Hoe de postconciliaire klassieker ‘BreadGrows in Winter’ onze tijd aanspreekt

27 juni 2026 – Ida Friederike Görres staat afgebeeld met de omslag van haar juist in het Engels vertaalde ‘Bread Grows in Winter’ | Foto: Ignatius Press |

 
 

NCRegister – Solène Tadié Boeken |

 

 

125 jaar na haar geboorte leest de essaybundel van Ida Friederike Görres die onlangs in het Engels is vertaald, volgens een van ’s werelds meest vooraanstaande deskundigen als een profetie.

Sommige boeken slagen er beter in dan andere om de essentie van een tijdperk te vatten. Nog zeldzamer zijn die boeken die, decennia later, een hernieuwde — zelfs profetische — weerklank krijgen.

Dat is in toenemende mate hoe lezers Bread Grows in Winter omschrijven[oorspronkelijke titel , Im Winter wächst das Brot. Er is nog geen Nederlandse vertaling. -red), een bundel essays en lezingen van de katholieke schrijfster Ida Friederike Görres (1901-1971). Het is oorspronkelijk geschreven in Görres’ moedertaal, het Duits, maar er is onlangs een Engelse uitgave verschenen bij Ignatius Press, met een vertaling van Jennifer Bryson en een voorwoord van bisschop Erik Varden van Trondheim.

De teksten in deze bundel, geschreven tussen 1967 en 1970, tijdens de onrust die volgde op het Tweede Vaticaans Concilie, gaan in op thema’s die ook vandaag de dag nog herkenbaar zijn: van polarisatie binnen de Kerk, theologische verwarring en wantrouwen jegens het gezag tot liturgische omwentelingen en de angst onder veel katholieken dat het christendom zelf zijn fundamenten aan het verliezen was.

Voor Hanna-Barbara Gerl-Falkovitz, een van de bekendste katholieke filosofen van Duitsland, winnaar van de Ratzingerprijs 2021 en algemeen beschouwd als de belangrijkste interpretator van het werk van Görres, is de sfeer waarin Bread Grows in Winter werd geschreven essentieel om te begrijpen waarom het boek vandaag de dag zo sterk resoneert.

 

Turbulente jaren na Vaticanum II

„Natuurlijk heerste er na het einde van het Tweede Vaticaans Concilie in 1965 een sterk gevoel van een nieuw begin”, vertelde Gerl-Falkovitz aan de Register. „Vooral de leken voelden zich aangemoedigd om ‘creatiever’ dan voorheen deel te nemen aan het leven van de Kerk, met name in de liturgie, en om nieuwe standpunten in te nemen, ook op moreel gebied.”

De discussies over de rol van vrouwen, gezag, seksualiteit en leer intensifieerden zich snel in de Duitstalige Kerk van die tijd. In 1968 braken er wijdverspreide protesten uit in Duitsland tegen de encycliek Humanae Vitae van paus Paulus VI, waarin de Kerk haar afwijzing van anticonceptie opnieuw bevestigde.

“Het gevoel van autonomie van het volwassen geweten, zelfs in tegenstelling tot de institutionele Kerk, was sterk”, aldus Gerl-Falkovitz.

Tegelijkertijd veranderde het revolutionaire klimaat van 1968 het Europese intellectuele leven in bredere zin. „De studentenopstanden van 1968, gebaseerd op marxistische theorieën, beschouwden het christendom als overbodig“, legde ze uit. „De generatie van 1968 vormde de linkse ondergrondse beweging in Europa voor de daaropvolgende decennia en drong snel door in de politiek en de wetgeving.“

Veel priesters verlieten destijds het ambt, en katholieke academies werden plaatsen van intense ideologische confrontaties. Theologische experimenten kwamen in een stroomversnelling, vooral in Duitsland en Nederland.

 

Van Würzburg naar synodaliteit

Volgens Gerl-Falkovitz begreep Görres al heel vroeg dat de crisis verder reikte dan kwesties van discipline of kerkbestuur.

“Er werd een snelle en duidelijk waarneembare theologische verandering in de katholieke leer, evenals in de morele leer, zichtbaar,” zei ze.

Ze wees in het bijzonder op de groeiende invloed van theologen en exegeten die traditionele leerstellingen in twijfel trokken. Hans Küng schreef tegen de pauselijke onfeilbaarheid, terwijl Herbert Haag het bestaan van de duivel betwistte en Eugen Drewermann de christologie reduceerde tot een nadruk op de „menselijkheid van Jezus“. Sommige exegeten interpreteerden de wonderen als onhistorisch, en Rudolf Bultmanns programma van „ontmythologisering“ van het Nieuwe Testament verspreidde zich op grote schaal.

„Görres zag de fundamenten wankelen, niet slechts afzonderlijke onderdelen”, zei Gerl-Falkovitz. „Het fundament dat op het spel stond, was niet de Kerk zelf, maar de christologie: de menselijkheid van Christus werd gescheiden van zijn goddelijkheid. Op de achtergrond stond een nieuw arianisme”, een verwijzing naar de vroege ketterij die de volledige goddelijkheid van Christus ontkende.

Tot de intellectuele bondgenoten van Görres behoorden Hans Urs von Balthasar en, vanaf 1968, Joseph Ratzinger, de toekomstige paus Benedictus XVI, die zo’n hoge dunk van haar had dat hij na haar dood haar lofrede zou schrijven. Hoewel Görres aanvankelijk dicht bij Karl Rahner stond, raakte ze van hem vervreemd naarmate het theologische landschap veranderde.

Deze debatten zouden niet eindigen met de Synode van Würzburg. Toen diezelfde kardinaal Ratzinger in 1981 tot prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer werd benoemd, zou hij jarenlang worstelen met precies die stromingen die Görres had gesignaleerd.

Een van de redenen waarom Bread Grows in Winter opnieuw de aandacht heeft getrokken, is dat veel van de spanningen die Görres beschreef, opnieuw de kop opsteken in hedendaagse debatten, met name in Duitsland. De Synode van Würzburg van 1970 – tijdens welke Görres op 15 mei 1971 overleed – had hier al op geanticipeerd.

„De Synode van Würzburg in 1970 had al alle eisen naar voren gebracht die de Synodale Weg in Duitsland vanaf 2021 ook zou stellen”, merkte Gerl-Falkovitz op, waarbij ze verwees naar de participatie van leken in het kerkbestuur, de afschaffing van het celibaat, het vrouwelijk diaconaat en morele autonomie.

„Het enige punt dat in 1970 ontbrak, was de erkenning van homoseksualiteit als ‘door God gewild’,” voegde ze eraan toe. „Dit onderwerp werd pas in 2021 tijdens het Synodale Pad toegevoegd.”

Een soortgelijke dynamiek had zich aan de andere kant van de grens afgespeeld: het Nederlands Pastoraal Concilie (1966-1970) stelde veel van dezelfde eisen en wordt algemeen beschouwd als een katalysator voor de dramatische ontkerstening van wat ooit een van de meest levendige katholieke samenlevingen van Europa was geweest.

 

Hoop zonder illusies

Dit is precies wat de stellingen van Görres volgens Gerl-Falkovitz zo profetisch maakt. “Ze voorzag een uittocht uit de Kerk, met name onder jongeren,” herinnerde ze zich, “vooral veroorzaakt door intellectuele dwalingen en morele ineenstortingen, aangewakkerd door de tijdgeest.”

Toch veranderde haar gevoeligheid voor het lijden van de Kerk nooit in sentimentaliteit, en verhardde haar helderheid nooit tot cynisme. Dezelfde vrouw die de crisis zo treffend onderkende, bleef altijd geloven in het vermogen van de Kerk tot vernieuwing.

Naast haar compromisloze diagnose van de crisis in de Kerk is het ook de mate van hoop die zij wist te wekken, waardoor Bread Grows in Winter nog steeds even actueel is als altijd.

“Zij stelde haar hoop op de gelovigen en hun gebedsleven; zij stelde haar hoop op de heiligen; zij stelde haar hoop op de levenskracht van de theologie,” aldus Gerl-Falkovitz. “Ze hoopte – nee, ze geloofde – in de onoverwinnelijke kracht van de Heer van de Kerk.”

Dit onwankelbare geloof in de Kerk van Rome komt het meest treffend tot uiting in deze beroemde passage uit het boek:

“Tijden van opbloei en verval wisselen elkaar voortdurend af – de lente, kaal en somber, maar barstensvol knoppen, wisselt af met de onvruchtbare, visueel adembenemende herfstpracht. Keer op keer gaat rijpheid over in schijnbare dood, en daaruit breekt nieuw leven open. De Kerk is de Feniks.”

Meer dan 50 jaar later blijft dit beeld resoneren en biedt het stof tot nadenken voor elke generatie die zich afvraagt of de Kerk zichzelf kan overleven.

Voor Gerl-Falkovitz is de belangrijkste les die uit het werk kan worden getrokken dat „elke generatie de Kerk opnieuw moet opeisen.” Maar deze taak, zo waarschuwde ze, vereist „een duidelijke christologie; evangelisatie; intellectuele leiders zoals [Romano] Guardini en Ratzinger; goede en heldere taal; plaatsen en gebedsgemeenschappen, met name aanbidding en de eucharistie …“ Want, zo concludeerde ze, „we mogen nooit uit het oog verliezen Wie we aanbidden.“

 
 

Solène Tadié Solène Tadié is de Europa-correspondente voor EWTN News. Als Frans-Zwitserse journaliste, die tussen Rome en Boedapest woont, doet zij al enkele jaren verslag van religieuze, politieke en culturele aangelegenheden in heel Europa. Eerder werkte zij op de cultuurrubriek van L’Osservatore Romano, het Italiaanstalige dagblad van het Vaticaan. Naast haar verslaggeving treedt ze regelmatig op als spreker en moderator op internationale conferenties over belangrijke maatschappelijke en beschavingskwesties. Ze is de auteur van een binnenkort te verschijnen boek met een uitgebreid interview met kardinaal Péter Erdő, Le Royaume et le monde (Cerf, 2026), en werkt momenteel aan een boek over de vernieuwing van het katholieke geloof in Europa, dat in 2027 in de VS zal verschijnen. Ze heeft een masterdiploma in journalistiek behaald aan de Universiteit Roma Tre (Italië) en een diploma in filosofie aan de Pauselijke Universiteit van Sint-Thomas van Aquino (Angelicum, Italië).

 
 

Bron: https://www.ncregister.com/interview/bread-grows-in-winter-speaks-to-our-time dd 22 juni 2026

Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)



5,0 (1)

Beoordeel aub deze post.


Categorieën: ,

Dossier(s):

Volg EWTN.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!