De mannen die Roe v. Wade schreven – Sue Elllen Browder @NCRegister

0
927
L-R: Rechter Harry Blackmun. Harry Emerson Fosdick. Lawrence Lader. George Frampton. (foto: Officiële foto/Wikimedia Commons/Bob Strong / Public domain/Getty)

COMMENTAAR: Als het besluit van het Hooggerechtshof dat abortus in het hele land legaliseerde sneuvelt, zal dat niet zijn omdat de ene politieke partij verloor en de andere won, maar omdat het gerechtelijk oordeel was gebouwd op een fundament van zand.

Sue Ellen Browder; Commentaren; 20 mei 2022

Verscheidene jaren geleden, toen ik voor mijn boek Subverted journalistiek onderzoek deed naar de geschiedenis van de feministische beweging, reisde ik van Californië naar de U.S. Library of Congress om de Harry A. Blackmun Papers te lezen. Tijdens eerder onderzoek had ik ontdekt dat een weinig bekend boek met de titel Abortion – dat vele historische, sociale, juridische en theologische fouten bevat – was gebruikt als basis om de redeneringen op te bouwen in de gerechtelijke oordelen Roe v. Wade en Doe v. Bolton van het Amerikaanse Hooggerechtshof in 1973, die abortus in elke staat legaliseerden op elk moment gedurende de zwangerschap van een vrouw.

Om onze democratie effectief te laten functioneren, rekenen de Amerikanen erop dat het Hooggerechtshof zijn juridische adviezen alleen baseert op de meest solide, betrouwbare bronnen. Dus hoe kon het Hof dit beslist onbetrouwbare boek zeven keer citeren als bron voor de meest controversiële beslissing van de 20e eeuw?

Rechter Harry Blackmun, de auteur van Roe en Doe, had ogenschijnlijk elk stukje papier dat ooit over zijn bureau is gegaan bewaard – 500.000 pagina’s in totaal, die (samen met 38 uur mondelinge geschiedenis) nu in zo’n 1.600 dozen op meer dan 600 voet aan plankruimte in de Library of Congress staan. Het leek er dus op dat de Blackmun Papers aanwijzingen zouden kunnen bevatten om het mysterie te helpen ontrafelen.

Het abortusdebat in ons land wordt meestal neergezet als een cultuuroorlog tussen “liberale Democraten” en “conservatieve Republikeinen”. Deze sterk polariserende kwestie heeft invloed gehad op alle drie takken van de overheid op federaal, staats- en lokaal niveau. Dus hoe kon dan Harry Blackmun, naar verluidt een goede huisvader, overtuigd Christen en conservatief Republikein, uiteindelijk de Roe en Doe adviezen schrijven die abortus in elke staat legaliseerden?

Om het zacht uit te drukken, dat was niet gemakkelijk. Blackmun, een kandidaat van Richard Nixon en conservatieve Republikein, door de Senaat met 94-0 stemmen benoemd, was opgegroeid in een arbeiderswijk in St. Paul, Minnesota, als zoon van een vader die met moeite de eindjes aan elkaar kon knopen door een groothandel in groente en fruit te runnen. Blackmun, die talent had als redenaar, won op 16-jarige leeftijd een beurs voor Harvard, maar het was moeilijk voor hem geweest om van thuis te scheiden. De avond voordat hij naar Harvard vertrok voor zijn propedeuse, huilden zowel hij als zijn moeder Theo, en hij schreef in zijn dagboek dat “afscheid nemen van de beste mensen thuis die je kon wensen en van je beste vrienden ter wereld, een verdomd zware klus was”. Op 61-jarige leeftijd, toen hij bij het Hof kwam, was Blackmun volgens iedereen een toegewijde echtgenoot en huisvader die de United Methodist Church bezocht, regelmatig zijn tienden betaalde en zelfs af en toe een preek hield.

Kort nadat Blackmun bij het Hof was gekomen, werd hem de opdracht als een onwelkome verrassing overhandigd. Opperrechter Warren Burger (een jeugdvriend van hem) gaf hem de taak om de gerechtelijke oordelen te schrijven – hoewel, volgens de voormalige Washington Post verslaggevers Bob Woodward en Scott Armstrong, Blackmun’s vakmanschap finesse miste en hij “verreweg de langzaamste schrijver van het Hof” was. Niet alleen waren de stemmen van de rechters in de conferentie achter gesloten deuren na de pleidooien onvoorspelbaar in een nek-aan-nekrace geëindigd, maar de opperrechter geloofde ook dat de uiteindelijke beslissing van het Hof zou staan of vallen met de schrijftrant van Blackmun’s gerechtelijke oordeel.

Helaas voor Blackmun, was abortus een onderwerp waar hij zelden over had nagedacht. Op een avond in 1972, kort nadat hij de opdracht had gekregen om het gerechtelijk oordeel over abortus te schrijven, zat Blackmun thuis te eten met zijn vrouw Dottie en hun drie volwassen dochters. Hij vroeg de vier vrouwen die aan tafel zaten: “Wat zijn jullie visies m.b.t. abortus?” New York Times journaliste Linda Greenhouse vertelt dat zijn dochter Susan, de jongste, zich herinnerde: “Het antwoord van mama was iets rechts van het midden. Ze was voor keuzevrijheid, maar met enkele beperkingen. Sally’s antwoord was zorgvuldig doordacht en bevond zich in het midden. … Nancy, afgestudeerd aan Radcliffe en Harvard, uitte een intellectueel linkse mening. Ik had mijn hippiefase nog niet achter me gelaten en spuide een extreem-links, shockeer-de-oude-man antwoord. Pa legde zijn vork halverwege de hap neer en schoof zijn stoel naar achteren. Ik denk dat ik even ga liggen’, zei hij, ‘Ik krijg hoofdpijn’.

Toch, als hij voor een moeilijke taak stond, was Blackmun geen lijntrekker. Als hij een zware taak te doen kreeg, was hij vastbesloten die goed uit te voeren. Om zijn gerechtelijke oordelen te schrijven trok hij zich terug in de bibliotheek op de tweede verdieping van het gerechtsgebouw, waar hij zijn meeste wakkere uren in stille eenzaamheid doorbracht, moeizaam werkend aan een lang mahoniehouten bureau. Maanden gingen voorbij. Terwijl de wintersneeuw overging in de lente en de kersenbloesems uitbotten, bleef Blackmun verscholen in de bibliotheek.

Toen Blackmun halverwege mei eindelijk een ontwerp van zijn gerechtelijk oordeel over Roe liet zien aan één van zijn politiek linkse, $15.000 per jaar verdienende gerechtsambtenaren, beweerde, volgens de Blackmun Papers, de klerk “verbaasd” te zijn dat het ontwerp zo grof geschreven en slecht opgebouwd was. Om een lang verhaal kort te maken, Blackmun kreeg kritiek van zijn collega’s in de rechtbank, zowel van links als van rechts. Dus trok hij het ontwerp in en vroeg om alle kopieën aan hem terug te geven. Omdat hij de pleidooien voor de zaken zwak had gevonden, had hij al het plan opgevat de medische bibliotheek van de Mayo Clinic in St. Paul, Minnesota te bezoeken om zijn eigen onderzoek naar abortus te doen. De Mayo Clinic was volgens Greenhouse’s boek een speciale plaats voor Blackmun; hij had er negen jaren doorgebracht als een “doktersadvocaat”, die hij zich later als de gelukkigste van zijn professionele leven zou herinneren.

Volgens The Brethren bleef, terwijl hij in de zomer van 1972 in Mayo onderzoek deed naar abortus, een van zijn politiek liberale gerechtelijke ambtenaren – de 28-jarige George Frampton – achter in Washington om te helpen bij het schrijven van de gerechtelijke oordelen. In tegenstelling tot Blackmun, was George (een voormalig hoofdredacteur van Harvard Law Review) een uitstekend schrijver. Uit de schriftelijke verslagen blijkt duidelijk dat George hulp verleende aan Blackmun bij het structureren van de gerechtelijke oordelen en dat hij een groot deel van de abortusgeschiedenis in Roe en Doe schreef.

Daar komt nog bij, dat Blackmun en zijn klerk Roe en Doe grotendeels bouwden op de onjuiste aannames in dat onbetrouwbare boek dat eerder werd vermeld. Gepubliceerd in 1966, was de volledige titel van het boek: Abortion: The first authoritative and documented report on the laws and practices governing abortion in the U.S. and around world and how – for the sake of women everywhere – they can and must be reformed. (Abortus: Het eerste gezaghebbende en gedocumenteerde verslag over de wetten en praktijken die abortus beheersen in de VS en rond de wereld en hoe- ten behoeve van vrouwen overal- deze kunnen en moeten worden hervormd. Red.). Auteur was een tijdschriftschrijver genaamd Lawrence Lader, wiens belangrijkste eerdere werk een biografie was van de oprichtster van Planned Parenthood, Margaret Sanger (van wie hij verklaarde dat zij “de grootste invloed” in zijn leven was).

Samen met Dr. Bernard Nathanson was hij medeoprichter van de National Association to Repeal Abortion Laws (nu NARAL Pro-Choice America). Lader was een erfgenaam van oud geld die geloofde dat de wereld zo overbevolkt raakte met arme mensen dat we allemaal spoedig dood zouden gaan van de honger, een vooronderstelling die hij uiteenzette in een ander van boek van hem, Breeding Ourselves to Death. In zijn opvatting was de manier om al die arme vrouwen ervan te weerhouden zich voort te planten en de planeet te ruïneren, hen aan de voorbehoedsmiddelen te krijgen, met abortus als backup wanneer anticonceptie faalde.

Als seksueel revolutionair, schreef Lader in Abortion II: Making the Revolution dat het idee om abortus te legaliseren “een aanslag was op de basisprincipes van de Rooms-Katholieke Kerk en fundamentalistische geloofsrichtingen, maar nog belangrijker, op het hele systeem van seksuele moraliteit waaraan de middenklasse lippendienst bewees.” Hij noemde zwangerschap “de ultieme straf van seks” en zei dat knoeien met abortus, het hele systeem van seksuele moraliteit in de VS in elkaar zou kunnen doen storten.

Lader had zijn boek Abortion geschreven om een betoog te creëren dat de abortuswetgeving in elke staat zou herroepen – en, hoe verbazingwekkend het ook klinkt, hij slaagde daarin. Zijn verzonnen geschiedenis van de abortus, samen met twee met fouten doorspekte papers over de geschiedenis van abortus van NARAL-advocaat Cyril Means, vormden de onderliggende structuur voor Roe v. Wade en worden in het gerechtelijk oordeel 14 keer expliciet geciteerd.

Een van Lader’s meest overtuigende argumenten was gebaseerd op de aanname dat abortus op verzoek “de ultieme vrijheid” was voor vrouwen – een “recht” dat vrouwen altijd al hadden gewild en dat, dankzij de wonderen van de moderne geneeskunde, nu veiliger was dan zwangerschap. Ironisch genoeg zou Sanger uiteindelijk met Lader breken over zijn radicale ideeën over abortus; vaak en herhaaldelijk veroordeelde zij abortus als moord. En toch, zelfs in augustus 1992 nog, herhaalde Blackmun volgens zijn documenten nog steeds Lader’s bewering dat vrouwen abortus “nodig” hebben om “vrij” te zijn, toen hij zei dat Roe en Doe “naar mijn mening een waterscheiding zijn op de weg die we moeten gaan op weg naar de emancipatie van vrouwen. ”

Wat Blackmun blijkbaar niet wist, was dat de meeste feministen die aan de wieg stonden van het vrouwenkiesrecht, tegen abortus waren, en dat tot 1967 de roep om hervorming van de Amerikaanse abortuswetgeving voornamelijk door mannen werd gevoerd. In zijn 1.283 pagina’s tellende boek Dispelling the Myths of Abortion History, schrijft de inmiddels gepensioneerde professor in de rechten aan de Villanova Universiteit, Joseph Dellapenna: “Ondanks de groeiende mythologie die de hele beweging voor geboortebeperking, evenals die voor abortushervorming, in de twintigste eeuw beschrijft als een ‘vrouwenbeweging’, werden beide bewegingen tot het eind van de jaren zestig grotendeels geleid door mannen (vooral artsen)”. Verder merkt Dellapenna op, dat “tot voor heel kort de meeste feministen sterke tegenstanders van abortus waren, en hoe verder men teruggaat in de tijd, hoe eensgezinder feministen worden in hun afkeer van abortus.”

Dus waarom, vraagt Dellapenna zich af, lijken zoveel pro-abortus historici (waaronder Lader en Means) “niet in staat te zijn geweest om zich te realiseren dat tot voor kort zelfs de meest militante feministen abortus beschouwden als een afschuwelijke misdaad tegen de natuur en tegen vrouwen, een misdaad die de samenleving zou moeten verbieden en proberen uit te roeien”? Hij concludeert dat historische revisionisten een nieuwe geschiedenis van abortus hebben verzonnen “waarvoor geen bewijs bestaat behalve de intuïtie van de historicus”. Dat was dus zeker één valse aanname in Lader’s boek die Blackmun en zijn klerk op een dwaalspoor bracht.

Maar misschien had een nog overtuigender argument van Lader te maken met religie – en in het bijzonder met de geschiedenis van de veroordeling door de Katholieke Kerk van het opzettelijk doden van een baby in de baarmoeder. Door selectief zijn weg te banen door de geschiedenis van de Kerk, verzon Lader een geschiedenis waarin hij beweerde dat de Kerk gedurende twee millennia in verwarring was geweest over waar de grens te trekken over abortus en wanneer het leven begint. Lader weefde een ingewikkeld web van woorden waarin hij een middeleeuws debat tussen theologen opnam over wanneer het lichaam van een baby “met de ziel begiftigd” werd, waarbij hij de ziel van de baby scheidde van diens lichaam, om op die manier  impliciet te beweren dat, totdat een “foetus” een ziel “ingegoten” heeft gekregen, de baby in de baarmoeder geen echte persoon is, zelfs niet in de ogen van de Kerk.

Wat Blackmun niet wist is wat de Katholieke Kerk sinds apostolische tijden heeft onderwezen: dat een levende menselijke persoon niet gescheiden is in twee delen (fysiek/geestelijk), maar is verenigd in één belichaamde ziel. Zoals David Albert Jones, directeur van het Oxford’s Anscombe Bioethics Centre, opmerkt in The Soul of the Embryo, zelfs gedurende die historische perioden waarin het debat over “ensoulment” (“een ziel ontvangen”, red.) gaande was, “werd de opzettelijke vernietiging [van het embryo] beschouwd als een vorm van doodslag”. Christus, de tijdloze Zoon van God, kwam de tijd binnen in het vlees als een embryo.

Toen Lader verbaal de baby in de baarmoeder in stukken sneed – het stoffelijke lichaam afgesplitst van de ziel – liet hij gewoon een echo weerklinken van een oude gnostische ketterij die de katholieke kerk sinds de eerste eeuw heeft geteisterd. De gnostiek, die leert dat er een “kloof” bestaat tussen God en de materiële wereld, is een ‘vormveranderaar’. Het kan vele gedaanten aannemen, afhankelijk van de ideeën die op dat moment in de mode zijn.

Waarom was Blackmun, die schreef over de “ensoulment” notie in zijn gerechtelijk oordeel, zo kwetsbaar voor de theologische dwalingen die Lader verkondigde? Hoewel we niet in het hart van Blackmun kunnen kijken, kunnen we uit zijn papieren opmaken dat hij nogal gesteld was op de theorieën van de liberale protestantse dominee Harry Emerson Fosdick.

Fosdick, een sleutelfiguur in de liberaal-fundamentalistische splitsing in het Amerikaanse protestantisme in de twintiger jaren van de vorige eeuw, was een rationalist die zijn hele volwassen leven weigerde de geloofsbelijdenis van Nicea of de apostolische geloofsbelijdenis te reciteren. Hij verwierp vele apostolische christelijke leerstellingen, waaronder Jezus’ maagdelijke geboorte, zijn lichamelijke verrijzenis en de wederkomst (die hij een “achterhaalde formulering van hoop” noemde). Fosdick predikte “daden, geen geloofsbelijdenissen” en leerde dat men een “echt persoon” wordt door actie. Hij karakteriseerde een baby als onvoltooid bij de geboorte en schreef: “Het basisfeit betreffende menselijke wezens is dat elke normale zuigeling [slechts] de rudimenten van een persoonlijk leven bezit.”

Een van de vele critici van Fosdick, de nieuwtestamentische geleerde J. Gresham Machen, verklaarde: “De vraag is niet of de heer Fosdick mensen voor zich wint, maar of datgene waarvoor hij hen wint het christendom is.”

Terugvurend op zijn critici, antwoordde Fosdick: “Ze noemen mij een ketter. Wel, ik ben een ketter als conventionele orthodoxie de standaard is. Ik zou me moeten schamen om in deze generatie te leven en geen ketter te zijn.”

Toch vonden miljoenen Amerikanen (inclusief Blackmun) Fosdick gewoon geweldig. Dit was een gemakkelijk-te-begrijpen, mens-gericht “evangelie” zonder al dat verwarrende mystagogische gedoe erin. De industrieel, filantroop en aanhanger van bevolkingscontrole, John D. Rockefeller Jr., voelde zich zo aangetrokken tot Fosdick’s versie van het “christendom” dat hij de niet-confessionele Riverside Church in Manhattan financierde (compleet met school, gymzaal, danszaal en klokkentoren van 22 verdiepingen), waar Fosdick de eerste voorganger werd en 16 jaar lang predikte.

Zeer onder de indruk van Fosdick, riep Blackmun graag kerstavond 1930 in herinnering, toen hij, als 22-jarige student, bij een vriend thuis aan de beroemde prediker werd voorgesteld en zij samen een “leerzame” avond beleefden. Op 78-jarige leeftijd, in een toespraak die hij hield op 20 september 1987, vanaf de kansel van de Metropolitan Memorial United Methodist Church in Washington, D.C., bracht Blackmun in herinnering:

“Dr. Fosdick was toen de senior predikant van Riverside Church en op het hoogtepunt van zijn nationale reputatie. … Na het diner vroeg hij of we het leuk zouden vinden naar de kerk te gaan en de klokkentoren te beklimmen om de stad vanaf die hoogte te zien. We stemden toe. Hij leidde mijn kamergenoot en mij die lange trap op in de kou van een decembernacht in New York. Uiteindelijk bereikten we het niveau van de klokken en keken uit over wat een grote massa lichtjes leek te zijn. Lichtjes van de Bronx en op de Hudson, lichtjes aan de overkant van de East River tot aan Queens en Brooklyn en Long Island, lichtjes westwaarts over de Hudson naar New Jersey, en lichtjes zuidwaarts over Manhattan zelf. Ik riep iets uit over de schoonheid ervan en hoe bijzonder het was om daar op kerstavond te zijn. Dr. Fosdick wendde zich tot mij en zei: ‘Jongeman, het is prachtig, maar onder die schijnbare schoonheid en onder die lichtjes is er meer ellende dan je je kunt voorstellen.’ Ik ben het nooit vergeten. … De strijd tegen het onvolmaakte is nooit gewonnen. De vraag is, wat ga je er aan doen? Dat is, denk ik, de uitdaging – de christelijke uitdaging zo u wilt – voor deze tijd.”

Volgens Fosdick’s versie van het christendom is de wereld onvolmaakt en oneerlijk, en is het volledig aan de moedige, krachtige, self-made man van actie om het te repareren. Blackmun leek zichzelf voor te stellen als zo’n man. Ons wordt vaak verteld dat een ambtenaar zijn persoonlijke relatie met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (of zijn gebrek daaraan) niet mag toestaan zich “op te dringen” aan anderen in het openbare domein. Maar men kan wat een mens gelooft niet scheiden van wie hij is en wat hij doet. Harry Blackmun’s geloofsopvattingen over God en de mens hebben een grote invloed gehad op het schrijven van Roe v. Wade, een openbaar document dat heeft bijgedragen aan de dood van miljoenen onschuldige kleine mensjes. Zoals journalist Stuart Taylor Jr. opmerkte in Legal Times, zag Blackmun “elke abortuszaak als een nieuw front in een heilige oorlog waarin hij een zeer persoonlijk belang had”. Het ontkennen van de realiteit dat ons privé-leven van invloed is op het publieke domein is je overgeven aan illusie.

Wat betreft de historische fouten die in de abortusoordelen van het Hooggerechtshof zijn geslopen via de valse juridische geschiedenissen die door Lader en Means zijn geconstrueerd, er zou een boek van lange adem nodig zijn om ze allemaal in detail te bespreken. Gelukkig heeft Dellapenna in “Dispelling the Myths of Abortion History” deze fouten al voor ons ontmaskerd. In zijn wetenschappelijk artikel “The Historical Case Against Roe v. Wade,” merkte hij verder op dat in een ander abortusbesluit van het Hof, Casey v. Planned Parenthood (1992), “het enige punt waar alle negen rechters het over eens waren … was dat de grondwettelijkheid van abortuswetten afhing van hun verenigbaarheid met de ‘geschiedenis en traditie’ van het land. Helaas was de geschiedenis in Roe grotendeels verkeerd, en geen van de rechters in Casey leek geneigd om die geschiedenis opnieuw te onderzoeken in iets meer dan de meest algemene termen.”

Verre van spijt te hebben van de historische en theologische fouten die hij het Hof had aangesmeerd, was Lader trots op de ideeën in zijn boek Abortion, zozeer zelfs dat hij nog twee boeken schreef, Abortion II: The Making of a Revolution en Ideas Triumphant, waarin hij opschepte over zijn overwinning. Op de dag dat het Hooggerechtshof de abortusuitspraken deed – 22 januari 1973 – overleed President Lyndon B. Johnson, dus de zaak kreeg die dag vrijwel geen aandacht van de pers. Maar Lader had het door, en hij was opgetogen. De volgende dag, zo rapporteerde hij, vierden de leiders van de abortusbeweging feest onder het genot van champagne, zoals Lader verhaalt in Ideas Triumphant.

Ondertussen, omdat de gerechtelijke oordelen zoveel fouten bevatten, ontketenden Roe en Doe snel een explosieve controverse die van de arme Blackmun een hoofddoelwit maakte van minachting van geleerden en publieke belediging.

De hele waarheid verenigt mensen. Maar “halve waarheid, beperkte waarheid en waarheid buiten de context” (dat is hoe de Franse filosoof Jacques Ellul, in Propaganda: The Formation of Men’s Attitudes, zegt dat propaganda werkt) heeft de neiging ons te verdelen en uit elkaar te trekken. De eerste kritiek op de ingewikkelde woordenconstructie die bekend staat als Roe kwam van politiek links.

In een vernietigend artikel in de Yale Law Journal schreef de liberale professor in de rechten John Hart Ely (een voorstander van abortus) dat Roe “een zeer slechte beslissing is. … Het is slecht omdat het slecht grondwettelijk recht is, of liever omdat het geen grondwettelijk recht is en bijna geen indruk geeft van een verplichting om het te proberen te zijn”.

Ely’s kritiek kreeg al snel bijval van andere invloedrijke stemmen. “Een van de meest merkwaardige dingen aan Roe is dat achter zijn eigen verbale rookgordijn, de inhoudelijke beoordeling waarop het berust nergens te vinden is,” merkte professor in de rechten Laurence Tribe op in Harvard Law Review. Professor in de rechten Gregory Sisk, van de St. Thomasuniversiteit, een van de scherpste critici van Roe, verklaarde in Missouri Law Review: “De algemene consensus onder rechtsgeleerden, ongeacht hun mening over abortus of over het uiteindelijke resultaat van de zaak, blijft dat het gerechtelijke Roe-oordeel intellectueel en juridisch gezien slordig is”. Zoals pro-life advocaten Dennis J. Horan en Thomas J. Balch aangaven in hun essay “Roe v. Wade: geen rechtvaardiging in de geschiedenis, de wet of de logica”: “Vrijwel elk aspect van de historische, sociologische, medische en juridische argumenten die rechter Harry Blackmun gebruikte om de Roe-uitspraak te ondersteunen, is onderworpen aan intense wetenschappelijke kritiek.” 

Intussen varieerde de reactie van het publiek op Roe van bewonderende lof tot hartstochtelijke verontwaardiging. Brieven gericht aan Blackmun stroomden bij tienduizenden binnen bij het gerechtshof en hij las ze bijna allemaal, aldus Edward Lazarus in zijn boek Closed Chambers: The Rise, Fall and Future of the Modern Supreme Court. Alle denkbare scheldwoorden werden naar Blackmun’s hoofd geslingerd. Hij werd Hitler genoemd, slager van Dachau, Pontius Pilatus, Herodes, een babymoordenaar en een gek. Briefschrijvers verklaarden “je moeder had je moeten aborteren” of “ik heb gebeden voor je onmiddellijke dood”. Hij ontving doodsbedreigingen en, een keer, een kogel door het raam van zijn huiskamer.

Blackmun, die zichzelf niet zag als een voorstander van abortus maar gewoon als een man die een moeilijke opdracht had gekregen en zijn uiterste best had gedaan om die uit te voeren, vond de ervaring ontregelend. In een brief aan een katholieke priester die een persoonlijke vriend van hem was, bekende Blackmun volgens Greenhouse’s boek: “Ik deel uw afkeer van abortus.” Verder, sprekend over alle boze brieven die hij had ontvangen, zei hij tegen de directeur van de aalmoezeniersdienst van het Rochester Methodist Hospital: “Ik ben nog nooit zo persoonlijk mishandeld en beschimpt.” Gedurende zijn jaren aan het Hof veranderde Blackmun van een van de meer conservatieve leden van het Hof tot een van de meest liberale ervan- misschien, suggereerde een van zijn klerken, tenminste gedeeltelijk door de bewieroking die hij van links ontving en de geseling die hij van rechts ontving, zoals verhaald wordt in Dispelling the Myths.

Hoewel Blackmun zich bekommerde om wat de Amerikanen van Roe vonden, kreeg hij in de loop der jaren een steeds dikkere huid en was hij vastbesloten om voet bij stuk te houden. Boven zijn bureau in zijn kantoor hing een ingelijst citaat met de titel “Duty As Seen By Lincoln,” (red.: plicht zoals gezien door Lincoln) dat, zo schrijft Koh, luidde:

Als ik zou proberen alle aanvallen op mij te lezen, laat staan te beantwoorden, zou deze winkel net zo goed gesloten kunnen zijn voor andere zaken. Ik handel naar mijn beste weten – mijn uiterste best – en ik ben van plan dat tot het einde te blijven doen. Als ik op het eind gelijk blijk te hebben, stelt het niets voor wat er tegen me gezegd wordt. Als ik op het eind ongelijk blijk te hebben, zouden tien engelen die zweren dat ik gelijk had, geen verschil maken.

Wat als Blackmun had geweten dat hij en zijn klerk Roe bouwden op de historische, juridische, sociale en theologische fouten van Lader – en dat veel feministen abortus verafschuwden als een misdaad tegen vrouwen? Wist hij dat Fosdick zijn eigen “ik als god” religie had uitgevonden, waarbij hij de Bijbel en de leer van de apostelen had verlaten? Wat als hij had geweten dat Lader’s “ensoulment” argument (specifiek genoemd in Roe), dat de ziel van de ongeboren baby scheidde van zijn lichaam, historisch en theologisch onjuist was? Als Roe sneuvelt, zal dat niet zijn omdat de ene politieke partij verloor en de andere won, maar omdat het gerechtelijke oordeel was gebouwd op een fundament van zand.

Hoewel Blackmun er nooit publiekelijk spijt over heeft betoond dat hij Roe en Doe heeft geschreven, leek ambivalentie over de gerechtelijke oordelen hem de rest van zijn leven te achtervolgen. In een interview dat in februari 1974 in de Washington Post verscheen, verklaarde hij profetisch dat de uitspraak in Roe v. Wade zou worden beschouwd “als een van de ergste fouten in de geschiedenis van het hof, of als een van zijn belangrijke beslissingen, een keerpunt,” zoals Blackmun’s documenten vertellen. Tijdens zijn toespraak voor het Nationaal Gebedsontbijt op 18 januari 1979, citeerde Blackmun de Bijbel: “Ik presenteer u het leven of de dood, de zegen of de vloek. Kies dan het leven, zodat u en uw nakomelingen mogen leven. …” Daarna voegde hij eraan toe: “Help ons deze woorden te herinneren. En mogen wij, inderdaad, het leven kiezen.”

In het openbaar weigerde Blackmun toe te geven dat zijn gerechtelijke oordelen ook maar enige gebreken vertoonden. Toen zijn pensionering naderde, grapte hij zelfs in een toespraak aan de Harvard Law School dat hij “in de buurt wilde blijven om te voorkomen dat die grappenmakers Roe zouden overrulen”, zoals Sisk verhaalde in “The Willful Judgment of Harry Blackmun”.

Maar privé, als hij achter gesloten deuren sprak op het Aspen Institute for Humanistic Studies (volgens Blackmun’s documenten een plaats waar hij zich veilig voelde omdat hij aannam dat er geen mensen van de media aanwezig waren), bekende Blackmun in 1992: “De invoeging van een formulering, waar een collega op had aangedrongen, met oog op het gevolg dat een foetus geen persoon was, heeft zich ontwikkeld tot een brandpunt van misbruik. … Ik wou dat die formulering niet in de definitieve versie had gestaan.”

Blackmun zei meer dan eens dat hij Roe “tot zijn graf” met zich mee zou dragen. En dat was zo. Toen hij op 90-jarige leeftijd stierf, vermeldde bijna elke krant in het land Roe of het ’recht’ op abortus in de kop van zijn overlijdensbericht. Voor een jongen die opgroeide in een volksbuurt in St. Paul en later een van de machtigste rechters van Amerika werd, is het feit dat zijn nagedachtenis voor altijd voornamelijk aan deze ene zaak verbonden zal blijven, inderdaad een trieste erfenis. In een ironische wending zong de congregatie tijdens zijn herdenkingsdienst op 9 maart 1999 in de Metropolitan Memorial United Methodist Church Blackmuns favoriete muziekstuk, The Whiffenpoof Song – “We are poor little lambs, who have lost our way.”

Een van de vele verrassingen in de Blackmun Papers was een ontroerend gedicht van een anonieme auteur. Het is onduidelijk of Blackmun, de Republikein, het zelf geschreven heeft of dat het gewoon een favoriet gedicht van hem was. Het gedicht was uitgetikt op een oude handmatige typemachine uit de 20e eeuw en getiteld The Dawning:

Ik bid zoals de berouwvolle dief bad

tot Hem die stierf op Golgotha,

Wanneer Gij in Uw Koninkrijk komt,

in barmhartigheid, Heer, gedenk mij.

We wisten niet, wisten niet wat we deden,

En waarlijk, Gij zijt de Zoon van God;

Voor ons die U afslachtten, bad Gij.

Vergeef, o God, vergeef mij nu.

In sommige delen van onze samenleving wordt Roe v. Wade al bijna 50 jaar aanbeden alsof het een stenen godheid is op wiens voeten de woorden staan gegrift “op deze rots staat de emancipatie van de vrouw”. In werkelijkheid is het gerechtelijke oordeel niet zoiets. Want Roe is slechts een papieren document opgebouwd uit woorden die werden geschreven en herschreven door onwetende mannen – en die, in het licht van een nieuwe dag, opnieuw kunnen worden geschreven.

Sue Ellen Browder

Sue Ellen Browder Sue Ellen Browder is de auteur van Sex and the Catholic Feminist: New Choices for a New Generation (Ignatius).

Bron: The Men Who Wrote Roe v. Wade| National Catholic Register (ncregister.com)

 

Wilt u meer lezen over bijvoorbeeld ‘Besluit Roe vs Wade‘? Klik dan hier,  of op één van de andere ‘tags’ boven aan dit artikel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in