9 augustus 2026 – Jezuïetenpater Thomas Idergard houdt een preek. Foto: met dank aan pater Thomas Idergard |
Bryan Lawrence Gonsalves Interviews 4 augustus 2026
Hoewel hij een veelbelovende toekomst in de Zweedse politiek voor zich had, liet jezuïetenpater Thomas Idergard dit alles achter zich om zijn ware roeping als katholiek priester te volgen.
Thomas Idergard werd alom gezien als een rijzende ster in de Zweedse politiek. Op 26-jarige leeftijd was hij al nationaal voorzitter van de jeugdbond van de Gematigde Partij (Moderata samlingspartiet, een centrumrechtse, liberaal-conservatieve politieke partij in Zweden, -red.), een springplank die twee van zijn voorgangers uiteindelijk tot premier had gemaakt. Maar hij liet dat alles achter zich om een pad te volgen dat er uiteindelijk toe leidde dat hij jezuïetenpriester werd.
Het verhaal van pater Idergard kwam voor het eerst onder de aandacht van de Register via een verkiezingsgids die in april 2026 door het bisdom Stockholm werd gepubliceerd. Hij had de leiding gehad over de diocesane commissie die verantwoordelijk was voor het opstellen van de gids, wat aanleiding gaf tot een nadere blik op zijn reis van opkomend politicus naar katholieke bekeerling.
Maanden later stemde hij ermee in om over dat traject te praten. Wat gepland was als een interview van een uur, liep uit tot twee uur, terwijl pater Idergard elke vraag beantwoordde met een ontspannen glimlach en onverstoorbaar geduld, waarbij hij op natuurlijke wijze overschakelde van de politiek naar het verhaal van zijn bekering tot het katholieke geloof, en ten slotte naar zijn roeping tot het priesterschap.
Pater Idergard werd in 1969 geboren in het Zweedse stadje Arvidsjaur als zoon van ouders bij de Pinkstergemeente en groeide op in een gezin waar „geloof belangrijk was“. Toch voelde hij zich als jongen minder aangetrokken tot de pinksterdienst dan tot de liturgie van de Kerk van Zweden, een van de grootste lutherse denominaties in Europa. Zijn oom van vaderskant, een lutherse predikant die hem doopte en die later katholiek priester werd, wekte zijn interesse.
Nadat hij zijn oom de liturgie had zien vieren, „speelde“ de jonge Thomas thuis „priestertje“, compleet met een setje gewaden dat zijn ouders voor hem hadden gemaakt. „Ik hield preken en trad als het ware voor hen op“, herinnert hij zich.
Hoewel hij was opgegroeid in de pinkster- en lutherse tradities, trok met name het katholicisme de aandacht van de jongen. Tijdens de Koude Oorlog sprak paus Johannes Paulus II bijvoorbeeld tot zijn verbeelding als symbool van „morele helderheid in een zeer verdeelde en onrustige wereld“. Elke kerstavond, zodra het huis stil was geworden, bleef hij op om de middernachtmis uit het Vaticaan op de Zweedse televisie te bekijken. „Ik was gefascineerd”, zei hij. „Het was een vreugdevolle ervaring.”
Van politiek naar geloof
Hij groeide op in een arbeidersgezin, en politiek domineerde de gesprekken thuis, herinnert hij zich. Echter, pater Idergard legde uit dat politiek nooit draaide om sociale verbondenheid. „Het ging meer om kwesties en beleid“, zei hij.
Op zijn dertiende sloot hij zich aan bij de jongerenbeweging van de Gematigde Partij, aangetrokken door haar boodschap van vrijheid en onderwijshervorming. „Je moest opkomen voor vrijheid, democratie en gerechtigheid“, zei hij. „Ik was erg gedreven door gerechtigheid.“
Op zijn zeventiende werd hij onverwacht verkozen tot voorzitter van zijn regionale jongerenafdeling. Oudere leden betwijfelden of hij er klaar voor was. „ Iedereen zei: ‘Hij is te jong; dit kan een ramp worden’”, herinnerde hij zich. Toch bloeide de afdeling onder zijn leiding op. Op zijn negentiende zat hij in het nationale bestuur; op zijn eenentwintigste was hij nationaal vicevoorzitter.
Hij studeerde politieke wetenschappen en sociologie aan de universiteit en werd vervolgens naar Stockholm gehaald als speechschrijver en junioradviseur van de Zweedse minister van Industrie en Handel, nadat de centrumrechtse regering in 1991 aan de macht was gekomen. In 1995, op 26-jarige leeftijd, werd hij nationaal voorzitter van de Gematigde Jeugdbond en een van de rijzende sterren van de partij.

Thomas Idergard in de jaren negentig Foto: met dank aan Lars Epstein |
Maar hoe dichter hij bij de politieke macht kwam, hoe ongemakkelijker hij zich voelde met de persoon die hij aan het worden was.
“Stap voor stap werd ik door de Geest daaruit geleid,” zei hij. „Als dat niet was gebeurd, zou ik daar nog steeds ergens zitten als een cynisch parlementslid.” In 1998 nam hij ontslag, in de overtuiging dat de politiek „niet echt mijn roeping was.”
Een groot deel van de Zweedse media geloofde zijn ontslag niet. Hij was in de bloei van zijn leven, charismatisch, en zijn modelachtige uiterlijk werd gezien als een trekpleister voor kiezers; velen gingen ervan uit dat het ontslag gewoon een berekende zet was. “Ik had het imago van een rebel in politieke zin”, gaf pater Idergard toe.
Twee van zijn voorgangers als collega-voorzitters van de Gematigde Jeugdbond, Ulf Kristersson en Fredrik Reinfeldt, hadden al zitting gehad in het parlement, de Riksdag genaamd — beiden zouden later tot premier worden gekozen — en algemeen werd verwacht dat Idergard hetzelfde pad zou volgen, aangezien hij werd beschouwd als de toekomst van de Gematigde Partij.
In plaats daarvan stapte hij over naar het bedrijfsleven en de publieke sector: hij werd voorzitter van het PR-bureau United Minds, gevolgd door een periode bij de vrijemarkt-denktank Timbro en als stafchef van de Zweedse eurocampagne. Op televisie was hij een bekend gezicht geworden als politiek commentator. Uitnodigingen om terug te keren naar de politiek bleven maar komen. „Er werd me meerdere keren gevraagd of ik me kandidaat wilde stellen”, zei hij. „Ik heb altijd geweigerd.”
Zijn nieuwe professionele succes bracht hem echter geen rust. „Ik was iets vergeten“, zei hij. „Dat was mijn geloof.“ Ondanks erkenning en een actief sociaal leven voelde hij een leegte die hij niet van zich af kon schudden.
Het einde van een tien jaar durende relatie dreef hem in een periode van bezinning, vergeving en verzoening die hem terugbracht naar de lutherse kerk van zijn jeugd. Hij bleef niet langer tot in de vroege uurtjes op stap, en vrienden, verbaasd over het feit dat hij feesten al vroeg verliet, vroegen waar hij heen ging. „Ik ga morgen naar de kerk”, zei hij dan.
Voorheen beschouwde hij zichzelf nog steeds als christen, ook al was hij „meestal niet praktiserend”, zei hij.
Pater Idergard raakte ervan overtuigd dat de protestantse reformatie het christendom had afgesneden van zijn apostolische wortels en dat de katholieke Kerk, met haar zeven sacramenten, heiligen en continuïteit met de vroege Kerk, de volheid van het geloof bezat waarnaar hij op zoek was.
In het najaar van 2007 liep hij de door jezuïeten gerunde boekhandel van de Sint-Eugenia-parochie in Stockholm binnen, op zoek naar iets inhoudelijks om het katholieke geloof uit te leggen. De boekverkoopster reikte hem de Catechismus van de Katholieke Kerk aan. „Dat is een flink dik boek“, waarschuwde ze. „Kom maar op“, antwoordde hij.
Hij las het aan het zwembad tijdens een zakenreis naar de Canarische Eilanden, en tegen de tijd dat hij terugkeerde naar Zweden, had één overtuiging zich in hem vastgezet: „Ik moet katholiek worden.“
Roeping tot het priesterschap
Op een zondag schoof Idergard aan in de achterste kerkbank van de Sint-Eugenia-parochie. Terwijl het zonlicht over het altaar viel, voelde hij iets onverwachts: „Kijk eens goed om je heen, want op een dag zul je hier dienstwerk doen, Thomas.“ Hij wuifde die gedachte meteen weg en zei tegen zichzelf: „Je bent de grootste zondaar van de stad.“
De gedachte dat hij misschien een roeping tot het priesterschap had, kwam in 2009 weer naar boven tijdens zijn laatste voorbereiding op zijn toetreding tot de Kerk. Zijn geestelijk begeleider, een jezuïet, adviseerde hem geduld te hebben en een ignatiaanse retraite te volgen. Terwijl andere kandidaten vertelden hoe het katholicisme hun leven als ouders, echtgenoten en professionals verdiepte, besefte Idergard dat zijn eigen gevoel anders lag. „Ik had het gevoel dat alles buiten de Kerk ‘van weinig waarde’ was,” zei hij. „Wat we hier hadden ontdekt – de sacramenten, de gemeenschap met God – was voor het eeuwige leven.”
Die retraite bleek doorslaggevend. „Het zakenleven was niet mijn roeping,” besefte hij.
Drie jaar lang bleef hij in een periode van bezinning, studeerde filosofie terwijl hij parttime werkte en trok zich langzaam terug uit het openbare leven. Hij bezocht het noviciaat van de jezuïeten in Neurenberg, Duitsland, om te toetsen of de roeping die hij voelde oprecht was, en bracht vervolgens maanden door met het uitleggen van zijn beslissing aan vrienden voordat hij in 2012 aan de opleiding begon.
Hun reactie verraste hem. “Ze hadden gemerkt dat er iets met me was gebeurd nadat ik katholiek was geworden”, zei hij. „Voor hen was het katholiek worden de grotere verandering. Dat ik priester zou worden, werd bijna verwacht.”
Opvallender waren de gesprekken die daarop volgden. Vrienden die op het hoogtepunt van hun politieke en zakelijke succes stonden, bekenden dat ze zich gevangen voelden.
„Ik ben nooit vrij,” gaf een politicus toe. „Telkens als de minister belt, denk ik dat ik ontslagen word.” Een bedrijfsleider beschreef een soortgelijke angst die hij bij elke bestuursvergadering met zich meedroeg.

Thomas Idergard werd in 2017 in de Sint-Eugeniaskerk door kardinaal Anders Arborelius tot priester gewijd. Foto: met dank aan pater Thomas Idergard |
Het leven na de wijding
Vijf jaar nadat hij zijn opleiding bij de Sociëteit van Jezus was begonnen, werd pater Idergard op 30 september 2017 tot priester gewijd voor deze religieuze orde. Momenteel is hij voorzitter van de Commissie voor Gerechtigheid en Vrede van het katholieke bisdom Stockholm.
Door het sacramentele leven en de spirituele traditie van de Kerk heeft pater Idergard ontdekt wat hij „de instrumenten voor onthechting“ noemt: de discipline om los te laten wat niet blijvend is.
„Vrijheid is niet de autonomie van het moderne secularisme“, zei hij. „Vrijheid is je ware zelf worden. En dat kan nooit een eigen constructie zijn. Het moet verband houden met je Schepper.“
Op de vraag of hij de politieke en media-aandacht wel eens mist, antwoordde hij eenvoudig: „Helemaal niet.“ Het was altijd slechts een middel geweest, zei hij, nooit iets dat op zichzelf waarde had.

Jezuïet pater Thomas Idergard houdt een toespraak. Foto: met dank aan pater Thomas Idergard |
Die overtuiging vormt de basis voor de waarschuwing die hij nu geeft aan jonge mensen die succes najagen. De moderne cultuur belooft vrijheid door middel van erkenning, rijkdom en invloed, zo stelt hij, maar laat mensen vaak gebonden achter aan juist die dingen waarvan ze hoopten dat ze hen zouden bevrijden. Onder verwijzing naar de overpeinzing van bisschop Robert Barron over de zin van Bob Dylan, You’ve got to serve somebody, zegt pater Idergard dat de echte vraag niet is of we dienen, maar wie. „We zijn geschapen om te dienen“, zei hij.
Ware vrijheid is volgens hem niet het vermogen om elke wens te volgen, maar om de persoon te worden waarvoor men geschapen is. „Als roem het doel is,” zei hij, „zullen de zaken ernstig ontsporen, want het kan om iets gaan wat je niet wilt, en het zal verdwijnen, en dan heb je niets meer.”

Bron: https://www.ncregister.com/interview/swedish-politician-now-jesuit-priest dd 4 augustus 2026.
Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)
Gerelateerd