De Heilige Moeder en de 2 mysteries van de Tenhemelopneming @NCRegister J.Grondelski

0
377
Fidelis Schabet, "Pinksteren"; Jean Auguste Dominique Ingres, "De Maagd die de Hostie aanbidt", 1852; Diego Velázquez, "De kroning van de Maagd", ca. 1635. (foto: Wikimedia Commons / Publiek Domein)

COMMENTAAR: De Tenhemelopneming van Maria is niet ‘slechts’ een bijzonder voorrecht voor haar, die ‘zonder zonde verwekt’ werd. Het vertelt ons dat hetgeen begon met Jezus’ verrijzenis, en reeds werd gerealiseerd met lichaam en ziel in Maria, datgene is wat God voor ogen heeft voor allen ‘die Hem liefhebben’.

John GrondelskiCommentaren; 14 augustus 2021

Wanneer de meeste katholieken aan Maria Tenhemelopneming denken, richten zij zich meestal op één onderdeel daarvan: dat Maria met lichaam en ziel ten hemel werd opgenomen.

Dat is zowel waar als belangrijk, niet alleen omdat het ons vertelt hoe bijzonder de Heilige Maagd was, maar ook omdat het ons bewust maakt van onze eigen roeping.

Maria’s tenhemelopneming is niet “slechts” een bijzonder voorrecht voor haar, die ” zonder zonde verwekt” was. Het vertelt ons dat wat begon met Jezus’ verrijzenis, en reeds met lichaam en ziel werd gerealiseerd in Maria, datgene is wat God voor ogen heeft voor allen “die Hem liefhebben” (Romeinen 8:11, 23, 28).

Soms vergeten we dat de Verrijzenis, de Tenhemelopneming en het Laatste Oordeel allemaal met elkaar verbonden zijn, één keten van verlossing die zich een weg baant naar de uiteindelijke voleinding van alle dingen in Christus (Efeziërs 1,10). Het zijn niet slechts afzonderlijke gebeurtenissen, nog minder historische momenten die eens plaatsvonden en “voorbij” zijn. Ze blijven van grote invloed op allen die in Christus geloven.

Dus het feit dat Maria met lichaam en ziel in de hemel werd opgenomen, is relevant voor ons. Dat is één aspect van dit feest, het aspect waar we het meest aan denken. Maar er is nog iets.

De zalige Tomás Morales herinnert ons aan de twee kanten van de Tenhemelopneming:

“Wij raken beter doordrongen van deze gevoelens van vreugde (…) als wij met groeiende liefde achtereenvolgens de twee momenten beschouwen waaruit dit feest bestaat: de Overgang en de Tenhemelopneming.”

Toen Paus Pius XII in 1950 het dogma van Maria Tenhemelopneming vaststelde, schreef hij: “De Onbevlekte Moeder Gods, de voor altijd Maagd Maria, is, na de voltooiing van haar aardse leven, met lichaam en ziel opgenomen in de hemelse heerlijkheid” (Munificentissimus Deus, 44). (Red.: Zie hier voor de Nederlandse vertaling, met dank aan RKDocumenten.nl) 

De paus was zeer zorgvuldig in de woorden die hij koos om zijn dogmatische definitie te formuleren. Hij zei niet “Maria is gestorven”. Hij schreef over haar “die de loop van haar aardse leven heeft voltooid”.

Al vanaf Adam en Eva heeft de mens de dood als vijand ervaren (1 Korintiërs 15:26), op ten minste twee manieren. De ene is het uit elkaar rukken van onze menselijke eenheid. De dood “gaat tegen de stroom in” van onze menselijkheid. Het scheurt lichaam en ziel uit elkaar. Maar dat is eenvoudigweg het effect van de zonde, die relaties verscheurt: met God, met onze medemensen, met de geschapen wereld, en zelfs met onszelf.

De tweede manier waarop we de dood als vijand ervaren is het feit dat de dood angst met zich meebrengt. Maar het is geen “angst voor het onbekende” omdat wij instinctief erkennen dat de dood ons oog in oog met God brengt. Op de een of andere manier weten we dat het moment is aangebroken waarop we rekenschap moeten afleggen van ons leven, en in het zicht van de almachtige God ervaren we “angst en beven” vanwege onze zonden. Want als God Liefde is (1 Johannes 4:8), dan is, aangezien “vrees te maken heeft met straf, de liefde nog niet volmaakt in iemand die bang is” (4:18).

Is dat wat Jezus, door de last van onze zonden op Zich te nemen, voelde toen hij uitriep: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” (Mattheüs 27:46).

Wel, als Adam en Eva niet gezondigd hadden, zouden ze dan gestorven zijn?

Theologen hebben zitten broeden op deze vraag, waarbij sommigen speculeerden dat deze wereld – zelfs in haar oorspronkelijke geschapen staat – niet noodzakelijkerwijs de eindbestemming van de mensheid was en dat er daarom een moment in hun leven zou kunnen zijn gekomen waarop Adam en Eva, “na de loop van hun aardse leven voltooid te hebben,” zouden zijn overgegaan naar God. Sommige theologen vroegen zich af of zij gestorven zouden zijn, maar misschien is de vraag: hoe zouden zij zijn overgegaan?

Aangezien we over Maria spreken als ‘de nieuwe Eva‘, is het dan eerlijk om te zeggen dat haar “overgang” van dit leven naar God misschien is “wat God heeft gepland voor hen die Hem liefhebben” (Romeinen 8:28; 1 Korintiërs 2:9-10) … als zij niet hadden nagelaten Hem op hun beurt lief te hebben?

De Byzantijnse traditie spreekt over deze plechtigheid als Maria’s “Ontslapen”, haar “inslapen”. Maar de zalige Tomás Morales spreekt veel actiever over Maria’s overgang. Hij ziet dit moment zo, dat Maria’s hart zo vol is van liefde, zo doordrongen van liefde, dat zij klaar is om uit dit leven te barsten – met lichaam en ziel, als een hele persoon – naar haar Vader die haar geschapen heeft, haar Zoon die op haar wacht en haar Geest, die haar omhelst.

Ik herinner me dat ik eens een meditatie las over het moment van onze overgang – in ons geval, het moment van de dood. De auteur suggereerde dat, hoewel dag en uur een mysterie voor ons blijven, we moeten geloven dat ze komen op last van de Voorzienigheid.

Wat de rechtvaardigen betreft, vertrouwen we erop dat God hen zal roepen wanneer zij in zijn ogen het meest gereed zijn. Wat de verdoemden betreft, misschien zal God hen roepen voordat zij zich nog dieper in de hel ingraven, want zoals er graden van zaligheid zijn, zo zijn er ook graden van verdoemenis (Dante verwoordde die waarheid met literaire flair toen hij over de cirkels van de hel schreef).

Als we ervan uitgaan dat onze dood een kwestie van de Voorzienigheid is, wel dan kon Maria’s liefde voor haar Zoon en haar God ook zeker groeien – zelfs toen ze haar Zoon leerde kennen in “het breken van het brood”, zelfs toen ze met Pinksteren de Geest opnieuw op een nieuwe manier ontving, zelfs als ze de weg aflegde van haar eigen leven.

Als we werkelijk geloven dat God “alle dingen doet medewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben” (Romeinen 8,28), ervaren we dan niet in het mysterie van de Tenhemelopneming de overgang – wanneer het ene hart tot het andere hart spreekt: “Het is tijd om thuis te komen”?

John M. Grondelski (Ph.D., Fordham)

John Grondelski:  John M. Grondelski (Ph.D., Fordham) is voormalig associate dean van de School of Theology, Seton Hall University, South Orange, New Jersey. Hij is vooral geïnteresseerd in moraaltheologie en het denken van Johannes Paulus II. Opmerking: Alle meningen die in zijn bijdragen in het National Catholic Register worden geuit, zijn uitsluitend die van de auteur.

Bron: The Blessed Mother and the 2 Mysteries of the Assumption| National Catholic Register (ncregister.com)

Keywoorden: | 1 Johannes 4 | 1 Korintiërs 15 | Adam en Eva | Angst | De overgang | Dood | Het Laatste Oordeel | Paus Pius XII | John M. Grondelski | Maria de ‘Nieuwe Eva’ | Maria Tenhemelopneming | Matteüs 27 | NCRegister | Roeping | Romeinen 8 | Verrijzenis | Voleinding der dingen | Z.Tomás Morales | 

 

Wilt u meer lezen over bijvoorbeeld ‘Maria Tenhemelopneming‘? Klik dan hier , of gebruik één van de andere ‘tags’ boven aan dit artikel

220815 | [XLS000] | 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in