28 februari 2026 – (L-R) Paus Johannes Paulus II en kardinaal Agostino Casaroli. Foto: Vatican Media/Wikimedia Commons / VM/Public Domain.
NCRegister – George Weigel Commentaren
Kardinaal Agostino Casaroli, staatssecretaris van het Vaticaan van 1979 tot 1990 – en daarvoor de architect en belangrijkste diplomatieke vertegenwoordiger van de Ostpolitik van paus Paulus VI – deed aanvankelijk moeilijk toen ik hem wilde interviewen voor het eerste deel van mijn biografie over Johannes Paulus II, Witness to Hope.
De kardinaal was geen fan van mijn boek uit 1992, The Final Revolution: The Resistance Church and the Collapse of Communism, waarin ik me resoluut, maar hopelijk beleefd, kritisch uitliet over de strategie van de Ostpolitik om zich te schikken naar de communistische regimes achter het IJzeren Gordijn. De kardinaal stemde uiteindelijk toch toe om met mij te praten en we hadden een geweldig gesprek van meer dan anderhalf uur. Hij was vol humor en charme en had zelfs serieuze lof voor zijn oude Poolse sparringpartner, kardinaal Stefan Wyszyński. Het leek erop dat Casaroli mij aardig vond, want hij drong er bij mij op aan om terug te komen voor een tweede gesprek. Helaas stierf hij voordat dat kon gebeuren. Moge hij in vrede rusten.
Kardinaal Casaroli heeft uitstekend werk verricht bij de onderhandelingen over de voorwaarden voor de eerste pauselijke pelgrimstocht van Johannes Paulus II naar Polen in juni 1979. Hij kreeg de communistische autoriteiten zover dat ze instemden met een negendaags bezoek in juni in plaats van het kortere bezoek dat de Kerk aanvankelijk had voorgesteld voor mei. De communisten verwierpen die datum in mei omdat die samenviel met het liturgische feest van St. Stanisław, een martelaar van de staatsmacht wiens voorbeeld de autoriteiten verontrustend vonden.
Toen het bezoek in juni 1979 eenmaal aan de gang was, probeerde probeerde kardinaal Casaroli de communistische grieven te verzachten over de beroemde preek van de paus op het Overwinningsplein in Warschau op 2 juni (waarin hij de Heilige Geest opriep om “het aangezicht van de aarde … van dit land te vernieuwen”) en zijn toespraak in Gniezno op 3 juni (waarin hij de spirituele eenheid van de Slavische volkeren en zelfs van heel Europa, oost en west, onderstreepte).
Geen zorgen, zei kardinaal Casaroli tegen de opgewonden functionarissen. De paus handelde “onder emotionele impuls”, suggereerde de Vaticaanse diplomaat, omdat hij een beetje te Pools was en niet “universeel genoeg”.
Johannes Paulus II, die zich hiervan bewust was, belegde op 5 juni in Częstochowa een speciale vergadering van de Algemene Raad van het Poolse episcopaat, een kleine groep van zeven mannen. Kardinaal Casaroli noch iemand anders van de Vaticaanse functionarissen die de paus vergezelden, was aanwezig. De vergadering werd op band opgenomen en eind 2025 kreeg ik een memorandum met een samenvatting van de discussie tijdens die gelegenheid; het was geschreven door de algemeen secretaris van de conferentie, bisschop Bronisław Dąbrowski, en had decennialang achter slot en grendel gelegen in het archief van het aartsbisdom Warschau.
Wat Johannes Paulus II bij die gelegenheid zei, werpt een nieuw licht op zijn scherpzinnige inzicht – en op het onbegrip van velen in het Vaticaan, Agostino Casaroli niet uitgezonderd – als het ging om communistische regimes. Enkele punten die de paus naar voren bracht:
+ Het Vaticaan had “geen tekort aan deskundigen” op het gebied van de landen van het Warschaupact, maar alleen een “tekort aan mensen met ervaring [met het leven onder het communisme]”.
+ Johannes Paulus nam meer risico’s dan de communistische autoriteiten door naar Polen te komen, omdat hij het risico liep die autoriteiten een “alibi” te geven voor hun regime dat ze “niet verdienden” – een “punt dat ik Casaroli steeds weer uitleg”.
+ “Oekraïners moeten zich gewaardeerd voelen … Het [Vaticaan] heeft niet het recht om hun historische waarheid van hen af te nemen in naam van de oecumene [d.w.z. met de Russisch-orthodoxe Kerk] … De vernietiging van de [Oekraïense Grieks-katholieke Kerk] … is een misdaad.”
+ De Poolse pelgrimstocht had geopolitiek gezien ‘een mondiale betekenis’, en de Poolse ervaring van een op geloof gebaseerd verzet tegen tirannie had een ‘noodzakelijke’ betekenis voor de hele wereldkerk.
De Poolse primaat toonde op zijn beurt zijn eigen scherpzinnige inzicht, ja zelfs vooruitziendheid, toen kardinaal Wyszyński in reactie op de paus zei dat de pauselijke pelgrimstocht al ‘een soort doorbraak’ was. … Het is het ontwaken van Litouwen, Letland, Estland, Wit-Rusland, Oekraïne … een heropleving van de hoop van deze volkeren … een soort spirituele mobilisatie.“ Later in het gesprek was Johannes Paulus II het daar volledig mee eens: ”… er is nog een ander proces [gaande] dat nog niet zichtbaar is, namelijk het proces van bevrijding van politieke vervreemding. … Er komen dus veranderingen aan. Dat voel je.”
En die veranderingen kwamen inderdaad, in 1989.Hiervan wordt vandaag de dag weinig erkend in bepaalde Vaticaanse en progressieve Italiaanse kerkelijke kringen, waar de Ostpolitik-diplomatie van kardinaal Casaroli wordt beschouwd als een sleutel tot de ineenstorting van het Europese communisme. Dat was echter geenszins het geval. En wat Johannes Paulus II in juni 1979 tegen de Algemene Raad van het Poolse episcopaat opmerkte – dat het katholicisme effectieve wapens tegen tirannie heeft wanneer het “sterk is met zijn eigen kracht”, zijn spirituele kracht – geldt nog steeds, niet in het minst met betrekking tot Rusland en China.

George Weigel George Weigel is vooraanstaand senior fellow en William E. Simon-leerstoelhouder in katholieke studies aan het Ethics and Public Policy Center in Washington.
Bron: https://www.ncregister.com/commentaries/weigel-casaroli-myth-vs-historical-record dd 25 februari 2026.
Vertaling: EWTN Lage Landen (HR
Gerelateerd