Abdij van Boulaur biedt een origineel recept voor monastieke heropleving

27 augustus 2026 – Deze gemeenschap van cisterciënzerzusters in de Gers, in het zuidwesten van Frankrijk, laat zich inspireren door de natuur. Foto: met dank aan de abdij van Boulaur |

 
 

Solène Tadié Features 23 augustus 2026

Na de start van een ambitieus landbouwproject dat zowel een gezonde bodem als de gezondheid van de ziel vooropstelt, trekken deze cisterciënzerzusters allerlei soorten zoekenden naar een plek van ontmoeting – geïnspireerd door de natuur – tussen het klooster en de buitenwereld.

 

In de natuur eindigt de rand van een bos niet abrupt, alsof hij wordt afgesneden door een trottoir of een muur. Hij wordt dunner, opent zich en laat meer licht door totdat hij een open plek bereikt, waar iets onverwachts gebeurt. Deze overgangszone wordt zelf rijker aan plantengroei dan zowel het bos als het veld waaraan het grenst. Hetzelfde geldt waar een rivier zijn oever raakt, of waar een koraalrif plaatsmaakt voor open water. Ecologen noemen deze tussengebieden ‘ecotonen’. Paradoxaal genoeg behoren ze tot de dichtstbevolkte omgevingen in de natuur — en onder de juiste omstandigheden kunnen ze helpen om de ecosystemen aan weerszijden weer te bevolken.

Het is dit door de natuur geïnspireerde concept dat een gemeenschap van cisterciënzer nonnen in de Gers, in het zuidwesten van Frankrijk, heeft gekozen om haar eigen roeping in de wereld te beschrijven. En het biedt een treffend voorbeeld van hoe deze biologische realiteit kan worden vertaald naar het menselijke en spirituele leven.

De boerderij van de abdij van Boulaur is een soort regionaal fenomeen geworden. Foto: met dank aan de abdij van Boulaur |

 

Hoewel de geschiedenis ervan eeuwen teruggaat, begon de gemeenschap van de abdij van Boulaur in 2020 internationale aandacht te trekken, toen zij begon aan het ambitieuze project van de herbouw van een cisterciënzerboerderij — een zelfvoorzienende kloosterboerderij naar het voorbeeld van de boerderijen die op het hoogtepunt van de middeleeuwse expansie van de cisterciënzerorde als bloeiende ondernemingen over Europa verspreid lagen.

Sindsdien is de boerderij een soort regionaal fenomeen geworden, dat de aandacht trekt van voedingsonderzoekers, een golf van jonge stagiaires in de landbouw en ambachten, en een klein leger van lokale ambachtslieden die er nu net zo op rekenen als de boerderij op hen rekent.

Twee werelden met elkaar verbinden

De abdij zelf heeft een rijke en bewogen geschiedenis. Opgericht in de 12e eeuw als een Fontevrist-priorij, werd het tijdens de Franse Revolutie staatsbezit gemaakt, een decennium later teruggegeven en ging opnieuw verloren onder de Franse wet van 1905 die kerk en staat scheidde. Het klooster lag in puin toen een groep cisterciënzer nonnen er in 1949 arriveerde. Hun gemeenschap bleef drie decennia lang klein, totdat er in de jaren tachtig een stroom aan roepingen op gang kwam. Tegenwoordig is het een van de meest bloeiende kloostergemeenschappen in Europa.

Het idee van de ecotone ontstond bij de gemeenschap tijdens het ontwerpen van de ontvangstruimte, die de kloostergang met de buitenwereld verbindt. De nonnen hadden zich gerealiseerd dat ze het niet eens konden worden over waar precies de ingang van hun klooster zich bevond, aangezien er vijf verschillende deuren als mogelijke opties in aanmerking kwamen. „We begrepen dat we een duidelijke, uniforme ingang nodig hadden, een ruimte om bezoekers te verwelkomen“, vertelde zuster Claire, die verantwoordelijk is voor de rondleidingen in de abdij, aan de Register.

Geïnspireerd door de ecotonen in de natuur creëerden de nonnen een tussenruimte tussen de buitenwereld en het klooster, die nu een deel van het abdijterrein vormgeeft. Deze ruimte omvat een overdekte markthal, gebouwd in de stijl van de oude boerderijgebouwen uit de regio, een kleine kapel gewijd aan de Dienares Gods Claire de Castelbajac (1953-1975) – een jonge vrouw uit de streek die op 21-jarige leeftijd in geur van heiligheid stierf en daar begraven ligt – en een fontein omringd door zuilen die doen denken aan een kloostergang. De nonnen noemen het nu simpelweg de „Ecotone“.

De ‘ecotone’ van de nonnen. Foto: met dank aan de abdij van Boulaur |

 

“Ons doel was juist om die bijzondere contactzone tussen het kloosterleven en het leven daarbuiten te creëren”, aldus zuster Diane, die toezicht hield op de recente bouwprojecten van de abdij. “De natuur laat ons zien hoe we op de meest vruchtbare manier contact kunnen hebben tussen twee verschillende werelden — in een echte uitwisseling van leven.”

Bezoekers kunnen op hun gemak rondkijken tussen de kaas, jam, patés en andere kloosterproducten in de winkel van de abdij, aan het water gaan zitten, of verder lopen naar de kerk en de verblijven van de nonnen. ‘Mensen weten niet per se hoe ze met een klooster moeten omgaan’, zei zuster Diane. ‘Maar ze weten wel hoe ze een winkel moeten gebruiken.’

In de natuur, zo merkte zuster Diane op, kan een ecotoon niet met geweld in een bepaalde vorm worden gedwongen; het ontstaat juist op organische wijze, afgestemd op de behoeften van de soorten die er leven. „Als ik voor de andere soort beslis, verpest ik alles“, zei ze. Hetzelfde geldt volgens haar hier: de nonnen kunnen de ruimte inrichten, maar ze kunnen niet dicteren wat erbinnen gebeurt, of wie er blijft hangen, of hoe lang. Wat ze wel kunnen doen, is ervoor zorgen dat de grens tussen de twee werelden poreus genoeg is om iets te laten oversteken.

De schoonheid van de natuur ontmoet de schoonheid van het geloof. Foto: met dank aan de abdij van Boulaur |

 

Deze doorlaatbaarheid komt tot uiting in de mensen die in het gastenverblijf verblijven. In de loop van één week kunnen de nonnen een priester, een seminarist of een non aantreffen die hier uitrust, en jonge bekeerlingen die hun roeping verkennen, naast een gepensioneerde die een leven lang ver van God heeft geleefd en nu pas aanvoelt wat er ontbrak. Anderen komen om redenen die helemaal niets met geloof te maken hebben – of het nu boeren, agronomen (plant- en bodemwetenschappers) of ingenieursstudenten zijn die nieuwsgierig zijn naar het model dat de nonnen hebben gebouwd.

Een aloude geloofstraditie verwelkomt de landbouwliefhebbers en wetenschappelijke zoekers die naar het klooster komen. Foto: met dank aan de abdij van Boulaur |

 

Een positieve keten

Sinds 2020 hebben de nonnen hun kudde van Alpine Brown- en Jersey-koeien uitgebreid, een melk- en kaasmakerij gebouwd die via een melkleiding rechtstreeks met de stal is verbonden, en wat ooit drassig, ongewenst land was — het soort land dat middeleeuwse cisterciënzers als specialiteit hadden om in te polderen — omgevormd tot een werkende boerderij met ongeveer 50 dieren.

De nonnen houden koeien in hun klooster. Foto: met dank aan de abdij van Boulaur |

 

De reputatie van deze boerderij heeft de aandacht getrokken van Pierre Weill, een landbouwingenieur die medeoprichter was van het label Bleu Blanc Cœur, een Franse certificering die landbouwpraktijken erkent die de voedingskwaliteit van voedsel verbeteren. Nadat hij monsters van de melk en kaas van de nonnen vier keer had getest, vertelde hij de overste van de gemeenschap, moeder Emmanuelle, dat hun kaas vier keer zoveel omega-3 vetzuren bevatte als een standaardkaas, waardoor deze ontstekingsremmend werkt en mogelijk helpt bij diabetes, kanker en neurodegeneratieve aandoeningen.

De wetenschap bevestigde iets waarvan de nonnen al overtuigd waren, zowel vanuit theologisch als agronomisch oogpunt. „Als we willen dat mensen gezond zijn, moet wat ze eten gezond zijn“, legde zuster Constance, die toezicht houdt op de boerderij, uit. „De dieren die het hebben geproduceerd, moeten gezond zijn. De grond waarop het voedsel is gegroeid, moet gezond zijn.“ Een koe die op gezonde weiden graast, vervolgde ze, neemt de natuurlijke afweermechanismen van de planten op in haar melk – en uiteindelijk ook in de kaas die de klanten in de winkel kopen. „We kunnen niet prediken dat de natuur goed is, en dat God haar goed heeft gemaakt, als we er steeds chemische middelen aan toevoegen omdat we hebben besloten dat ze niet goed genoeg is.”

Die overtuiging heeft inmiddels geleid tot een samenwerking met het Franse nationale landbouwonderzoeksinstituut (INRAE) om oude, glutenarme tarwesoorten te verbouwen – einkorn, boekweit, rogge – die de nonnen tot meel malen en doorgeven aan lokale ambachtslieden die er bier, pasta en gebak van maken, dat vervolgens onder de naam Boulaur in de abdijwinkel wordt verkocht.

In een regio die de nonnen omschrijven als economisch kwetsbaar, is deze regeling uitgegroeid tot een kleine economie op zich – boeren, molenaars en ambachtslieden die met elkaar verbonden zijn door grondstoffen die hun oorsprong vinden in de grond die de nonnen bewerken.

Voor moeder Emmanuelle is deze voor alle partijen voordelige cyclus een direct en bewust resultaat van het Ecotone-project. De ambachtslieden die zich rond de abdij verzamelen, zijn niet louter leveranciers; hun werk wordt gedurende het hele proces gewaardeerd, net zoals de grondstoffen van de abdij aan waarde winnen door het vakmanschap van de ambachtslieden. „Dit zorgt voor een harmonieus geven en nemen“, zei ze. „En in deze ecotone ontstaan uiteindelijk uitmuntende eindproducten die voortkomen uit deze ontmoeting tussen twee werelden.“

Deskundigen uit de voedingsindustrie hebben dit al opgemerkt, evenals een aantal andere kloosters, waaronder enkele in de VS, waar de nonnen nauw contact onderhouden met de cisterciënzers van de Our Lady of Dallas Abbey in Irving, Texas. Zuster Diane ziet dit als een reis die nog steeds vorm krijgt, in een tijd van ingrijpende veranderingen in de kloosterwereld, het gemeenschapsleven en de relatie tot consumptie in het Westen.

Het gebed vormt de basis van deze gemeenschap van nonnen. Foto: met dank aan de abdij van Boulaur |

 

„We weten niet precies waar deze intuïties ons heen zullen leiden“, zei ze. „We zien gewoon dat er deuren opengaan en veelbelovende wegen vorm krijgen. En we weten dat de Heer daar op ons wacht. We weten niet waar Hij ons naartoe leidt, maar we zijn hier om Zijn roeping te beantwoorden.“

HOE KUNT U DE MISSIE STEUNEN

De gemeenschap is online, evenals op Facebook en Instagram.

 
 

Solène Tadié is de Europa-correspondent voor EWTN News. Als Frans-Zwitserse journaliste, die tussen Rome en Boedapest woont, doet ze al enkele jaren verslag van religieuze, politieke en culturele aangelegenheden in heel Europa. Eerder werkte ze op de cultuurrubriek van L’Osservatore Romano, het Italiaanstalige dagblad van het Vaticaan. Naast haar verslaggeving treedt ze regelmatig op als spreekster en moderator op internationale conferenties over belangrijke maatschappelijke en beschavingskwesties. Ze is de auteur van een binnenkort te verschijnen boek met interviews met kardinaal Péter Erdő, Le Royaume et le monde (Cerf, 2026), en werkt momenteel aan een boek over de vernieuwing van het katholieke geloof in Europa, dat in 2027 in de VS zal verschijnen. Ze heeft een masterdiploma in journalistiek behaald aan de Universiteit Roma Tre (Italië) en een diploma in filosofie aan de Pauselijke Universiteit van Sint-Thomas van Aquino (Angelicum, Italië).

 
 

Bron: https://www.ncregister.com/features/boulaur-abbey-in-france-offers-original-recipe-for-monastic-revival dd 23 augustus 2026.

Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)



5,0 (1)

Beoordeel aub deze post.


Categorieën: ,

Dossier(s):

Volg EWTN.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!