Interview pater Elias Leyds – De Grote Verwarring

HomeGeloof en LevenInterview pater Elias Leyds - De Grote Verwarring

Pater Elias Leyds C.S.J.| Opinie | Interview| Geldermalsen |10 maart 2021

DE GROTE VERWARRING

Pater Elias Leyds, programmadirecteur EWTN Lage Landen

Over autoriteit en verantwoordelijkheid

Vrijdag 10 maart 2021 – Hoe is je kijk op de wereld, hoe zie je Nederland, Europa, de wereldkerk, wat heeft je teleurgesteld, wat valt je op?

Ten eerste ik ben nergens over teleurgesteld, want ik heb geen verwachtingen. Daarentegen heb ik hoop. Dus kijk ik niet naar teleurstellingen, maar kijk ik naar de uitdagingen die op ons afkomen. Dat is het eerste. Wat nú een uitdaging is, is aan de ene kant een enorm ‘nee’ dat op ons afkomt; geen onvrede, maar ongenoegen dat bij de mensen boven komt. Ongenoegen over onze samenleving, over de wereld. Het is vrij pover naar mijn mening eigenlijk allemaal. Wat daarin naar voren komt, zou ik zeggen, is het aanknopingspunt voor wat wordt genoemd het populisme, maar dat is op zich zelf een wat beperkende term. Je ziet gewoon een algemeen ongenoegen, een onzekerheid, een ontevredenheid bij mensen. Ik denk alleen dat weinigen zien, met name die ontevreden mensen zelf, wáár het vandaan komt. Er bestaat een enorme verwarring, tussen allerlei soorten autoriteiten. Wetenschappelijke autoriteit, politieke autoriteit, geestelijke autoriteit. En het lastige is nu juist dat al die autoriteiten zelf ook meedraaien in die verwarring. Het betreft een gezags- en autoriteitsvraag. Bijvoorbeeld,  ik kom toevallig juist van de tandarts; die man vertrouw je omdat hij gewoon goed is in zijn vak. Maar ik ga bij hem niet om geestelijke raadgeving vragen. Het ongenoegen wat je nu bij de massa tegenkomt, komt voort uit een enorme verwarring van autoriteit en ook een gebrek aan gevoel van verantwoordelijkheid. Er zijn een heleboel zekerheden, specifiek van de generatie na de oorlog die het land heeft opgebouwd, die uitgingen van aannames die reëel noch vanzelfsprekend blijken te zijn. Een voorbeeld hiervan: de sociale zekerheid, en in het verlengstuk daarvan de zachte dood, de euthanasie. Dat zijn eigenlijk allemaal projecties van een zekerheid, die nooit reëel is geweest.

Maar als je het concreter maakt, wat betekent dat nu voor jeugd die 20-22 jaar is, bijvoorbeeld studeert en dit ook allemaal moet aanzien en niet weet of ze moeten mee gaan met die populisten of niet?

Nou, ik denk dat het sleutelwoord ‘verantwoordelijkheid’ is. Je mag best wel ontevreden zijn en ongenoegen hebben, maar de vraag is natuurlijk: welke verantwoordelijkheid wil ík nemen? De jongeren zeggen: wij willen terug naar “normaal”. Maar wat is nu de motivatie waarom ze terug willen naar het oude normaal? De pillenfeesten? Vroeger hadden alleen losers een pilletje nodig als ze een avond dronken waren geweest. Nu heb je vóór het feest al een pilletje nodig. . De terugkeer naar een normaliteit zou moeten gaan over verantwoordelijkheid.  Verantwoordelijkheid nemen betekent ook dat je bepaalde zekerheden moet opgeven. Verantwoordelijk zijn betekent risico nemen.

Hoe is de link met autoriteit dan?

Je hebt altijd een autoriteit nodig om risico’s te nemen. Je hebt allereerst een vader nodig die je helpt  risico’s in te schatten en te nemen, maar later ook andere autoriteiten. Overal waar je verantwoordelijkheid draagt moet je bereid bent risico’s te nemen. Vaak is dat om anderen te beschermen voor risico’s die te groot zijn. Bijvoorbeeld als je in militaire dienst gaat. Daar ga je risico’s leren nemen, zodat anderen die niet hoeven te nemen. Recht op risico’s opeisen om anderen te dienen, dat is een goede vorm van protest. Het heeft weinig met feesten en toerisme te maken. Zo hoort ook een arts een keuze aan een patiënt te geven, als hij althans zijn eigen autoriteit serieus neemt. Op dit moment heerst er verwarring wat betreft autoriteit, zowel binnen de wetenschap als binnen de politiek, en tussen die twee gebieden. Een wetenschapper die het niet eens is met wetenschappelijke conclusies, moet binnen zijn eigen discipline een platform hebben om te discussiëren met andere wetenschappers. Maar de individuele wetenschapper moet je niet geïsoleerd kritiek laten leveren op de politiek, want de politiek kan daar niet op antwoorden. Die hebben een andere competentie.

Maar hoe beschouw je dan, een regering die vandaag de dag zo sterk leunt op de wetenschappelijke autoriteit? Is dat goed of niet, levert dat verwarring?

Op zichzelf is dat goed, maar er is iets anders wat ik op dit moment heel zorgelijk vind bij bijna alle politici. Los van de vraag over de juistheid van impopulaire maatregelen, zouden we moeten  doorgraven naar de oorzaken van het ongenoegen dat onder het volk leeft. De enkeling die dit wel doet, wordt snel van populisme beschuldigd. Het ongenoegen heeft een reële basis, die echter dieper ligt dan politici gewend zijn te graven. Veel mensen leven op krediet, en dat voelt als een nieuw soort slavernij. Ze hebben ook geleerd te geloven in de illusie, dat groei van de economie het menselijk geluk bepaalt. Hun wereldbeeld is gevormd door allerlei campagnes die gebruik maken van manipulerende technieken, welke deftig ‘public relations’ worden genoemd. Tegelijkertijd wordt het zelfbeeld van mensen systematisch afgebroken door psychologische technieken van commerciële reclame. Voor de politiek blijft er niet veel anders over dan inspelen op primaire emoties. Oude ideologische zuilen zijn omgevallen. Ons tijdperk wordt gekenmerkt door de ‘public relations’, die vooral sinds de Eerste Wereldoorlog onze samenleving en onze cultuur hebben gestuurd. De manipulatie is steeds slimmer geworden. En nu geloven de mensen in allerlei valse beloftes, en voelen zich verraden omdat ze er niet uitkomen.  En je ziet het onvermogen van de politici om dat te begrijpen …

Met name onder invloed van de sociale media?

Nee, niet zozeer de social media, maar de ‘public relations’ – het bespelen van publieke opinie om een bepaalde visie op te dringen, waarvan de massa’s denken dat die spontaan is gegroeid en vanzelfsprekend is. Met name Edward Bernays heeft die technieken ontwikkeld – hij wordt terecht de vader van de public relations en propaganda genoemd. En nu is de massa zo ver gemanipuleerd, dat ze een irreëel beeld van de wereld heeft gekregen. Het idee van een maakbare wereld, is ontstaan. Maar men heeft ook een irreëel beeld van zichzelf gekregen, het ‘maakbare ik’ (of eigenlijk het ‘koopbare ik’). Helaas, niemand is er gelukkiger van geworden. Enerzijds draait het allemaal om het ego, anderzijds moeten we wel de wereld redden van de mensheid. Geen wonder dat de verwijten in het rond vliegen. Als ik me ongelukkig voel, dan zijn de anderen daar schuldig aan… En je ziet een klein aantal mensen, dat daar niet aan meedoet. Als die zich ongelukkig voelen, doen ze er zelf wat aan op een kleine schaal in hun eigen omgeving. Dat zijn de mensen met ruggengraat. Die bezitten  hetzelfde kaliber als de helden uit het verleden. Als we die menselijke waardigheid zijn kwijtgeraakt, hebben we een autoriteit nodig om ze terug te winnen.

Als je zou zeggen we moeten gaan naar minder verwarring in de politieke autoriteit, wat zou dat betekenen? Hoe zou dat er uit zien? Wat zou er dan gebeuren?

Dan kom je in een heterogene ideeën wereld terecht. Daar kan ik me slechts een onvolledige voorstelling van maken. Het enige wat ik zeg is: ik zit in mijn kleine hoek in de kerk en natuurlijk is er gemeenschappelijke grond voor een interessant gesprek  (red.: de rol van de politiek is om daarbij te ondersteunen, alhoewel dat deel altijd een compromis zal zijn).  Als dat niet zo is, dan heb ik niets te vertellen, omdat zij niets aan mij hebben… Alleen is het wel zo (en dat zit heel diep in de christelijke traditie) dat zelfs als ik wordt aangevallen op dat geloof, dat dat voor mij dan een teken van belangstelling is.

Naast de politieke en de wetenschappelijke autoriteit, waar ligt volgens jou de verwarring in de geestelijke autoriteit?

Als mensen wegens mijn autoriteit (die ik als dienstwerk beschouw) naar mij toekomen, dan ik ga ervan uit, dat ze belangstelling voor het geloof hebben – omdat ze al geloven, of omdat ze om andere redenen over het geloof meer te weten willen komen. Dat betekent dat ze om te beginnen mijn uitgangspunten respecteren i.e. dat de ziel niet stoffelijk maar geestelijk is en onsterfelijk is, direct door God geschapen is, met als bedoeling dat deze eeuwig gelukkig zal zijn. Het is echter wel cruciaal te benadrukken, dat mijn autoriteit niets is vergeleken met de autoriteit van de martelaars. Deze hebben door de eeuwen heen de grootste autoriteit en overtuigingskracht gehad. Helaas is de Kerk in het westen dit bijna geheel vergeten. In het algemeen heeft de lijdende mens, die ondanks alles op God blijft vertrouwen, de hoogste autoriteit in zaken van geloof, hoop en liefde, dus ook de zieken, de armen, onschuldig veroordeelden. Zij geloven in de Almachtige, ondanks alle uiterlijke schijn die het tegendeel bewijst en ondanks alle ijdelheid van een mensheid die zichzelf wil redden. Intellectuelen als theologen met diploma’s en talloze dissertaties hebben zich veel te veel gezag toegeëigend.

Is er dan sprake van ‘leeghoofdigheid’ bij populisten? Of waar slaan zij de plank mis? Het zijn namelijk ook nog steeds echte politici, opgegroeid in deze zelfde tijd ….

Ik zou niet willen zeggen ‘leeghoofdigheid’. Ik denk dat veel zogenaamde populisten wel degelijk een juiste intuïtie hebben, waaraan je echter alleen kunt beantwoorden door werkelijk tot het uiterste te onderzoeken wat de oorzaken zijn van het ongenoegen. Je moet niet vergeten dat linkse machthebbers, inclusief Lenin en Stalin, altijd gepretendeerd hebben populisten te zijn, dat wil zeggen, de wil van het volk te doen. In de beschuldigingen van populisme zit veel jaloezie: de massa luistert niet meer naar ons en is overgelopen naar de tegenpartij.

Want wat zou daar dan het antwoord daarop moeten zijn van katholieke PvdA mensen, katholieke CDA-ers, katholiek Groen Links, Katholieke liberalen … je hebt ze overal in de politiek …?

Dan kom je even in een ander gebied terecht, waar het niet meer alleen om een politieke oplossing draait. Ik denk dat het heel belangrijk is om te zien dat veel goede intenties die we hebben gehad gestolen zijn. Linkse mensen moeten zich afvragen: “Waar wij vroeger voor stonden, onze idealen – zoals het verlangen naar een eerlijker delen in de creativiteit, de productiemiddelen en het kapitaal – waar zijn ze gebleven? Hoe zijn we ze kwijtgeraakt? Wie heeft ze ons afgenomen?”. Aan de andere kant moeten klassieke liberalen zich afvragen: “In hoeverre is het vrije ondernemerschap ingepikt door de zogenaamde dienstensector, die ons horen te ondersteunen, namelijk de banken en het financiële beleid van de overheid?”. De waarborgen voor een zeker geld zijn ingepikt, en daarmee het geld zelf. Zowel links als rechts zouden dat moeten terugeisen. De christenen zouden er de vraag aan kunnen toevoegen, hoe het komt dat aalmoes en barmhartigheid zijn vervangen door belasting en sociaal werk – in een structuur die onbetaalbaar wordt. We hebben allemaal één gemeenschappelijk probleem in het Westen: onze beste intenties zijn gejat. We hebben onze principes niet bewaakt. Wie dat wél deed, werd voor autoritair uitgemaakt of als patriarchaal uitgescholden.

En wat zouden christenen dan moeten gaan doen?

Ik denk dat we als christenen vooral terug moeten gaan naar het gezin, naar het leven en naar de verantwoordelijkheid. Het gaat over het begin en het einde, over het meest wezenlijke en ultieme van het leven. De oorsprong is de vruchtbaarheid en het einde is de persoonlijke verantwoordelijkheid – tegenover God en tegenover de medemens. De Alfa en het Omega, daar moeten wij weer van getuigen. De rest kunnen de mensen dan naar eigen geweten en inzicht invullen en vorm geven.

Ik heb je wel eens horen zeggen dat “Als het Filioque  (Red: dogma en geloofsartikel, dat de Heilige Geest eeuwig uitgaat van de Vader én van de Zoon) niet wordt erkend of gekend, dit doorwerkt tot in het concrete geloofsleven van christenen?”

Het Filioque is een eeuwig mysterie en daar kunnen we het een andere keer over hebben. Maar wat ons concrete leven als gelovige betreft: juist het afleggen van verantwoordelijkheid is een weerspiegeling van het Filioque – de Zoon is één met de Vader in het “ademen” van de Heilige Geest. Net zoals alle vruchtbaarheid een beeld is van de Zoon die voortkomt uit de Vader. En ik geloof ook dat het Filioque de sleutel is tot het herstel van het vaderschap. In het christelijke Westen is door de eeuwen heen een cultuur ontstaan vanuit het opvoeden, in toevertrouwen van en corrigeren van verantwoordelijkheid – vanuit het geloof in het Filioque. Juist het simpele wederzijdse vertrouwen, waarop dit alles gebouwd is, heeft onze beschaving en onze cultuur zo sterk gemaakt. Helaas beseffen westerlingen dat niet meer, terwijl ideologieën en commerciële reclame er alles aan doen om wederzijds vertrouwen én zelfvertrouwen te ondermijnen. Ik wil en hoop dat het mogelijk is om o.a. via EWTN.LC het tij te keren …

En wat is dan hierin de link tussen autoriteit en verantwoordelijkheid?

Autoriteit is als het ware ondersteunend in het opvoeden en beschermen van verantwoordelijkheid. Ze moet voorzien in een  geschikt milieu, ze is vooral faciliterend. Dit is de taak van een abt, of een pater familias. De moeder draagt een omgeving waar men kan leven, de vader staat garant voor de groeiende vrijheid en dus verantwoordelijkheid van ieder individu. Dat laatste begint bij het doorknippen van de navelstreng.

En als je dan zegt vanuit het moderne leven: Ach dat kan de vrouw toch ook doen? Daar heb je toch geen man voor nodig?

Als je ervan uitgaat, dat we door een almachtige God met een zeker doel zijn geschapen, dan besef direct je hoe belangrijk het is dat doel zo goed mogelijk te begrijpen. Daar moet je dan wel moeite voor doen, want het ligt er niet dik op. Je moet verder kijken dan wat je kunt doen of niet kunt doen, verder dan je rechten of je plichten reiken. Het is eigenlijk best wel vreemd – we zijn in staat om te begrijpen wat we doen, en als volwassenen willen we weten waarom we iets doen, maar we begrijpen niet meteen wat God heeft gedaan en waarom. Om daarvan wél iets te begrijpen moeten we ergens beginnen. Het enige dat we hebben is onszelf en de wereld om ons heen. En die heeft een bepaalde ordening, een bepaalde natuur. Dat moet een betekenis hebben, en iets zeggen over bedoeling van de Schepper, naar ons toe. Welnu, het verschil tussen man en vrouw hoort bij onze natuur, en speelt bovendien een cruciale rol bij ons ontstaan. Met andere woorden, onze blik op het verschil tussen man en vrouw zegt veel over onze blik op onszelf, en over onze blik vooruit – waarom we er zijn en waar we naartoe willen gaan. Man en vrouw hebben een onsterfelijke ziel en een immaterieel verstand, maar een verschillende lichaamsbouw. En, daarmee nauw samenhangend, hebben ze verschillende behoeften, neigingen, intuïties, stemmingen en andere disposities. Inderdaad, het zijn disposities, geen specifieke kenmerken. Een dispositie of gesteldheid is nauw verbonden met de materiële natuur, die altijd iets onvoorspelbaars heeft en altijd uitzonderingen laat zien (de klassieke en scholastieke natuurwetenschap noemde dat ‘ut in pluribus’ – zoals in de meeste gevallen). En dan, als je gaat nadenken over wat wel of niet kan, kun je inzien dat je de natuur moet faciliteren, ondersteunen en sterken, met name in de opvoeding. Tegelijkertijd moet je weliswaar begrip hebben voor uitzonderingen, maar die kunnen en mogen nooit een criterium worden voor wetten of onze visie op de wereld en onszelf gaan domineren. Om dat allemaal zo goed mogelijk te doen moet je, denk ik, allereerst verder kijken en proberen te begrijpen wat disposities als het verschil tussen man en vrouw eigenlijk te betekenen hebben.

Maar als ik dat nu doortrek in het extreme. Je hebt vandaag de dag een in Nederland inmiddels gangbare opvatting dat je ook twee vrouwen kunt hebben waarvan de een de vrouwelijke rol heeft in het gezin en de andere de vaderrol, of bij twee mannen idem dito, en zo kinderen opvoeden? Wat doe we daar mee?

Wie is in de opvoeding het belangrijkst: het kind of de opvoeders? Uiteraard het kind, tenzij je gelooft dat opvoeding een pure machtsverhouding is. En als het belang van het kind prioriteit heeft, moet je dus keuzes maken ten gunste van het kind, voordat het die zelf kan maken. Dát is opvoeden: een radicale dienstverlenging aan een kind, om het voor te bereiden op het zelf maken van keuzes en trouw te blijven aan een gegeven woord. Als je een kind toevertrouwt aan twee mensen van hetzelfde geslacht en doet alsof deze als normale ouders kunnen opvoeden, erken je de menselijke natuurlijke voortplanting niet en houd je geen rekening met de natuurlijke groei van menselijk leven. Dan blijft er van die natuur weinig over, of eigenlijk het absolute minimum van de levenloze natuur: pure materiële machtsverhoudingen. Natuurlijk kun je die verpakken in emotie en sentimentaliteit, maar dat verandert niets aan de wrede keuze die al gemaakt is.

En wat bedreigt onze hoop als we het hebben over de verwarring in religieuze of geestelijke autoriteit?

Er is niet echt een geloofscrisis. Veel mensen zijn en blijven nogal goedgelovig en geloven overal in. Er is veel meer een crisis van de hoop. Goedgelovigheid eindigt in wanhoop. Het geloof gaat vooral over waarheden die je gelooft. De hoop gaat meer over het doel dat je gelooft te gaan bereiken, en de middelen die daarvoor tot je beschikking staan. Daarin spelen dus de sacramenten een cruciale rol. Zonder sacramenten verdwijnt langzamerhand de hoop, of ze wordt vervangen door allerlei substituten waar niemand echt blij van wordt of blij van blijft. Maar voor de hoop is ook onze blik op natuur en eigen lichaam van doorslaggevend belang. Met de ‘groene’ ideologie aan de ene kant en de ‘gender’-ideologie aan de andere kant zijn de mensen behoorlijk de kluts kwijt. De wereld en de natuur moeten gered worden, of eigenlijk zíjn onze nieuwe redder. Maar met ons eigen lichaam moeten we alles kunnen doen, waar we ook zin in hebben. Het klopt niet, het eindigt in totale waanzin. Overigens, het heeft niet zo’n zin om over de natuurwet te praten, want weinigen weten nog wat daarmee wordt bedoeld. De natuurwet is niet  bewezen in een laboratorium met reageerbuisjes, computermodellen en ingewikkelde formules. Het is ook geen wet die het parlement democratisch heeft geformuleerd en bevestigd. De natuurwet wordt in feite afgeleid door de rede, uitgaand van onveranderlijke eenvoudige waarheden die alleen het verstand ‘aanraken’ of begrijpen. De natuurwet is rationeel, maar we moeten altijd opnieuw de uitgangspunten verifiëren en het begrip van principes aanscherpen – iets dat helaas door moderne wetenschappers voor hun wetten nauwelijks wordt gedaan, en door technici überhaupt niet.

Dus als je  het verband zoekt verantwoordelijkheid en autoriteit, vind je dan een antwoord in de natuurwet?

Jazeker! Maar dan wel met de constatering, dat de natuurwet geen gesloten systeem is, maar een onvolledig systeem formuleert. De rede kan altijd haar eigen onvolledigheid aantonen, en daarom is ieder rationeel systeem open naar iets anders, dat extern en hoger is – en met name voor de zingeving zelfs noodzakelijk is! Dat is nou juist het wonderlijke en dat wordt vaak vergeten – met name door de mensen die in onze eigentijdse morele discussies alles willen kortsluiten door zich te beroepen op de natuurwet. Je kunt het beter niet hebben over de natuurwet als je niet begrijpt wat de onvolledigheid is. Deze maakt deel uit van onze natuur. Daardoor hebben wij een onbegrensde  openheid naar iets wat onze natuur te boven gaat. En daarom is de bemiddeling door autoriteit onontkoombaar.

Aha! Dus het ontbreken van begrip van onvolledigheid leidt tot de verwarringen wat betreft  geestelijke autoriteit?

Ja precies. Aan de ene kant heb je mensen die het niet over de onvolledigheid en de noodzaak van autoriteit willen hebben, en aan de andere kant, zeg maar even de meer rechtse kant, wordt de natuurwet als een gesloten systeem gezien. Het wordt nog ingewikkelder met protestanten die natuurwet en goddelijke geboden door elkaar halen – alles wat moet of niet moet zou in de Bijbel staan. Eigenlijk moet je iedereen doorverwijzen naar Gödel: ieder logisch systeem moet aannames doen die het niet kan bewijzen. Niet alles is bewijsbaar. Ieder gebied van rationele competentie ontleent zijn redeneringen aan onbewijsbare principes, die helder gezien en getoetst moeten worden. De filosoof opent zich steeds meer voor een goddelijke openbaring. De theoloog heeft filosofie nodig om betekenis aan zijn woorden te geven. Wetmatigheden in onze natuur beperken ons niet (behalve misschien in de groei naar volwassenheid), ze vergroten onze  openheid naar iets hogers. Onze natuur is niet “af”. Leven in volmaakte harmonie met de natuur is niet mogelijk, het is een illusie. De natuur vraagt in zekere zin onze autoriteit, ons verantwoordelijk ingrijpen om de natuur te perfectioneren. Dit wordt bedoeld met de Engelse term het woord ‘stewardship’, rentmeesterschap. Het is een dienstwerk tegenover God en medemens.

Is het streven naar een “nieuwe wereldorde’ met  een wereldregering (programma van de VN) niet in strijd met het, zeer Katholieke,  subsidiariteitsbeginsel’, waarin altijd gezocht wordt naar de kleinst mogelijke verantwoordelijke eenheid om problemen op te lossen, en van daaruit te denken in netwerken?

Exact. Het sleutelwoord is de persoonlijke verantwoordelijkheid.

Wat betekent dat voor de programmering van EWTN Lage Landen. Voor de programma’s die jij wilt maken en de selecties van documentaires en programma’s om te vertalen, uit het omvangrijke internationale aanbod van het hele EWTN netwerk? Wat heeft Nederland en België dan volgens jou het meeste nodig aan inhoud? Gaat het dan over verantwoordelijkheid, autoriteit of iets anders?

We hebben weinig geld, dus we moeten strategische keuzes maken. Ik denk dat het moet gaan over het vastleggen van getuigenissen die niet gaan over een gevoel, maar over een visie en over de strijd die mensen hebben moeten leveren op geestelijk gebied. Dus niet alleen over hoe mooi en volledig alles kan zijn, maar juist ook hoeveel strijd er misschien geleverd moet worden. En juist in strijd drukt een mens het verlangen uit naar transcendentie.

Kun je dat uitleggen?

Je moet jezelf overwinnen voordat je een andere overwinning wil behalen. Veel heldenverhalen uit de oudheid, over een Achilles en een Hector, leren hoe vooral ín de mens de belangrijkste strijd plaatsvindt. In iedere mens, met name in de man, zitten een Achilles en een Hector. En als je naar de morele dimensie kijkt van de Ilias, dan zie je dat niet Achilles de held is, maar Hector. Het is Hector die sterft, en daarmee toont Homerus de tragiek, en eigenlijk vooral de onmogelijkheid van echt heldendom in deze wereld. Hector is de familievader, voert oorlog omdat het moet, niet omdat hij het wil, en wil zijn gezin op afstand houden. Achilles daarentegen, die als overwinnaar uit het duel komt, is slechts een onvolwassen puber, die zijn beste kameraad verraden heeft en zijn dood heeft veroorzaakt, voor een moment van genot met een slavinnetje. Fysiek misschien de beste, maar psychisch heel zwak en moreel waardeloos. Juist in het eerlijk uitweiden over het tragische einde van zo veel menselijke eerzucht en ambitie kun je een voorbereiding zien van de komst van Christus. Het echte heldendom is niet van deze wereld.

Dus terugkomend op de prioriteiten in jouw programmering, jij wilt getuigenissen hebben van mensen die echte strijd hebben geleverd, en … ?

We hebben ook programma’s nodig van christenen die bereid zijn de innerlijke strijd te voeren, maar ook van christenen die niet bang zijn voor de wereld. Weet je waar het ongenoegen bij de mensen ook uit voortkomt? De mensen beseffen het zelf niet eens! Het komt omdat ze eindeloos worden toegesproken door politici en geestelijken die graag aardig gevonden willen worden; ze wille koste wat het kost behagen. Er zijn uitgebreide technieken voor ontwikkeld. Adviseurs van ‘public relations’ en zogenaamde ‘behaviourists’ leren aan autoriteiten hoe ze de mensen in hun keuzes en hun gedrag kunnen beïnvloeden, alsof de mensen kleuters zijn die niet in staat zijn zelf te kiezen. Daarmee komen die autoriteiten uiteindelijk infantiel over en beantwoorden niet meer aan de verwachtingen van de volwassen mensen, die op zoek zijn naar een visie en die doelgericht willen inspelen op wat het leven te bieden heeft. Vergeet niet, dat een autoriteit altijd en allereerst iets moet vertegenwoordigen, dat overal bovenuit stijgt. Met andere woorden, iets dat meer is dan de glimlach van een kleuterjuf. Een politicus of priester die alleen maar wil behagen, aardig zijn en iedereen een lol doen, ondermijnt het eigen gezag – hij wordt uiteindelijk alleen maar geminacht. Autoriteit verwijst naar iets dat echt is, en niet altijd leuk, en dat zelfs voor de meest competente gedragsdeskundigen ongrijpbaar, on-communiceerbaar en onbeheersbaar zal blijven. Daarom is voor alle autoriteit ervaring van wezenlijk belang. Je moet nooit iemand in de politiek zetten, die niet eerst gewerkt heeft buiten de politiek of met blote handen zijn brood heeft moeten verdienen – het liefst voor zijn eigen kinderen. Het feit dat zo veel Europese leiders kinderloos zijn, vind ik zorgelijk. Het lijkt wel of het een vereiste is.

En hoe geldt dat voor clerici?

Door het celibaat en de rampzalige situatie in de kerk zijn de omstandigheden natuurlijk anders, maar juist daarom zou je de eisen juist moeten verhogen. Het gaat over de levenservaring. de meeste jongens die naar het seminarie willen zijn vroom genoeg, maar hebben geen ervaring, ze hebben nog niets meegemaakt. In het buitenland deelde ooit een bisschop hierover zijn zorgen met me. Ik heb hem toen aangeraden, de vrijstelling van dienstplicht voor seminaristen op te heffen. Juist door die vrijstelling hebben ze al, voor ze überhaupt een wit boordje hebben, geen autoriteit meer bij de gewone jongens die geen steekpenningen willen of kunnen betalen om uit dienst te blijven.

Wat zou dat betekenen voor de selectie van priesterstudenten hier in Nederland?

Dat is een lastige vraag. Eigenlijk is iedere vent een beetje autistisch en/of ADHD, tot-ie verliefd wordt maar ook juiste risico’s leert te nemen. Ik zou bijvoorbeeld eisen, dat ze serieus een vechtsport hebben bedreven, of iets ruigs zoals rugby of alpinisme. Laag betaalde fysieke arbeid doet ook wonderen om realistisch te worden. Als ik een bisschop was, op zoek naar kandidaten voor het seminarie, zou iemand uit het leger een pre hebben. Verder moet er genoeg omgang met vrouwspersonen zijn geweest, om de betekenis en waarde van complementariteit en van vruchtbaarheid te kennen én te waarderen – niet alleen vanuit theorie, maar ook vanuit het verlangen. Uit wat voor milieu een seminarist komt is niet belangrijk, als hij maar wil dienen. Carrière maken is zinloos, en het lijkt me ook helemaal niet leuk.

Ik las zojuist op Vaticaan Nieuws een berichtgeving over Kardinaal Parolin die een verhaal houdt over het belang van een zogenaamde integrale ecologie en menselijke economie waar de mens centraal staat. Gaat hier om een goed voorbeeld van autoriteit of gaat het hier om de uitoefening van macht, een vorm van beoogde geestelijke autoriteit, die juist de hierboven genoemde verwarring bevestigt?

Het is heel jammer, dat door de aanpassing van het taalgebruik, de boodschap van het kerkelijk leergezag minder helder is geworden. Die vaagheid had de traditie niet, ook al had en heeft de traditie uitleg nodig om de uitdagingen van iedere tijd aan te gaan. Ik mis in de recente teksten over ecologie, oecumene en economie vooral duidelijkheid en de wil om oorzaken op te sporen. Bijvoorbeeld, wanneer er wordt gesproken over ecologie, mis ik de onvolledigheid van de natuur die ik al noemde. De kerk heeft altijd gesproken vanuit de onvolledigheid, ook al werd het woord niet gebruikt. De materiele wereld is onvolledig, en daarom heeft ze een ziel nodig om zingeving te ontvangen. De ziel op haar beurt is onvolledig en heeft God nodig om haar eindbestemming te ontvangen, omdat God de Schepper van de ziel is. Verder mis ik in teksten over broederschap en oecumene de natuurlijke religie, waarvan je iets moet ontwaren in een andere levensbeschouwing, voordat je een zinvolle dialoog kunt beginnen. Tenslotte, in teksten over de economie wordt nauwelijks geanalyseerd hoe het financiële systeem de maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft doen verdampen. En: welke rijkdom is wel, en welke rijkdom is niet rechtvaardig? In het algemeen mis ik in alle kerkelijke teksten tekenen van een metafysisch besef, oftewel het respect voor de absolute waarheden die een mens écht vrij maken …

Dank! Een volgende keer gaan we het hebben over het belang van een goed begrip van de natuurwet en natuurlijk, het Filioque!

Naschrift / opmerking: “we komen met de westerse beschaving steeds meer op een kruispunt, waar we de kritische analyse van Aristoteles op onze ‘politeia’ (staatsvorm) moeten toepassen – met als nieuw thema: de natuurwet, waar de seculiere overheden voor verantwoordelijk zijn.” (P. Elias Leyds, C.S.J.)

Interview/redactie: Bas Kloppenborg / Vincent van Hall

Keywoorden/Tags: Ambitie | Autoriteit | Filioque | Logos | Natuurwet | Priesteropleiding | Priesterschap | Sociale media | Verantwoordelijkheid | 

 

AANVERWANTE ARTIKELEN
spot_img

Actueel