Waarom verdwijnt Jezus bij Emmaüs?

3 juni 2026 – Henry Fuseli, „Christus verdwijnt bij Emmaüs“, 1792, Yale Center for British Art, New Haven, Connecticut. Foto: publiek domein |

 
 

NCRegister | Pater Michael Johns |

 

COMMENTAAR: De weg naar Emmaüs helpt ons de Verrezen Heer te herkennen als aanwezig in de eucharistie.


Toen de verrezen, maar nog steeds niet herkende Jezus met de twee discipelen in Emmaüs aan tafel zat, “nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun” (Lucas 24:30). Onmiddellijk gebeurden er verschillende dingen: hun ogen werden geopend; zij herkenden Hem; Hij verdween uit hun gezicht (Lucas 24:31).
Waarom verdwijnt Christus? Een belangrijke passage uit het Oude Testament kan ons helpen onze weg te vinden.


De achtergrond in het Oude Testament: Rechters 6

Rechters 6:1-24 vertelt over de roeping van Gideon. Het hoofdstuk begint met een bekend verhaal: Gods volk heeft gezondigd en het verbond verbroken. Als gevolg van hun ontrouw aan het verbond is Israël onder de verschrikkelijke macht van de Midianieten gevallen.
De Here God zal echter ingrijpen om zijn volk te redden. In de gedaante van zijn engelachtige boodschapper bezoekt God de onaanzienlijke Gideon en zegt tegen hem: “De Heer is met u, dappere strijder!” (Rechters 6:12). De formule “De Heer is met u” roept het verbond in herinnering, waarmee God zich aan zijn volk verbindt — en in feite wordt de roeping van Gideon afgesloten met een hernieuwing van dit verbond:
Maar Gods engel zeide tot hem: Neem het vlees en het ongedesemde brood, leg het neer op die steen, en giet er het nat over uit. Toen hij dat gedaan had, strekte de engel van Jahweh de punt van de staf uit, die hij in zijn hand hield, en raakte er het vlees en het ongedesemd brood mee aan. En er schoot een vuur uit de steen, dat het vlees en het ongedesemd brood verteerde. Toen verdween de engel van Jahweh. (Rechters 6:20-21).
Door deze passage naast de handelingen van Christus in Emmaüs in Lucas 24 te leggen, komen enkele opmerkelijke parallellen naar voren. In beide passages is er sprake van een rituele maaltijd waarbij God betrokken is, wiens aanwezigheid op de een of andere manier verhuld is (in Rechters wordt Hij vertegenwoordigd door een engel, en de opgestane Jezus wordt niet herkend). Verder bekrachtigt de rituele maaltijd in beide passages een verbond. Het is de moeite waard om even bij dit punt stil te staan.
Leviticus 9:22-24 beschrijft de inwijding van het altaar — en daarmee de inwerkingtreding van het offersysteem van Israël — door een verbondsmaaltijd te beschrijven. Tijdens deze maaltijd verteert goddelijk vuur op wonderbaarlijke wijze het offer dat op het altaar is geplaatst, waardoor de overweldigende glorie van de Heer wordt geopenbaard. Aangezien dit vuur van wonderbaarlijke oorsprong was, moest Israël het voortdurend brandend houden. Het was het vuur waarmee de dagelijkse ochtend- en avondoffers in de tempel werden gebracht:
En nadat Aäron de zonde-, brand- en vredeoffers had opgedragen, strekte hij zijn handen uit over het volk en zegende het. Daarna daalde hij af. Nu gingen Moses en Aäron de openbaringstent binnen. En zodra zij weer naar buiten waren gekomen en het volk hadden gezegend, verscheen aan heel het volk de heerlijkheid van Jahweh.
En een vuur schoot uit het aanschijn van Jahweh, dat het brandoffer met de vette stukken op het altaar verteerde. Toen het ganse volk dat zag, brak het los in gejubel en viel op zijn aangezicht neer.
De maaltijd die in Rechters 6 wordt beschreven, is geenszins een vreemd of sjamanistisch ritueel, maar een hernieuwing van de verbondsmaaltijd uit het Oude Testament. Het wonderbaarlijke vuur waarmee God de offers van Gideon verteert, toont zijn wonderbaarlijke aanwezigheid en bevestigt de sluiting van het verbond. Zodra de maaltijd op wonderbaarlijke wijze is verteerd, verdwijnt God, aangezien zijn voortdurende aanwezigheid nu wordt gegarandeerd door het hernieuwde verbond en het sacrale vuur.

Het Avondmaal, Emmaüs en de mis

Dit alles vormt de achtergrond van Christus’ handelingen in Lucas 24. Net als het offer dat Gideon bracht in Rechters 6, of Mozes en Aäron in Leviticus 9, biedt ook Jezus een geritualiseerde maaltijd aan. De twee discipelen nodigen Jezus uit om bij hen te blijven als hun gast, maar in een verrassende wending wordt de gast de gastheer van de maaltijd. En in het Evangelie van Lucas gebeuren er belangrijke dingen aan tafel met de Heer.
Jezus neemt het brood, zegent en breekt het, en geeft het aan hen. Deze vier werkwoorden, die bijbelwetenschapper R. Allen Culpepper “het kenmerk van Jezus” noemt, herhalen dezelfde handelingen van Jezus bij het Laatste Avondmaal.
Dat de viervoudige handeling van Christus met het brood herinnert aan het Avondmaal is essentieel. In Emmaüs zien we alleen de handeling van de Heer. Het Avondmaal geeft ons echter ook zijn woorden:
Toen nam Hij brood, sprak een dankgebed uit, brak het, gaf het hun, en sprak: Dit is mijn lichaam, dat voor u wordt overgeleverd; doet dit tot mijne gedachtenis. Zo ook de kelk, na het avondmaal; en Hij sprak: Deze kelk is het Nieuwe Verbond in mijn bloed, dat voor u wordt vergoten. (Lucas 22:19-20).
Het Avondmaal maakt expliciet wat in Emmaüs onuitgesproken blijft. Christus heeft een nieuw verbond gesloten, niet met het bloed van stieren en bokken, maar met zijn eigen Bloed. Zowel het Avondmaal als Emmaüs wijzen naar Golgotha – het Avondmaal vooraf, Emmaüs ter nagedachtenis, precies zoals Hij gebood.
Dat wil zeggen, het Avondmaal kan worden herhaald. En in die herhaling wordt het nieuwe verbond herdacht. Waarom kan het worden herhaald? Omdat het “de handtekening van Jezus” draagt, waardoor het brood en de wijn zijn Lichaam en Bloed worden, geofferd op Golgotha en toch aanwezig gemaakt als waar voedsel en drank in de nieuwe sacrale maaltijd, de Mis. De eucharistie garandeert dat het Laatste Avondmaal, het kruis en de herhaalde herdenkingsmaaltijd in Emmaüs op de een of andere manier allemaal dezelfde gebeurtenis zijn, aangezien hetzelfde lichaam dat aan het kruis werd geofferd zowel aanwezig is als sacramenteel wordt geofferd bij het breken van het brood, de eucharistie.
Net zoals bij de hernieuwing van het verbond met Gideon de Here God verdwijnt wanneer het vuur het offer verteert, zo verdwijnt ook hier Christus op het moment dat de eucharistie wordt geofferd. De eucharistie wordt het eeuwigdurende teken, het sacrament, van het nieuwe verbond, waardoor zijn ware en herrezen aanwezigheid voor altijd aan zijn Kerk wordt gegarandeerd.
De weg naar Emmaüs helpt ons de Verrezen Heer te herkennen als aanwezig in de eucharistie. In die zin heeft de episode een apologetisch doel: het uitleggen hoe wij, die de Heer niet met onze ogen hebben gezien, toch toegang hebben tot het leven van zijn verrijzenis. De weg naar Emmaüs belichaamt als het ware de woorden van Christus in de toespraak over het Brood des Levens in het Evangelie van Johannes: “Ik ben het levend brood, dat uit de hemel is neergedaald; zo iemand eet van dit brood, zal hij in eeuwigheid leven. En het brood, dat Ik zal geven, is mijn vlees voor het leven der wereld.” (Joh. 6:51).
In deze zin legt de heilige Thomas van Aquino uit dat de eucharistie Christus onzichtbaar bevat, opdat ons geloof mag groeien en bloeien. De eucharistie helpt ons geloof, zegt de heilige Thomas, omdat:
Het behoort tot de volmaaktheid van het geloof, dat zowel Zijn menselijkheid als Zijn Godheid betreft, volgens Johannes 14:1: Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. En aangezien het geloof betrekking heeft op het onzichtbare, toont Christus ons, net zoals Hij ons Zijn Godheid onzichtbaar toont, ook in dit sacrament Zijn vlees op een onzichtbare manier.
En hoe zit het met het sacrale vuur dat op wonderbaarlijke wijze de offers van Mozes, Aäron en Gideon verteerde? Het vuur van het nieuwe verbond wordt door de Heilige Geest in onze harten uitgestort (zie Romeinen 5:5).
Net zoals Jezus in Lucas 12:49-50 aankondigde dat Hij was gekomen om vuur op aarde te ontsteken, zo worden nu de harten van de twee discipelen ontstoken. “Toen zeiden zij tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet in ons, toen Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften opende?’” (Lucas 24:32).
Ze keren haastig terug naar Jeruzalem om te verkondigen wat vandaag de dag nog steeds voor ons geldt bij de viering van elke mis: dat de Verrezen Heer zich aan hen openbaarde “bij het breken van het brood” (Lucas 24:35).


 
 


Pater Michael Johns is priester van het bisdom Little Rock, Arkansas.

Bron: https://www.ncregister.com/commentaries/why-does-jesus-vanish-at-emmaus dd 23 mei 2026

Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)



4,0 (1)

Beoordeel aub deze post.


Categorieën: ,

Volg EWTN.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!