In een tijd van ideologische uitputting en sociale versplintering ontdekken steeds meer Europeanen het christendom opnieuw als bron van waardigheid en zingeving.
EWTN redactie – Christiaan Alting von Geusau
In een notendop:
- Het christendom vertoont tekenen van een stille heropleving in heel Europa
- De toenemende betrokkenheid staat in contrast met een antichristelijke publieke sfeer
- Het morele kader van het geloof blijft de fundamenten van Europa bepalen
- Voor uitgebreide inzichten kunt u hier onze AI-gedreven podcast beluisteren
Ik ben opgegroeid als katholiek in Nederland en heb in mijn vormingsjaren tussen kindertijd en volwassenheid het schijnbaar onomkeerbare proces van secularisatie en de toenemende ontkerstening van de Europese samenleving meegemaakt. Ik had nooit verwacht dat ik tijdens mijn leven een halt aan deze ontwikkelingen of een ommekeer zou meemaken. Toch is dat wat ik vandaag zie – niet als een massale en luidruchtige beweging, maar eerder als een stille maar beslissende herontdekking van het christelijk geloof en zijn rijke traditie door een nog relatief kleine maar snel groeiende groep, voornamelijk jonge mensen uit de generatie Z.
Een heropleving die alle verwachtingen tart
De statistieken zijn indrukwekkend. In de afgelopen tien jaar is het aantal doopsels van adolescenten en volwassenen in Frankrijk met 160 procent gestegen. Alleen al in 2024 ontvingen ongeveer 17.800 Franse adolescenten en volwassenen het doopsel. Dit is een stijging van 45 procent ten opzichte van 2023. Het Verenigd Koninkrijk kende in 2024 het hoogste aantal volwassenendoopsels in meer dan tien jaar, terwijl het kerkbezoek onder de leeftijdsgroep van 18-24 jaar groeide van 4 procent in 2018 tot 16 procent in 2024. Oostenrijk zag een stijging van 85 procent in het aantal doopsels tussen 2023 en 2024.
Op het eerste gezicht lijken deze cijfers verrassend. Het publieke debat in Europa en vooral het politieke klimaat – op enkele nationale uitzonderingen na – is nog steeds uitgesproken postchristelijk en soms zelfs antichristelijk. Door middel van gedetailleerd en zorgvuldig triangulatieonderzoek dat sinds 2005 wordt uitgevoerd, heeft het in Wenen gevestigde Observatorium voor intolerantie en discriminatie tegen christenen in Europa patronen van discriminatie gedocumenteerd die weinig publieke aandacht krijgen. In de afgelopen twintig jaar zijn discriminatie en marginalisering van christenen in Europa gestaag toegenomen, waarbij het aandeel gewelddadige acties steeds groter wordt. Zo zijn maar weinig mensen op het continent zich ervan bewust dat er in 2024 bijna 100 brandstichtingen op christelijke kerken zijn geregistreerd, wat bijna het dubbele is van het totaal van het voorgaande jaar. Een derde van deze opzettelijke vernielingen vond alleen al in Duitsland plaats.

Als we dus kijken naar deze twee schijnbaar tegenstrijdige ontwikkelingen van heropleving en achteruitgang, wat kunnen we dan verwachten van de rol van het christendom in de Europese samenleving in de komende jaren? Is het christendom te snel afgeschreven of is de achteruitgang ervan nog steeds onomkeerbaar? Hebben christenen die hun geloof belijden nog een rol te spelen in de samenleving?
Veerkracht in tijden van tegenspoed
Een eerste antwoord op deze vragen is te vinden in het verleden: hoewel het christendom door de geschiedenis heen veruit de meest vervolgde religie is geweest – of het nu door de Romeinse keizers in de eerste eeuwen na Christus was of door islamisten en communisten vandaag de dag – heeft het niet alleen standgehouden, maar is het uiteindelijk ook tot bloei gekomen. Wereldwijd blijft de christelijke bevolking aanzienlijk groeien. Alleen al tussen 1990 en 2024 is het aantal christenen gestegen van 1,9 miljard naar 2,6 miljard, met Afrika als grootste groeigebied.
Dit betekent dat een kleine groep van twaalf mannen die Jezus meer dan 2000 jaar geleden volgden, is uitgegroeid tot wat vandaag de dag de grootste religieuze beweging in de geschiedenis is. Dit is gebeurd ondanks de voortdurende inspanningen van verschillende regimes en ideologieën, door de geschiedenis heen en tot op de dag van vandaag, om de boodschap van het evangelie uit te roeien en zijn volgelingen te marginaliseren. Een sprekend voorbeeld is Polen. In de naoorlogse periode van communistisch totalitair bewind heeft het regime hard gewerkt om christenen en de katholieke Kerk te ondermijnen, te discrimineren en te vervolgen. Desondanks bleef de Poolse Kerk een onstuitbare kracht en invloedrijke factor. Zij bracht ook een Poolse paus voort, Johannes Paulus II, die na zijn verkiezing in 1978 de meest geduchte tegenstander van het communisme in Europa werd. Hij was een van de belangrijkste actoren in de val van het IJzeren Gordijn in 1989, na de vreedzame bevrijding van Midden- en Oost-Europa van het communistische juk.
Een tweede antwoord op deze vragen is te vinden in de briljante woorden van paus Benedictus XVI tijdens zijn historische toespraak in Berlijn voor het Duitse parlement in september 2011, waarin hij opmerkte:
Hoe herkennen we wat juist is? In de geschiedenis waren rechtssystemen bijna altijd gebaseerd op religie: beslissingen over wat wettig was onder de mensen werden genomen met verwijzing naar het goddelijke. In tegenstelling tot andere grote religies heeft het christendom nooit een geopenbaarde wet aan de staat en de samenleving voorgesteld, dat wil zeggen een juridische orde die is afgeleid van openbaring. In plaats daarvan heeft het gewezen op de natuur en de rede als de ware bronnen van het recht – en op de harmonie tussen objectieve en subjectieve rede, wat natuurlijk veronderstelt dat beide sferen geworteld zijn in de scheppende rede van God.
Dit betekent dat de christelijke traditie aan Europa niet slechts één religie onder vele te bieden heeft, maar wel een stevig fundament in de natuur met de rede als leidend principe. Dit is de basis geweest van haar succes gedurende vele eeuwen. Volgens Benedictus legt de christelijke boodschap geen nieuw bestuurssysteem op – zoals bijvoorbeeld de islam dat doet via de sharia – maar benadrukt zij in plaats daarvan de noodzaak om ons handelen te baseren op wat in overeenstemming is met de natuurlijke scheppingsorde waarin wij ons als mensen bevinden, en op het consequente gebruik van de rede. Het concept van menselijke waardigheid, dat sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in ons Europese rechtssysteem is verankerd, maar al veel langer bestaat, is voortgekomen uit dit fundamentele begrip van wat het betekent om mens te zijn. Het christendom in Europa zal dit begrip voor de komende generaties levend houden.
Een derde antwoord op deze vragen is niet te vinden in de opkomst van politieke partijen en bewegingen in het Westen van vandaag, die het zogenaamde “culturele christendom” vaak instrumentaliseren voor hun strategische doeleinden, maar veeleer in de gestaag toenemende aantallen jongeren die zich niet langer aangetrokken voelen tot de schrille ideologische orthodoxieën van de moderne samenleving. Deze luidruchtige ideologieën maken het leven afhankelijk van de vervulling van elke wens, elke gril en elk gevoel en van het permanente als slachtoffer voorstellen van elke persoon of groep die ooit onrecht heeft geleden. Steeds meer jongeren ontdekken dat deze ideologieën niet leiden tot voldoening en geluk, maar eerder tot geweld, wanhoop en eenzaamheid. In plaats daarvan zijn ze op zoek naar een consistente boodschap die hoop geeft, een coherent moreel kader biedt en gemeenschap en verbondenheid biedt.
Steeds vaker vinden ze dit in de christelijke traditie, door haar heilige, tijdloze teksten en liturgieën, haar gevoel voor schoonheid en de onophoudelijke oproep om persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen voor ons eigen leven en voor degenen die aan onze zorg zijn toevertrouwd. In christelijke kerken en onderwijsinstellingen ontmoeten ze medemensen die de boodschap hebben begrepen van hoe je een vreugdevol leven van dienstbaarheid, naastenliefde en opoffering kunt leiden. In de woorden van de grote staatsman en paus Johannes Paulus II ontdekken zij daar het bevrijdende begrip van wat ware menselijke vrijheid betekent: “Vrijheid bestaat niet in doen wat we willen, maar in het recht hebben om te doen wat we moeten doen.”
Deze drie antwoorden zijn slechts enkele indicatoren van hoe het christendom, met zijn blijvende veerkracht en niet-aflatende consistentie van boodschap, de toekomst van Europa zal blijven vormgeven. Om dit punt te illustreren, hoeft men alleen maar te kijken naar de buitenproportionele rol die de pausen Johannes Paulus II, Benedictus XVI, Franciscus en Leo XIV de afgelopen decennia hebben gespeeld, die het bereik van de katholieke Kerk ver te buiten gaat.
Ondanks alle beweerde economische en politieke successen heeft Europa nog steeds dringend behoefte aan morele duidelijkheid te midden van de zelf gecreëerde ruïnes van moreel relativisme, oorlog en overregulering; het laatste fenomeen is een dramatisch mislukte poging om het gapende gat op te vullen dat door ons moreel relativisme is achtergelaten, terwijl gezond verstand is vervangen door conformisme en aanpassing. De toekomst van Europa en zijn instellingen van democratie, rechtsstaat en welvaart zal niet worden bepaald door moraliserende bureaucraten in Brussel, maar door de geleefde waardigheid, het rechtvaardigheidsgevoel en het diepe begrip van ware vrijheid dat wordt gedragen in de harten, geesten, gezinnen en bloeiende gemeenschappen van de miljoenen Europeanen die hun christelijke identiteit niet hebben afgewezen en daar opnieuw troost en inspiratie in vinden.
Bron: https://www.gisreportsonline.com/r/christianity-europe/
Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)
Gerelateerd