sponsor van het wetsvoorstel herhaalde verzoeken van de Katholieke Conferentie van Californië heeft geweigerd om de tekst aan te passen om duidelijk te maken dat de bepaling niet breder kan worden toegepast op het doden van pasgeborenen in andere omstandigheden.

Een andere belangrijke reden voor argwaan is dat het wetsvoorstel bedoeld is om vrouwen te beschermen tegen strafrechtelijke en civielrechtelijke aansprakelijkheid voor deelname aan strafbare abortussen en om op dezelfde manier iedereen te beschermen die aan dergelijke abortussen meewerkt. Het is zeker geen toeval dat dit wetsvoorstel sterk wordt gesteund door Planned Parenthood en andere leden van de door de regering gesteunde “California Future of Abortion Council”.

Helaas is wat er in Californië gebeurt slechts één voorbeeld van de vloedgolf van abortusextremisme die de ‘blauwe staten’ van Amerika overspoelt. Afgelopen jaar introduceerde de staatswetgevende macht 109 wetsvoorstellen om de toegang tot abortus uit te breiden. En tot dusver, in 2022, hebben Vermont, New Jersey, Colorado, Washington, Oregon, Connecticut en Maryland allemaal verdere stappen gezet in radicale pro-abortus wetgeving.

Hoewel de specifieke kenmerken van deze wetsvoorstellen variëren, bevorderen ze in alle gevallen de toegang tot abortus aanzienlijk in rechtsgebieden die al een diepgeworteld anti-leven juridisch kader hebben. Eén methode die nu wordt toegepast in Californië, Hawaii, Delaware en Maine is het bevorderen van wetten die verpleegkundigen, in plaats van artsen, toestaan abortussen uit te voeren. Afgezien van de gewetensproblemen die noodzakelijkerwijs ontstaan wanneer medische beroepsbeoefenaren worden gecoöpteerd om deel te nemen aan de levensvernietigende procedure, brengt deze stap vrouwen die complicaties oplopen tijdens abortussen ernstig in gevaar door de afwezigheid van artsen wier medische vaardigheden nodig zouden kunnen zijn om levensreddende noodhulp te verlenen.

Een andere techniek waarmee de abortuslobby momenteel probeert haar bereik nog verder uit te breiden is door regeringen ertoe over te halen de opleiding van medische studenten voor het uitvoeren van abortussen te financieren via studiebeurzen en terugbetaling van studieleningen. Dit is noodzakelijk omdat de meeste artsen een sterke inherente afkeer hebben van enige directe deelname aan abortusprocedures.

Verscheidene staten hebben zich opgeworpen als zogenaamde “toevluchtsstaten” voor abortus, door maatregelen aan te nemen die het uitvoeren van abortussen vergemakkelijken voor vrouwen die uit pro-life staten komen en die abortusartsen beschermen tegen rechtszaken buiten de staat. Het is bizar om het idee van “toevluchtsoord” (red.: letterlijk ‘heiligdom’), een katholiek concept dat in de eerste eeuwen van de Kerk werd geformuleerd voor het specifieke doel om mensen in kerken een schuilplaats te bieden wier welzijn door de overheid wordt bedreigd, toe te passen op wettelijke maatregelen die bedoeld zijn om het doden van ongeboren mensenlevens te faciliteren. Helaas zijn abortusactivisten op wrede wijze blind voor dergelijke tragische tegenstrijdigheden.

Meer in het algemeen rechtvaardigen de abortuslobby en haar politieke bondgenoten hun nieuwe extremisme, met het argument dat het nodig is om het recht op abortus te verdedigen dat werd toegekend door het besluit Roe v. Wade van het Amerikaanse Hooggerechtshof, dat de huidige rechters van het Hooggerechtshof hopelijk ongedaan zullen maken door hun aanstaande besluit in de zaak Dobbs v. Jackson dat in juni wordt verwacht. Echter, deze nieuwe staatswetten zijn veel extremer dan wat het wettelijk kader van Roe momenteel voorschrijft. Dat kader staat staten toe beperkingen in te voeren op abortus na 24 weken, terwijl het nieuwe pro-abortus radicalisme tracht ‘abortus op verzoek’ te institutionaliseren tot aan het moment van geboorte.

Wetgevers in Vermont willen zelfs nog verder gaan door de staatsgrondwet te wijzigen om een ongedefinieerd recht op “reproductieve autonomie” te garanderen. Pro-life voorstanders waarschuwen dat dit “abortus-plus” amendement mogelijk activistische rechters een instrument in handen zou kunnen geven om abortus zonder enige kennisgeving aan de ouders van minderjarige kinderen op te leggen, en ook om ouderlijk toezicht op hormonale en chirurgische “geslachtsveranderende” behandelingen weg te nemen.

In feite is het wegnemen van bestaande pro-life beschermingsmaatregelen een centraal element van de huidige golf aan pro-abortus politieke activiteiten.

Afgelopen december sprak de democratische gouverneur van Wisconsin, Tony Evers, zijn veto uit over vijf pro-life wetsvoorstellen die waren aangenomen door de, door de republikeinen gecontroleerde, wetgevende macht, waaronder een wetsvoorstel dat strafrechtelijke sancties oplegde aan artsen die nalieten medische zorg te verlenen aan baby’s die een abortus overleefden en een ander wetsvoorstel dat abortussen verbood op basis van het geslacht, het ras of de nationaliteit van een baby.

Andere staten waar sinds 2019 beschermende bepalingen zijn teruggedraaid, hetzij door uitvoerende of wetgevende maatregelen, omvatten Kentucky, Nevada, Rhode Island, Delaware en New Mexico.

Dit abortusextremisme op het niveau van afzonderlijke staten gaat door ondanks nationale peilingen die consequent laten zien dat een grote meerderheid van de Amerikanen tegen dergelijke radicale maatregelen is. Uit een Marist-enquête van januari 2022, bijvoorbeeld, bleek dat slechts 17% van de Amerikanen voorstander is van onbeperkte abortus tot de geboorte. Zelfs onder Democraten is slechts 31% voorstander van dergelijk extremisme.

Bovendien is, zoals opperrechter John Roberts vorig jaar december tijdens het pleidooi in de Dobbs-zaak terecht opmerkte, de abortuswetgeving in de VS al zeer permissief in vergelijking met andere ontwikkelde landen en naar wereldwijde normen. Slechts een handvol regeringen, waaronder China en Noord-Korea, staan toe dat ongeboren baby’s na 20 weken zwangerschap worden gedood. Deze radicale nieuwe wetten van de staten zouden ons dus nog verder uit de pas doen lopen met de internationale consensus dan ons land nu al doet.

Meer fundamenteel beschouwd, zoals de Katholieke Kerk in haar onderricht over het kwaad van abortus benadrukt, is abortus altijd moreel verkeerd, ongeacht wat de wetten van een bepaald rechtsgebied zouden kunnen toestaan. De Kerk leert dit vanwege een diepgaande en onontkoombare waarheid: abortus beëindigt in alle gevallen het leven van een volkomen onschuldig en weerloos menselijk wezen.

Dit is een waarheid die de abortuslobby nooit zal kunnen verdoezelen, hoe hard ze het ook probeert. En daarom zullen gelovige katholieken, in gezelschap van alle Amerikanen van goede wil, zich met al hun kracht blijven inzetten voor wat de Amerikaanse bisschoppen hebben aangeduid als “de fundamentele mensenrechtenkwestie” van onze tijd – het beëindigen van legale abortus in ons land.

En we kunnen ook moed putten uit een andere realiteit: De reden dat de abortuslobby en haar politieke bondgenoten de laatste tijd zo veel extremer zijn geworden, is omdat ze weten dat ze terrein verliezen in de harten en geesten van het Amerikaanse volk.

God zegene u!

Michael P. Warsaw Michael Warsaw is de voorzitter van het bestuur en CEO van EWTN Global Catholic Network, en is de uitgever van de het Amerikaanse dagblad ‘the National Catholic Register’.

Hij kwam in 1991 bij EWTN en werkte direct met Moeder Angelica, de oprichtster van het netwerk. Warsaw werd in 2000 president van EWTN en in 2009 chief executive officer (CEO). Met de overname van de National Catholic Register door EWTN in 2011, werd hij de uitgever ervan. Warsaw werd voorzitter van het bestuur van EWTN in 2013.  Paus Franciscus benoemde hem in 2017 tot consulent van het Dicasterie voor Communicatie van het Vaticaan.

Bron: Going to the Extreme| National Catholic Register (ncregister.com)

Keywoorden: Abortus | Abortus-extremisme | Besluit Roe vs. Wade | Michael Warsaw | NCRegister | Planned Parenthood | Pro-abortus wetgeving | Pro-life | Zaak Dobbs v. Jackson | 

Wilt u meer lezen of horen over de strijd (‘Pro-Life’) voor de bescherming van het kwetsbare ongeboren leven? Klik dan hier , of klik één van de andere ‘tags’ boven aan deze post. 

220504 | [XLS000] 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in