Marcus-fragmenten na zeven eeuwen herenigd

26 september 026 – Een van de fragmenten van het manuscript uit de zesde eeuw dat als relikwie werd vereerd en wordt toegeschreven aan de evangelist Marcus. | Foto: Met dank aan Tseng Kuang Yi |

 
 

ACI Prensa – EWTN News – Victoria Cardiel |

 

De tentoonstelling „Het Evangelie van Marcus: Zeven eeuwen. Drie fragmenten. Eén Europees verhaal“ maakt het mogelijk om de originele manuscripten uit de zesde eeuw te bekijken die ooit als relikwieën werden vereerd.

 

Voor het eerst in zeven eeuwen heeft Aquileia, een stad in het noordoosten van Italië met een fascinerend verleden, de drie verspreide fragmenten van een manuscript uit de zesde eeuw herenigd dat eeuwenlang werd vereerd alsof het het Evangelie was dat door de heilige Marcus eigenhandig was geschreven.

De auteur van het evangelie dat zijn naam draagt, was de tolk en secretaris van de heilige Petrus. Hij volgde de apostel naar Rome, waar hij getuige was van diens prediking in de huizen van de eerste volgelingen van Christus, die het aandurfden zich te verzetten tegen de wetten van het Romeinse Rijk inzake godsdienst.

De heilige Marcus legde zorgvuldig elk moedig woord van die vroege catechese vast, en zijn aantekeningen werden een bron uit de eerste hand voor het verhaal van het leven van Jezus.

Tegenwoordig koestert Aquileia, een klein stadje met iets meer dan 3.000 inwoners, de nagedachtenis aan de heilige Marcus als stichter van een van de meest bloeiende christelijke gemeenschappen van de middeleeuwen.

De basiliek van Aquileia, waar het grootste en best bewaarde vroegchristelijke mozaïek van de westerse wereld te zien is. | Foto: met dank aan Tseng Kuang Yi

 

Na het Edict van Milaan in 313 n.Chr. werd de stad, gelegen op het kruispunt van Oost en West en fungeerend als brug tussen de mediterrane wereld en de Slavische cultuur, een centrum voor de verspreiding van het christendom naar Midden-Europa en de Balkan.

Tegen de vijfde eeuw was de stad zelfs geëerd met de titel van apostolische stad, en bekleedde de bisschop ervan de rang van patriarch. Dat voorrecht was uitsluitend voorbehouden aan bisdommen die hun oorsprong konden herleiden tot de prediking van een apostel.

„In de basiliek bewaren we buitengewone middeleeuwse fresco’s die de heilige Marcus afbeelden terwijl hij hier aankomt om de eerste christelijke gemeenschap van de stad te stichten. Daarom geloven wij dat hij werkelijk naar Aquileia is gekomen”, vertelde Anna Sairu, gids in Aquileia, aan ‘EWTN Noticias’, de Spaanstalige uitzending van EWTN News.

 

De codex die een relikwie werd

Een van de belangrijkste getuigen van deze traditie is de „Codex Forojuliensis“, ook bekend als het „Evangeliarium van Cividale“. Het manuscript uit de zesde eeuw, geschreven in unciaal schrift – het schrift dat voorbehouden was aan heilige teksten – bevatte oorspronkelijk alle vier de evangeliën in de Latijnse vertaling van de heilige Hiëronymus.

Wetenschappers zijn van mening dat het hoogstwaarschijnlijk in Ravenna, Italië, is vervaardigd. Van daaruit kwam het in de tweede helft van de negende eeuw in Aquileia terecht, waar het werd gewaarmerkt door de handtekening van Theodemar, patriarch van Aquileia.

De aanwezigheid van de codex versterkte de traditie die de heilige Marcus in verband bracht met de evangelisatie van de regio. Het belang ervan werd zo groot dat de Synode van Mantua in 827 de kerkelijke suprematie van Aquileia over Grado erkende.

Venetië keek met argwaan naar het groeiende religieuze prestige van zijn buurstad. Slechts een jaar later, in 828, brachten Venetiaanse kooplieden de aan de evangelist toegeschreven relikwieën vanuit Alexandrië naar de stad aan de lagune. Hiermee verwierf „De Meest Serene Republiek“ van Venetië een beschermheilige van apostolische rang en versterkte zij de religieuze en politieke fundamenten van haar macht.

 

Het gefragmenteerde evangelie

Tussen de 12e en 13e eeuw werden de zeven katern — gevouwen vellen papier die tot boekjes waren genaaid — met het Evangelie van Marcus gescheiden van de rest van de codex, afzonderlijk opnieuw ingebonden en voorzien van een gedetailleerde vergulde zilveren band, waardoor het boek veranderde in een voorwerp van verering dat leek op een reliekschrijn.

Vanaf dat moment werd het manuscript niet langer beschouwd als louter een oud exemplaar, maar als een eigenhandig geschreven manuscript van de heilige Marcus zelf. Middeleeuwse inventarissen van de patriarchale schatkamer van Aquileia weerspiegelen dit geloof.

“Het evangelie raakte versnipperd toen het werd verwijderd uit het evangelieboek dat alle vier de evangeliën bevatte, en werd vervolgens beschouwd als een eigenhandig geschreven manuscript van de evangelist zelf. Dit hangt samen met de overlevering dat de heilige Marcus deze regio van Italië, Aquileia, en het omliggende gebied evangeliseerde. In de 12e en 13e eeuw kreeg het Evangelie van Marcus een eigen leven en werd het beschouwd als een buitengewone relikwie”, vertelde Cristiano Tiussi, directeur van de Aquileia Foundation en curator van de tentoonstelling, aan „EWTN Noticias“.

 

De keizer die een stukje van de heilige Marcus wilde

De faam van het vermeende authentieke Evangelie van de heilige Marcus verspreidde zich snel over Europa. In 1354, op weg naar Rome om de keizerskroon in ontvangst te nemen, maakte Karel IV van Luxemburg een tussenstop in Aquileia. Zijn halfbroer, Nicolaas van Luxemburg, was daar destijds patriarch.

Een vergulde zilveren omslag die ertoe bijdroeg dat de middeleeuwse Codex van het Evangelie van de heilige Marcus werd omgevormd tot een voorwerp van verering, vergelijkbaar met een reliekschrijn. | Foto: Victoria Cardiel/EWTN News |

 

De keizer verzocht om een deel van het vereerde manuscript en ontving twee van de zeven katernen waaruit het Evangelie van Marcus bestond. Die bladzijden werden naar Praag gebracht, waar ze in de Sint-Vituskathedraal werden ondergebracht naast de relikwieën van de heilige Wenceslaus. In de loop der eeuwen groeiden ze uit tot het oudste geschreven document dat in Tsjechische bibliotheken bewaard is gebleven.

De tentoonstelling toont zelfs de originele documenten waarin het verzoek van Karel IV aan de patriarch van Aquileia is vastgelegd.

„Het bezit van een deel van het Evangelie van Marcus betekende niet alleen het bezit van een religieuze relikwie, maar ook van een symbool van prestige, legitimiteit en macht“, merkte Tiussi op.

 

De verovering van Venetië

Het resterende deel van het manuscript bleef in Aquileia tot 30 mei 1420, toen doge Tommaso Mocenigo de stad veroverde. Venetië eiste vervolgens de overgebleven fragmenten op, met het argument dat ze thuishoorden naast het graf van de evangelist in de Basiliek van Sint-Marcus.

De overdracht ervan symboliseerde de definitieve opname van Aquileia in de Venetiaanse invloedssfeer.

Dit gebaar had ook een onmiskenbare politieke betekenis. Venetië had weliswaar al sinds 828 het beheer over het lichaam van de evangelist opgeëist, maar verwierf nu ook een deel van het manuscript waarvan volgens de overlevering werd aangenomen dat het door hemzelf was geschreven.

Hierdoor raakte het Evangelie van Marcus voorgoed verdeeld over de steden Cividale del Friuli, Venetië en Praag.

Voor het manuscript zelf bleken de gevolgen echter verwoestend. Vocht uit de Venetiaanse lagune beschadigde de pagina’s geleidelijk, totdat ze bijna onleesbaar werden. Tegenwoordig worden die overblijfselen bewaard in een reliekschap in de Schatkamer van Sint-Marcus.

Een van de fragmenten van het zesde-eeuwse manuscript dat als relikwie wordt vereerd en wordt toegeschreven aan de evangelist Sint-Marcus. | Foto: met dank aan Tseng Kuang Yi |

 

Een middeleeuws Facebook

De tentoonstelling biedt bezoekers een tweede verrassing. Voordat het manuscript werd ontmanteld, diende het als een Liber Vitae, oftewel „Boek des Levens“. Meer dan 1.500 namen werden op de pagina’s ingeschreven door mensen die in de gebeden van de kloostergemeenschap die de codex bewaarde, herdacht wilden worden.

„Dit is een van de kenmerken die dit evangelieboek uitzonderlijk maakt. In Italië kennen we slechts twee libri vitae uit de Karolingische tijd. Dit is er een van. Deze inscripties, geschreven in een ander handschrift dan het oorspronkelijke unciaal, waren aanvankelijk eenvoudige liturgische aantekeningen. Het zijn notities die tussen de zevende en achtste eeuw in het evangelieboek zijn geschreven en die aangeven welke passages tijdens bepaalde periodes van het jaar moesten worden voorgelezen, of die andere instructies gaven voor het liturgische gebruik van het boek”, aldus Luca Villa, een andere curator van de tentoonstelling.

Vanaf de tweede helft van de negende eeuw werden de namen van weldoeners, edelen, pelgrims en vooraanstaande bezoekers toegevoegd.

Onder hen bevonden zich zo opmerkelijke figuren als keizer Lodewijk II de Jongere en zijn vrouw Engelberga, de Moravische prins Svatopluk en gezanten uit het pas gekerstende Koninkrijk Bulgarije.

„Er zijn meer dan 1.500 belangrijke figuren die hun naam in het Evangelie hebben geschreven, niet louter om een spoor van zichzelf achter te laten, maar omdat zij geloofden dat zij daardoor zouden delen in de liturgische vieringen telkens wanneer het boek werd gebruikt in de kerk waar het werd bewaard“, vertelde Villa aan „EWTN Noticias“.

Voor historici bieden deze lijsten een buitengewoon kijkje in het middeleeuwse Europa. Ze onthullen een netwerk van contacten, pelgrimstochten en culturele uitwisselingen die verre regio’s met elkaar verbonden, eeuwen vóór de opkomst van moderne natiestaten.

 

Een Europees verhaal

Nu zijn, voor het eerst in ongeveer 700 jaar, de drie bewaard gebleven delen van het evangelie weer bijeengebracht.

Fresco van de heilige Marcus in de basiliek van Aquileia. | Foto: Victoria Cardiel/EWTN News |

 

De in Praag bewaarde katernen hebben Tsjechië voor het eerst verlaten. De in Venetië bewaarde fragmenten hebben de Basiliek van Sint-Marcus tijdelijk verlaten. Samen met de in Friuli bewaarde pagina’s reconstrueren ze een verhaal dat sinds de middeleeuwen gefragmenteerd was gebleven.

De Tsjechische curator Martina Dlabajová zei dat zij gelooft dat de hereniging ook de essentie van Europa symboliseert.

„Het mooie is dat, hoewel we erkennen dat elk fragment een andere geschiedenis heeft gehad en een andere weg heeft gevolgd, wij door ze samen te brengen ervoor hebben gekozen om die gedeelde geschiedenis te omarmen. Daarom spreekt de titel van de tentoonstelling van ‘Zeven eeuwen, drie fragmenten, één Europees verhaal’, omdat de drie fragmenten altijd deel hebben uitgemaakt van een gemeenschappelijk verhaal, en dat verhaal is een Europees verhaal”, legde ze uit.

“Ik wil ook graag benadrukken dat Europa zelf verschillen moet erkennen, moet accepteren dat er verschillende geschiedenissen bestaan, en moet begrijpen dat die verschillende geschiedenissen uit diverse landen onze gezamenlijke geschiedenis verrijken”, voegde ze eraan toe in een reactie aan “EWTN Noticias”.

Een informatiebrochure voor de tentoonstelling “Het Evangelie van Marcus: Zeven Eeuwen. Drie Fragmenten. Eén Europees Verhaal”, die tot 25 april 2027 voor bezoekers te bezichtigen is. | Foto: met dank aan Tseng Kuang Yi |

 

De tentoonstelling „Het Evangelie van Marcus: Zeven Eeuwen. Drie Fragmenten. Eén Europees Verhaal“ blijft tot en met april 2027 te bezichtigen. Vanwege de kwetsbaarheid van het perkament zijn er echter beperkingen nodig. De originele manuscripten zullen alleen tijdens de eerste zes weken van de tentoonstelling te zien zijn. Daarna worden ze vervangen door digitale reproducties in hoge resolutie.

Dit verslag is tot stand gekomen dankzij de steun van de Aquileia Foundation.

Dit artikel werd voor het eerst gepubliceerd door ACI Prensa, de Spaanstalige zusterdienst van EWTN News. Het is bewerkt door EWTN News English.

Bron: https://www.ewtnnews.com/vatican/fragments-of-medieval-gospel-of-st-mark-turned-relic-reunited-after-7-centuries dd 22 september 2026.

Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)



★ ★ ★ ★ ★
0,0 (0)

Beoordeel aub deze post.


Categorieën: ,

Dossier(s):

Volg EWTN.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!