George Weigel: Kerk moet interpretatie van Vaticanum II door Johannes Paulus II en Benedictus XVI omarmen of irrelevantie tegemoet zien – @NCRegister – Joan Frawley Desmond

0
217
Paus Paulus VI, geflankeerd door kardinaal Alfredo Ottaviani (l), kardinaal Benedetto Aloisi Masella en Mgr. Enrico Dante, zit een inleiding van het Tweede Vaticaans Concilie voor ca. 1963-65. (foto: Lothar Wolleh / Wikimedia Commons)

“Het concilie ging veel meer over het ‘christelijk maken’ van de wereld dan over het veranderen van de Kerk.”

Vaticaan; 5 oktober 2022

George Weigel was een middelbare scholier in Baltimore toen het Tweede Vaticaans Concilie werd afgesloten. Het geloofsleven van katholieken in de Verenigde Staten werd snel op zijn kop gezet toen pastores en theologen de eigenlijke leer van het concilie over liturgische hervorming, kerkelijke discipline en lekenparticipatie betwistten. Nu de Kerk deze maand de 60e verjaardag viert van de opening van het concilie, en de komende Synode over Synodaliteit van 2023 een vaak bittere, gepolariseerde discussie over de erfenis van de concilievaders nieuw leven inblaast, geeft de best verkochte pauselijke biograaf zijn eigen beoordeling: To Sanctify the World: The Vital Legacy of Vatican II, gepubliceerd op 4 oktober door Basic Books.

In een mailwisseling op 3 oktober met senior redacteur Joan Frawley Desmond van het Register beantwoordt Weigel vragen over de hoofdthema’s en -argumenten in zijn boek: de redenen van paus Johannes XXIII om het concilie bijeen te roepen, de inhoud van zijn baanbrekende leerstellingen, waarom de pausen Johannes Paulus II en Benedictus XVI hun eigen “sleutels” voor de interpretatie verschaften, en de pijnlijke lessen van het tumultueuze post-conciliaire tijdperk die nog steeds van toepassing zijn.

U zat op de middelbare school toen het Tweede Vaticaans Concilie eindigde en er een periode van beroering volgde, van de uittocht van vrouwelijke religieuzen tot de vereenvoudigde CCD en de alomtegenwoordige “volksmis”. Zestig jaar later lijkt het alsof we de leer beter en nauwkeuriger begrijpen – of niet?

Het loskoppelen van de eigenlijke leer van Vaticanum II en een amorfe “geest van Vaticanum II” (die achteraf bezien steeds meer lijkt op de geest van de jaren zestig, niet op de Heilige Geest!) was een van de belangrijkste belemmeringen voor een juiste ontvangst en invoering van Vaticanum II. Ik hoop dat we nu op het punt zijn gekomen dat het concilie op de juiste manier kan worden “gelezen”, door de lens van zijn twee belangrijkste teksten, de dogmatische constitutie over de goddelijke openbaring (Dei Verbum) en de dogmatische constitutie over de Kerk (Lumen Gentium). Dat is wat de levende delen van de wereldkerk doen.

Waarom riep paus Johannes XXIII op tot een nieuw oecumenisch concilie dat het zelfbegrip van de Kerk zou verdiepen en tegelijkertijd haar betrokkenheid bij de moderne wereld zou versterken?

Met het bijeenroepen van Vaticanum II wilde Johannes XXIII het christocentrisch geloof van de Kerk nieuw leven inblazen om de moderne wereld te bekeren. Hij geloofde (terecht) dat dit alleen kon gebeuren via een nieuwe methode om de moderne wereld te benaderen. En dat betekende het vinden van een taal voor evangelisatie en catechese die de moderne wereld kon “horen”. Hij wist dat dat tijd zou kosten, en de waarheid is dat we nog steeds worstelen met dat probleem – zelfs nu de moderne wereld steeds onsamenhangender en agressief seculier is geworden.

Tegelijkertijd drong de paus er in zijn openingstoespraak tot het concilie op aan dat het katholieke geloof volledig zou worden verkondigd – op, zoals ik al zei, een manier waarbij de moderne wereld zich kon aansluiten. Het concilie ging dus veel meer over het “christelijk maken” van de wereld dan over het veranderen van de Kerk. 

Hoe benaderde de Romeinse curie deze doelstellingen bij de opening van het concilie, en waarom kreeg haar standpunt geen steun?

De dominante houding van de Romeinse curie in 1953 werd bekritiseerd door een zeer conservatieve curialist, Mgr. Giuseppe De Luca, in een brief aan de toekomstige paus Paulus VI, Mgr. Giovanni Battista Montini, waarin de Luca zei: “In deze verstikkende sfeer van onoprechte en arrogante imbeciliteit zou een schreeuw – chaotisch maar christelijk – misschien enigszins goed doen.” Een interne schoonmaak was nodig; de meer scherpzinnige kerkelijke personen van die tijd wisten dat; en dus werd de poging van de curie om een kort, snel af te hameren concilie te regelen tijdens de eerste dagen van Vaticanum II afgewezen. Montini was het waarschijnlijk eens met De Luca, maar hij wist ook dat het laten ontsnappen van veel opgehoopte stoom bonje zou veroorzaken; zoals hij tegen een vriend zei op de avond dat Johannes XXIII zijn voornemen aankondigde om een concilie bijeen te roepen: “Deze heilige oude jongen weet niet in wat voor wespennest hij aan het porren is.”

In zijn openingstoespraak verklaarde paus Johannes XXIII dat de “grootste zorg” van het concilie de meer effectieve en completere presentatie van “de heilige schat van de christelijke leer” moest zijn. Hoe pakten Dei Verbum en Lumen Gentium deze uitdaging op?

Dei Verbum bevestigde op krachtige wijze de realiteit en het bindend gezag van de goddelijke openbaring door de tijd heen. Dit is precies wat tegenwoordig in Duitsland ter discussie staat: weet God het beter, of wij?

Tegelijkertijd deed Dei Verbum, door te bevestigen dat de goddelijke openbaring echt is, een belangrijke uitspraak over ons: wij zijn schepselen die in staat zijn een goddelijk woord te horen dat in de geschiedenis is gesproken en vervolgens is belichaamd in de vleesgeworden Zoon van God. Dei Verbum bestreed dus het versimpelde concept van de menselijke persoon dat werd verkondigd door het secularisme, of wat Henri de Lubac, een belangrijke theologische invloed tijdens Vaticanum II, “atheïstisch humanisme” had genoemd. Lumen Gentium stelde Christus weer centraal in het leven en de verkondiging van de Kerk en bevestigde dat de mensheid in de Kerk, het Lichaam van Christus op zendingstocht in de geschiedenis, het antwoord zou vinden op haar verlangen naar authentieke menselijke gemeenschap.

U schrijft dat de concilievaders de liturgie benaderden als “het krachtigste instrument van de Kerk om het zuurdesem van het Evangelie naar de hele wereld te brengen.” Hoe heeft die visie vorm gegeven aan de Constitutie over de Heilige Liturgie, Sacrosanctum Concilium, en waarom heeft het tot op de dag van vandaag zo’n bittere controverse opgeroepen?

Iedereen die betrokken is bij de “liturgieoorlogen” zou Sacrosanctum Concilium moeten lezen; dan zal duidelijk worden dat de afgelopen halve eeuw van liturgische onrust is veroorzaakt door inadequate (en erger) implementaties van de Constitutie over de Liturgie, niet door de constitutie zelf. De “correctie” van deze uitvoeringsproblemen was goed op weg tot de recente interventie van het Vaticaan in Traditionis Custodes, die de zaken eerder erger dan beter heeft gemaakt.

Gaudium et Spes, de Pastorale Constitutie van de Kerk in de Moderne Wereld, stelde een nieuwe dialoog met de wetenschap voor, gebaseerd op de waarheid dat Jezus Christus de Heer en Verlosser is die de ware waardigheid van de menselijke persoon en het eigenlijke doel van de menselijke geschiedenis openbaart. Toch geloven tegenwoordig veel katholieken dat de Kerk in dialoog moet zijn met de wereld, maar niet met haar heiliging.

Nu, dat is toch een vergissing, niet? En opnieuw is de kerkelijke crisis in Duitsland het voorbeeld bij uitstek van deze vergissing. De Kerk van de Woke zal niemand tot God brengen, want de woke-ideologie van vandaag (vooral de genderideologie en de LGBTQ+ beroering) ontkent de waarheden van de bijbelse antropologie: wie we zijn, hoe en waarom we gemaakt zijn zoals we zijn, en hoe het gemaakt zijn zoals we zijn in feite het innerlijke leven van de Drie-eenheid weerspiegelt, een gemeenschap van vruchtbare, zichzelf gevende liefde en ontvankelijkheid. 

Het concilie liet de precieze taal van de neo-scholastiek achter zich om een meer authentieke en gastvrije toon aan te bieden die de Kerk in staat stelde “de wereld de hand te reiken … in grootmoedigheid van hart”. Heeft deze verandering uiteenlopende interpretaties van het concilie aangemoedigd, en welke les kunnen we daaruit trekken?

In de decennia vóór het concilie suggereerden enkele van de meest creatieve theologen in de Kerk een “terugkeer naar de bronnen” van het katholieke zelfbegrip in de Bijbel en de kerkvaders als een adequater antwoord op de ongelovigheid van het secularisme dan de syllogismen van de neo-scholastiek. De anti-neo-scholastische polemiek was soms overdreven; dat gold ook voor de neo-scholastische veroordeling van elke nieuwe benadering van het geloofsgoed als breekijzer naar de modernistische deconstructie van het geloof.

In de afgelopen decennia hebben we volgens mij geleerd dat beide methodes van theologisch denken essentieel zijn voor de evangelische missie van de Kerk. Het beste voorbeeld hiervan is misschien wel de encycliek van paus Johannes Paulus II, Veritatis Splendor, die beide benaderingen creatief combineerde om de architectuur van het christelijke morele leven en de pastorale toepassing ervan te schetsen.

Het concilie werd niet bijeengeroepen om een ketterij aan te pakken of een credo te formaliseren, en dat is een van de redenen waarom het er niet in slaagde “gezaghebbende sleutels” aan te reiken die de juiste invoering ervan zouden verduidelijken. Als gevolg daarvan werd de maatschappelijke beroering van die periode een “sleutel” voor de interpretatie. Is dat nog steeds het geval?

Nee, zoals ik uitleg in To Sanctify the World, werden de gezaghebbende “sleutels” tot het concilie geleverd door twee mannen van het concilie, Karol Wojtyla en Joseph Ratzinger, wier pontificaten als Johannes Paulus II en Benedictus XVI moeten worden begrepen als één ononderbroken verhaalboog van gezaghebbende interpretatie van Vaticanum II. Op de buitengewone bisschoppensynode van 1985, bijeengeroepen door Johannes Paulus II en intellectueel geleid door Ratzinger, kreeg de Kerk als het ware de “meestersleutel” (vert.: “loper”) van het concilie: het concept van de Kerk als gemeenschap van discipelen op missietocht.

Aan het eind van de 20e eeuw veranderde Dignitatis Humanae, de verklaring van het concilie over godsdienstvrijheid, de Kerk in een wereldwijde verdediger van mensenrechten. Blijft de verklaring het getuigenis van de Kerk inspireren, of hebben we haar belofte niet ingelost?

Het huidige pontificaat heeft de betekenis van de Verklaring over Godsdienstvrijheid – die ook ging over de grenzen van de staatsmacht – zeker niet begrepen in zijn China-beleid en in zijn schijnbaar inschikkelijke benadering van antikatholieke dictaturen in Cuba, Nicaragua, Venezuela en elders. Niettemin worden katholieken die weigeren onder tirannie te leven nog steeds door de verklaring geïnspireerd; de Oekraïense Grieks-katholieke Kerk is daarvan momenteel misschien wel het meest in het oog springende voorbeeld.

De strijd over de juiste interpretatie van het concilie werd gevoerd door theologische hervormers die van mening verschilden over de vraag of zijn leerstellingen een breuk vormden met de Traditie. Nu de Kerk zich opmaakt voor de Synode over Synodaliteit van 2023 zijn de gevechtslinies verschoven, met hervormers die naar verluidt de kerkelijke discipline willen wijzigen en “aarts-progressieven” die een geheel nieuw model van de Kerk eisen. Uw gedachten?

Aangezien niemand ooit in staat is geweest “synodaliteit” ook maar enigszins nauwkeurig te definiëren, is het moeilijk te weten wat de synode van 2023 zal bereiken. Maar als het de verwarring van de Duitse “synodale weg” weerspiegelt, zal de synode van 2023 verdere belemmeringen opwerpen voor de evangelische missie van de Kerk. Je kunt niet evangeliseren met Catholic Lite, omdat Catholic Lite onvermijdelijk vervalt tot Catholic Zero.

U gelooft dat het concilie de basis heeft gelegd voor zowel de ineenstorting van het Europese communisme als voor de explosieve groei van het katholicisme in Afrika ten zuiden van de Sahara. Wat maakte het verschil?

De verklaring over godsdienstvrijheid gaf de katholieke revolutie voor de mensenrechten in Oost- en Midden-Europa kracht en gaf Johannes Paulus II het platform voor zijn gedurfde campagne voor de vrijheid van de volkeren van wat wij vroeger de “gegijzelde naties” noemden.

De oproep van het concilie aan de Kerk om haar missionaire essentie terug te vinden, en de ontkoppeling van de Kerk van de staatsmacht (en dus van het kolonialisme), waren essentieel bij het leggen van de basis voor de enorme groei van de Kerk in Afrika ten zuiden van de Sahara.

Als het, zoals u zegt, een eeuw duurde voordat de Kerk de leer van het Concilie van Trente volledig beleefde, hebben we dan meer tijd nodig om de leer van het Tweede Vaticaans Concilie goed te absorberen? Wat geeft u hoop?

De levende delen van de wereldkerk van vandaag zijn die delen die de gezaghebbende interpretatie van het concilie door Johannes Paulus II en Benedictus XVI hebben omarmd als een oproep om te evangeliseren met de volheid van het katholieke geloof. Dat is het empirische gegeven. En het parallelle feit is dat de stervende delen van de wereldkerk die delen zijn die blijven proberen om de hersenschim van Katholiek Lite te laten werken – wat niet gebeurt, nergens.

Als de Synode van 2023 niet uitgaat van deze twee empirische feiten, zal zij niet trouw zijn aan de authentieke geest en leer van Vaticanum II.


221009 | [XLS000] | 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in