De islam als spiegel die Europa’s geloofsverlies onthult

11 juli 2026 – Skyline van Praag | Foto: Unsplash |

 
 

NCRegister – Solène Tadié Interviews |

 

De Amerikaanse historicus Raymond Ibrahim stelt dat de Europese crisis rond moslimmigratie minder te maken heeft met de islam dan met een Westen dat de wil — en het geloof — heeft verloren om zichzelf te verdedigen.

Massamigratie is uitgegroeid tot een van de bepalende brandhaarden in de westerse politiek, van de Verenigde Staten tot Europa. Al drie decennia lang probeert de katholieke Kerk morele duidelijkheid te scheppen in deze kwestie, waarbij elke paus die reactie vormgeeft vanuit zijn eigen achtergrond en theologische gevoeligheid. Paus Leo, doordrongen van zijn jarenlange ervaring als missionaris in Latijns-Amerika, heeft herhaaldelijk druk uitgeoefend op de regering-Trump vanwege haar behandeling van migranten, waarbij hij suggereerde dat zich verzetten tegen abortus terwijl men tegelijkertijd een hard uitzettingsbeleid ondersteunt, in feite geen pro-life-standpunt is.

Dat universele morele kader stuit echter op een bijzonder complexe realiteit in Europa, waar de migratie overwegend islamitisch is en waar een lange geschiedenis van conflicten met de islam nog steeds het politieke debat bepaalt. Veel Europese katholieken voelen zich vaak verscheurd tussen de wens om een cultuur en een geloof te verdedigen die zij zien afbrokkelen, en een Kerk waarvan de leiders consequent hebben opgeroepen tot gastvrijheid en barmhartigheid jegens migranten, ongeacht hun afkomst en religie.

Weinig mensen hebben zich zo lang met die verhoudingen beziggehouden als Raymond Ibrahim, een Amerikaanse historicus gespecialiseerd in christelijk-islamitische betrekkingen en auteur van een aantal internationaal geprezen boeken, waaronder Sword and Scimitar: Fourteen Centuries of War Between Islam and the West en Defenders of the West: The Christian Heroes Who Stood Against Islam. In een gesprek met de Register in het kader van een reeks conferenties in Europa in mei gaf hij een interpretatie van de huidige situatie die de crisis serieus neemt, maar tegelijkertijd de termen ter discussie stelt waarin deze doorgaans wordt gekaderd.

 

De identiteitscrisis van het Westen

Voor Ibrahim kan de kwestie van de moslimmigratie in Europa niet los worden gezien van de voorafgaande vraag wat er is gebeurd met het zelfvertrouwen en de religieuze identiteit van het Westen zelf. Een beschaving die geen vaste overtuigingen meer heeft over zichzelf, zo betoogde hij, kan geen weerstand bieden tegen iets wat dat wel heeft.

Hij voerde dit deels terug op wat hij ziet als een christendom dat steeds meer is gereduceerd tot een privé-, geïndividualiseerd geloof, ontdaan van het culturele en maatschappelijke gewicht dat het ooit droeg. „Een van de problemen met het moderne westerse christendom is dat het louter is geïnternaliseerd tot een individueel geloof, een of ander abstract idee als ‘ik ben gered; ik heb een relatie met Jezus’, maar dat mensen nu puur seculier in de wereld leven,” zei hij. „Historisch gezien was dat niet zo. Het had veel meer te maken met de cultuur zelf; het was heel zichtbaar.”

Het gevolg is volgens hem een geloof dat het openbare leven niet langer vormgeeft en de samenleving geen gemeenschappelijk kader meer biedt om te verdedigen. „Een van de trucs van vandaag om het christendom uit de wereld te verwijderen is door iedereen ervan te overtuigen: ‘Het gaat alleen om jou en God en je gedachten – houd het voor jezelf.’ Dat is een manier om het christendom daadwerkelijk om zeep te helpen.”

 

Uitgenodigd, geen invasie

Dat verlies aan overtuiging, zo betoogde Ibrahim, verklaart ook hoe massale moslimmigratie überhaupt mogelijk is geworden. „Moslimmigranten worden in feite uitgenodigd in Europa, ze vallen niet binnen“, zei hij. „Dit is een heel belangrijk onderscheid om te onthouden, want veel mensen willen je doen geloven dat het probleem van het Westen op dit moment de islam zelf is, wat een misleidende opvatting is.“

Historici en migratiespecialisten schrijven de hedendaagse migratie vaak in de eerste plaats toe aan demografische, economische en geopolitieke factoren, in plaats van aan een gecoördineerd ideologisch project. Maar voor deze wetenschapper – geboren als zoon van Koptisch-christelijke immigranten uit Egypte in de VS – is deze crisis meer dan alleen een beheerskwestie of misplaatst idealisme.

Ibrahim heeft twintig jaar besteed aan het bestuderen van de eeuwen waarin de islam werkelijk een veroverende en expansionistische kracht was tegen het christendom, van Noord-Afrika tot het Midden-Oosten, via de Balkan en Spanje. Maar hij is van mening dat deze historische interpretatie niet volstaat om de realiteit van vandaag te duiden. „Vanuit historisch perspectief zou ik zeggen dat de islam ongetwijfeld een existentiële bedreiging vormde”, verklaarde hij, waarbij hij opmerkte dat dit niet langer het geval is omdat de islam niet meer over de militaire en economische macht beschikt die nodig is om het Westen te veroveren.

Ibrahim accepteert niet langer de interpretatie dat de westerse elites die voorstander zijn van onbeperkte immigratie oprecht geloven dat alle culturen en religies naast elkaar kunnen bestaan zolang maar in de materiële behoeften wordt voorzien. In plaats daarvan is hij van mening dat dit beleid een weerspiegeling is van wat hij ziet als een opzettelijke vijandigheid jegens de traditionele christelijke beschaving die Europa ooit zijn samenhang gaf.

“De tijd heeft aangetoond dat massale immigratie uit landen met te uiteenlopende culturen en religies niet werkt, dat het leidt tot spanningen en zelfs criminaliteit. En ze zijn niet op hun besluit teruggekomen. Ze blijven hetzelfde doen en gaan zelfs nog verder.” „Op dit moment,” vervolgde hij, „is het onmogelijk te geloven dat dit niet met opzet gebeurt.”

Hij wees op wat hij ziet als een diepe vijandigheid jegens specifiek het traditionele christendom — niet religie in het algemeen, maar de oudere, beschavingsvormende vorm van het geloof die God ver boven regeringen plaatst. “Als je naar openbare scholen in Amerika gaat,” zei hij, “wordt je verteld dat het christendom een probleem was tot aan de Verlichting, die ons de geweldige samenleving heeft gegeven die we vandaag de dag hebben.”

“De grootste vijand van degenen die deze beschaving afwijzen, zijn niet de moslims — het kan hen niets schelen. Het zijn de christenen,” zei hij. “Ze gaan zelfs zo ver dat ze een bondgenootschap aangaan met de moslims en hen steunen en sterker maken vanwege hun haat tegen de christenen en wat zij vertegenwoordigen.”

 

Onverwachte spiegel

Voor Ibrahim weerspiegelt het debat over immigratie in het Westen – en met name in Europa – de diepere vraag of samenlevingen in staat zijn een beschavingsmodel te bieden dat overtuigend en zelfverzekerd genoeg is om alleen die individuen aan te trekken die erin willen integreren.

Juist de dynamiek die Ibrahim beschrijft — en die de aanwezigheid van moslims in Europa zo zichtbaar maakt — heeft een effect dat hij veelzeggend vindt. Hoewel sommige jonge westerse mannen zich de afgelopen decennia tot de islam hebben bekeerd, aangetrokken door wat hij omschreef als de helderheid, discipline en onbeschaamde mannelijkheid die veel christelijke samenlevingen lijken te hebben verloren, zorgt de groeiende zichtbaarheid van de islam in Europa ook voor een onwaarschijnlijke bewustwording bij een jonge generatie die het contact met de religieuze praktijken van hun voorouders was kwijtgeraakt.

Als voorbeeld noemde Ibrahim jonge Europeanen die video’s op sociale media plaatsen over het herontdekken van de vastentijd, nadat ze hadden gezien hoe moslimvrienden openlijk de ramadan in acht namen. Hij omschreef deze trend als „een onbedoeld positieve ontwikkeling“.

„Je hebt moslims die niet op die manier zijn opgevoed, en die geven uiting aan de uiterlijke kenmerken van hun religie. Dan worden westerse mensen jaloers en zeggen ze: ‘Wacht eens even, ik dacht dat wij deze dingen niet konden doen – hoe zit het dan met mijn eigen traditie?’” Hij noemde het een van de zeldzame maar oprechte neveneffecten van de zichtbare aanwezigheid van de islam in het Westen, een spiegel die het laat zien wat men aan het verliezen is.

“Het christendom was bedoeld als iets dat een samenleving daadwerkelijk doordringt en doordrenkt.”

 
 

Solène Tadié Solène Tadié is de Europa-correspondent voor EWTN News.

Als Frans-Zwitserse journaliste, gevestigd in Rome en Boedapest, doet zij al jaren verslag van religieuze, politieke en culturele aangelegenheden in heel Europa. Eerder werkte zij op de cultuurrubriek van L’Osservatore Romano, het Italiaanstalige dagblad van het Vaticaan. Naast haar verslaggeving treedt ze regelmatig op als spreker en moderator op internationale conferenties over belangrijke maatschappelijke en beschavingsgerelateerde kwesties. Ze is de auteur van een binnenkort te verschijnen boek met interviews met kardinaal Péter Erdő, Le Royaume et le monde (Cerf, 2026), en werkt momenteel aan een boek over de vernieuwing van het katholieke geloof in Europa, dat in 2027 in de VS zal verschijnen. Ze heeft een masterdiploma in journalistiek behaald aan de Universiteit Roma Tre (Italië) en een diploma in filosofie aan de Pauselijke Universiteit van Sint-Thomas van Aquino (Angelicum, Italië).

 

Bron: https://www.ncregister.com/interview/islam-as-mirror-raymond-ibrahim-west-s-loss-of-faith dd 7 juli 2026.

Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)



4,5 (2)

Beoordeel aub deze post.


Categorieën: ,

Dossier(s): ,

Gerelateerd

Volg EWTN.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!