13 maart 2026 – De koepels van de Vaticaanse Sterrenwacht en Bernini’s Collegiale Kerk van St. Thomas van Villanova rijzen boven het Apostolisch Paleis uit, de traditionele pauselijke zomerresidentie in Castel Gandolfo, Italië. Foto: AMB / Shutterstock |
NCRegister – Bisschop Earl Fernandes Commentaren |
COMMENTAAR: Als jonge katholieken geloven dat wetenschap en geloof met elkaar in conflict zijn, moet de Kerk hun laten zien waarom die twee bij elkaar horen.
Wanneer we worden geconfronteerd met de uitdaging dat jonge mensen het katholieke geloof verlaten, kunnen we geneigd zijn te denken dat het probleem uitsluitend een ‘religieus’ probleem is – een probleem dat kan worden opgelost door hun ervaring van de liturgie te verbeteren of door betere spirituele retraites aan te bieden.
In werkelijkheid is een belangrijke factor de manier waarop de Kerk wordt gezien in haar omgang met de bredere cultuur – inclusief de wereld van de wetenschap.
Al enige tijd berichten zowel katholieke als seculiere nieuwsmedia over de opkomst van de zogenaamde nones, mensen die zich hebben losgemaakt van het katholicisme of de georganiseerde religie. Een vermoedelijke reden voor deze loskoppeling is de perceptie dat geloof en rede onverenigbaar zijn. Jongeren hebben moeite om de Bijbelse openbaring, waaronder de scheppingsverhalen in Genesis, te verzoenen met de exacte wetenschappen. De methoden van de wetenschap en de theologie lijken zo verschillend dat sommigen suggereren dat een belangrijke reden om het geloof te verlaten is dat het geloof niets te bieden heeft aan de wereld van de rede, vooral in een steeds technocratischer wordende samenleving.
De ideologie van het sciëntisme, die stelt dat alleen de bevindingen van de natuurwetenschappen als waarheid meetellen, heeft het conflict tussen geloof en wetenschap verergerd. En nu deze twee tegenover elkaar staan en veel jongeren niet als ‘onwetenschappelijk’ willen worden gezien, kiezen ze voor het laboratorium en laten ze de parochie achter zich.
Maar zoals paus Leo XIV ons onlangs in herinnering bracht, is deze tweedeling onjuist.
In een toespraak op 28 februari tot Spaanse seminaristen citeerde de Heilige Vader G.K. Chesterton, die schreef: “Neem het bovennatuurlijke weg, en wat overblijft is het onnatuurlijke.”
Met andere woorden, als het bovennatuurlijke buiten beschouwing wordt gelaten, worden wij buiten beschouwing gelaten. De waarheid van de menselijke persoon – ons doel, onze waarde, onze bestemming – kan niet worden gevonden onder de lens van een microscoop. Waarheid zonder geloof is niet alleen beperkt, maar ook vervormd.
Maar paus Leo stelde ook niet voor om de bekrompenheid van het sciëntisme te vervangen door een soort fideïsme dat geloof behandelt als een alternatief voor wetenschap. Zoals hij zei: “Een bovennatuurlijke visie hebben betekent niet vluchten voor de werkelijkheid, maar leren Gods handelen te herkennen in de concrete werkelijkheid van elke dag; een visie die niet kan worden geïmproviseerd of gedelegeerd, maar moet worden aangeleerd en geoefend in het gewone leven.”
In plaats van religie en wetenschap tegenover elkaar te plaatsen, suggereert paus Leo’s visie om beide tot een vruchtbare samenwerking te brengen. En dat is letterlijk wat er gebeurde tijdens een recente conferentie aan de Universiteit van Notre Dame, waar een aantal van mijn broeder-bisschoppen bijeenkwamen met enkele van de beste katholieke wetenschappers ter wereld.
De bijeenkomst, die van 23 tot 25 februari plaatsvond, werd mede gesponsord door de Commissie voor de Leer van de Amerikaanse Bisschoppenconferentie en het McGrath Institute for Church Life van Notre Dame, in samenwerking met de Society of Catholic Scientists, en was gewijd aan “De relatie tussen wetenschap en geloof als pastorale kwestie in een tijdperk van ontkerkelijking”. De conferentie bood bisschoppen, opvoeders en wetenschappers de kans om hun banden van gemeenschap en hun samenwerking te versterken ten behoeve van de missie van de Kerk.
In veel opzichten waren de sprekers zelf getuigen van de harmonie die mogelijk is tussen geloof en rede. Zo belichaamt jezuïet Guy Consolmagno, emeritus directeur van de Vaticaanse Sterrenwacht, de opdracht van de heilige Ignatius van Loyola om ‘God in alle dingen te vinden’. Stephen Barr, voorzitter van de Society of Catholic Scientists en zelf een natuurkundige van wereldklasse, heeft zijn leven gewijd aan het verdiepen van deze samenwerking. En een openingswoord van Holy Cross-pater Bob Dowd, voorzitter van Notre Dame, onderstreepte het engagement van de universiteit voor zowel pro-life principes als samenwerking met de bisschoppen, waarmee hij getuigde van het feit dat geloof en onderzoek beide thuis zijn in de Kerk.
Maar veel van de lezingen gingen ook rechtstreeks in op de waargenomen kloof tussen religie en wetenschap, en gaven aanwijzingen voor manieren waarop de Kerk constructief vooruitgang kan boeken.
Laura Upenieks, socioloog aan de Baylor University, onderzocht de houding van jongeren ten opzichte van geloof en wetenschap. Uit haar onderzoek bleek dat Amerikanen gelijk verdeeld zijn over de vraag of wetenschap en religie met elkaar in conflict zijn, waarbij de meer religieuze mensen minder conflict tussen beide zien. Katholieke jongeren bevestigen in feite het gezag van de wetenschap.
Niettemin lijkt er een algemene afname te zijn in het vertrouwen in religieuze leiders en instellingen in het algemeen. Het is niet zo dat jongeren geen geloof hebben of dat ze de wetenschap wantrouwen; het is eerder zo dat jongeren echte vragen hebben over zowel geloof als wetenschap en zich niet zomaar met autoriteit laten leiden. Een oppervlakkige behandeling van de vragen die rijzen, volstaat gewoonweg niet.
De presentatie van Karin Öberg gaf een voorbeeld van hoe deze diepgaande betrokkenheid eruit kan zien. De astrochemicus van Harvard probeerde wetenschappelijke studies naar het ontstaan van de kosmos te verzoenen met het scheppingsverhaal in de joods-christelijke traditie. Öberg legde uit hoe het universum een oorzaak veronderstelt die voorafgaat aan het eerste moment van uitdijing, en toonde aan hoe het universum op prachtige wijze is geordend met het oog op leven. De orde, schoonheid en creativiteit van het universum wijzen niet alleen op een scheppende kracht, maar ook op een scheppende geest en een scheppende liefde.
Net als de andere sprekers gaf Öberg vrijuit toe dat de wetenschap niet alle antwoorden heeft. Toch toonde ze ook aan hoe de mensheid, op een meer diepgaande manier dan de rest van de schepping, Gods goedheid laat zien.
In dezelfde geest onderzocht Daniel Kuebler, bioloog aan de Franciscan University, het omstreden onderwerp van de evolutie en vroeg hij zich af of de theorie elke diepere betekenis van het leven uitsluit. Terwijl sommigen zouden beweren dat evolutie berust op toevallige gebeurtenissen, wat impliceert dat het universum geen ontwerp, doel of Schepper heeft, bracht Kuebler een alternatieve – en meer bevredigende – theorie naar voren, namelijk dat het universum op het meest fundamentele niveau geordend is, waardoor evolutie in een breder kader wordt geplaatst dat de uitkomsten ervan beïnvloedt.
Ten slotte reflecteerden Christopher Baglow en Heather Foucault-Camm, beiden van McGrath’s Science & Religion Initiative, op de observatie van George Bernanos dat de moderniteit een “steeds groter wordend aantal mensen voortbrengt die van kinds af aan gewend zijn alleen te verlangen naar wat machines kunnen geven”. Zij benadrukten dat we in ons technologische tijdperk behoefte hebben aan wijsheid, en niet alleen aan intelligentie die is verkregen door middel van waarneembare gegevens. Katholieken moeten zich krachtig uitspreken tegen de reductie van de mens en de schepping tot gegevenspunten.
Welke bredere lessen kunnen worden getrokken uit de serieuze katholieke betrokkenheid bij de wetenschap die op deze conferentie naar voren kwam?
Als de Kerk jonge mensen bij het geloof wil houden, dan zal zij haar geloofwaardigheid op het gebied van onderwijs moeten opbouwen of herstellen door middel van een authentieke synthese van geloof, traditie en wetenschap. Zij zal interdisciplinaire ruimtes moeten creëren waar jonge mensen vragen kunnen stellen en begeleid worden bij hun zoektocht.
Bovendien zullen de pastorale werkers van de Kerk een betere opleiding nodig hebben, zodat zij met een zekere mate van wetenschappelijke kennis, maar zonder defensief te zijn, kunnen spreken. Ten slotte zullen katholieke geestelijken en leken in het openbaar getuigenis moeten afleggen van de schoonheid van het geloof, terwijl zij de hele werkelijkheid bevestigen, met een toon die onderwijst, verheugt en overtuigt.
De uitdaging is pedagogisch van aard. Het is niet de taak van de Kerk om simpelweg vooraf bepaalde antwoorden op vragen te geven; de Kerk moet zich veeleer opnieuw inzetten voor haar opvoedingstaak. Met haar traditie en met katholieke wetenschappers die als zuurdesem in de wereld fungeren, bevindt de Kerk zich in een unieke positie om jonge mensen te helpen de werkelijkheid te begrijpen en te interpreteren in het licht van het geloof, om de geest te trainen om de juiste vragen te stellen, en om jonge mensen te begeleiden bij het ontdekken van de waarheid, die ontzag en verwondering opwekt bij degenen die ermee in aanraking komen.
Op deze manier kan de wederzijdse samenwerking tussen geestelijken, opvoeders en wetenschappers een geweldig instrument zijn om onze jongeren te begeleiden bij hun vragen over geloof en wetenschap, niet alleen om het verloop onder katholieken tegen te gaan, maar ook als instrument voor evangelisatie. Het is niet zo dat bisschoppen en opvoeders experts moeten zijn in de exacte wetenschappen; er zijn katholieke wetenschappers die echte experts zijn in hun respectieve vakgebieden, die kunnen helpen om de relevantie van het geloof voor de wetenschap te laten zien en hoe het geloof de wetenschap kan verhelderen.
De katholieke bisschop, de katholieke wetenschapper en de katholieke opvoeder moeten jongeren helpen het mysterie van de schepping te verkennen, wat hen helpt de Schepper te ontmoeten die zich openbaart in de natuur, in de geschiedenis en door zijn geliefde Zoon. Dit is wat velen van ons hebben meegekregen van de conferentie in Notre Dame, samen met de urgentie om de manier waarop de Kerk omgaat met wetenschap, onderwijs en jonge mensen te hervormen ten behoeve van evangelisatie.
Pater Luigi Giussani, de stichter van Communione e Liberazione, zei ooit: “De werkelijkheid heeft me nooit in de steek gelaten.” Het is dit soort trouw aan de Voorzienigheid, in al haar dimensies, die de omgang van de Kerk met de wetenschap in de toekomst moet leiden. Op deze manier kunnen we onze jongeren het vertrouwen geven dat katholiek zijn niet in strijd is met de waarheid, maar een bevoorrechte manier is om die na te streven.

Bisschop Earl Fernandes Bisschop Earl K. Fernandes is de 13e bisschop van Columbus, Ohio.
Bron: https://www.ncregister.com/commentaries/fernandes-faith-and-science dd 8 maart 2026.
Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)
Gerelateerd