De gevaarlijke terugreis voor christelijke gemeenschappen in Zuid-Libanon

14 september 2026 – Een door de oorlog beschadigde weg die naar christelijke dorpen in Zuid-Libanon leidt. Foto: Romy Haber/ACI MENA |

 
 

ACI Mena – EWTN News – Romy Haber |

 

Omdat de gebruikelijke wegen beschadigd of onbegaanbaar zijn, moeten de inwoners in georganiseerde konvooien reizen via militaire controleposten en door door Israël bezet gebied – een beproeving die sommigen de ‘weg naar Golgotha’ noemen

 

Langs de zuidelijke grens van Libanon met Israël bevinden drie christelijke dorpen zich in de frontlinie van een oorlog die ze noch hebben gekozen, noch hebben gesteund.

Ain Ebel, Rmeich en Debl, in de omgeving bekend als de ‘Delta van Veerkracht’, zijn de laatste bewoonde christelijke dorpen in het grensgebied van Libanon. Sinds de gevechten tussen Israël en Hezbollah in 2024 escaleerden tot een volledige oorlog, hebben de inwoners te maken gehad met doden, verwoesting en een toenemend isolement van de rest van het land.

Tegenwoordig is zelfs de terugkeer naar huis een slopende tocht geworden. Omdat de gebruikelijke wegen beschadigd of ontoegankelijk zijn, moeten de inwoners in georganiseerde konvooien reizen via militaire controleposten en door Israëlisch bezet gebied, een beproeving die sommigen inmiddels de ‘weg naar Golgotha’ noemen.

Bijna dagelijks rijden konvooien naar de dorpen, meestal begeleid door Caritas en de Tijdelijke VN-macht in Libanon (UNIFIL). Ze vervoeren humanitaire hulp en bestaan doorgaans uit ongeveer 30 auto’s en vrachtwagens. Toch kan een reis die vroeger vanuit Beiroet ongeveer twee uur duurde, nu wel 12 uur of langer in beslag nemen.

De dag begint om ongeveer 5 uur ’s ochtends, en het konvooi bereikt de dorpen mogelijk pas na 18.00 uur. Een van de eerste haltes is een controlepunt van het Libanese leger, waar bewoners urenlang in hun voertuigen moeten blijven zitten. Ondertussen versterken het geluid van luchtaanvallen en het zicht op de inslagen op de omliggende heuvels de angst en spanning.

Het konvooi rijdt vervolgens over wegen die door door Israël bezet gebied lopen, waar Israëlische vlaggen langs de route wapperen. Bij Naqoura kunnen de bewoners de Middellandse Zee zien, waar ze geen toegang meer toe hebben, voordat er weer een wachttijd begint. Dit kan uren duren, waarbij het de passagiers verboden is hun voertuigen te verlaten, zelfs niet in de zomerse hitte.

Voertuigen op weg terug naar de christelijke dorpen in Zuid-Libanon. | Foto: Romy Haber/ACI MENA |

 

Op slechts enkele meters afstand zijn Israëlische soldaten te zien in gebouwen die zij hebben ingenomen, terwijl Israëlische militaire voertuigen langs het konvooi rijden. Veel inwoners omschrijven de ervaring als vernederend: ze bevinden zich in hun eigen land, maar moeten toch wachten op toestemming van een buitenlands leger om hun huizen te bereiken. Naarmate de uren verstrijken, blijft één vraag hangen: zal het konvooi toestemming krijgen om door te rijden, of zullen ze na een hele dag wachten gedwongen worden terug te keren naar Beiroet?

Als de toestemming uiteindelijk wordt verleend, begint de laatste etappe van de reis. Bewoners reizen over zwaar beschadigde wegen, langs verwoeste huizen en over routes waarvoor voertuigen nodig zijn die het moeilijke terrein aankunnen, voordat ze eindelijk hun dorpen bereiken.

Veel van degenen die de reis maken, zijn bejaard of ziek en waren gedwongen naar Beiroet te reizen voor medische behandeling. Sommigen ondergingen slechts enkele dagen eerder een operatie, maar moeten nu lange uren in een voertuig in de zon doorbrengen, soms zonder voldoende water of toegang tot een toilet.

Anderen reizen naar de hoofdstad voor de meest elementaire levensbehoeften. Zwangere vrouwen gaan naar Beiroet om te bevallen en maken vervolgens de moeilijke terugreis met hun pasgeboren baby’s, terwijl ouders reizen om hun kinderen in te schrijven aan universiteiten. De konvooien vervoeren vaak vee, waaronder varkens en runderen, waarvan sommige zijn gestorven nadat ze urenlang in de intense hitte waren vastgehouden.

Maroun Louka, een vader die met zijn vrouw en kinderen in een konvooi stond te wachten nadat een medisch noodgeval het gezin had gedwongen naar Beiroet te reizen, vertelde ACI MENA dat de ontberingen al vóór de reis zelf beginnen, met het registreren van namen en het wachten op goedkeuring.

„We lijden enorm”, zei hij. „Soms wachten we een hele week op goedkeuring om naar ons dorp terug te kunnen keren.”

„Mijn oom en mijn neef zijn omgekomen. Onze huizen zijn beschadigd, net als die van mijn broers“, vervolgde Louka. „Ik kan niet eens bij mijn olijfoliepers of mijn huis komen. Het leven is ontzettend zwaar en moeilijk.“

Toen hem werd gevraagd waarom hij vastbesloten was terug te keren, zei Louka dat zijn familie geen andere keuze had. “Onze ouders en grootouders zijn diep geworteld in dit dorp. Ze hebben hier hun leven doorgebracht, en sommigen zijn hier omgekomen en begraven. Kunnen wij het vandaag de dag zomaar verlaten? Nee. Het zou ontzettend moeilijk zijn om het achter te laten.”

Hoewel de reis de harde realiteit van oorlog en bezetting blootlegt, weerspiegelt ze ook het geloof, de kracht en de veerkracht van degenen die in deze dorpen blijven wonen.

Najib al-Amil, een priester in Rmeish, vertelde ACI MENA dat de Kerk een centrale rol heeft gespeeld bij het helpen van de bewoners om op hun land te blijven.

„Via onze preken hebben we de mensen aangemoedigd en hen in gebed geleid”, zei hij. „Elke dag baden we de rozenkrans en hielden we eucharistische aanbidding.”

De priesters moedigden parochiegroepen ook aan om actief te blijven door zieken te bezoeken, bij gezinnen langs te gaan en de armen en anderen in nood bij te staan.

Toen hem werd gevraagd hoe het Vaticaan de gemeenschap heeft gesteund, wees pater al-Amil op de aanwezigheid van aartsbisschop Paolo Borgia, de apostolische nuntius in Libanon, die hij “de heilige nuntius” noemt.

“Ondanks het gevaar, de aanvallen en de beschietingen bleef hij komen”, zei de priester. „Hij stond erop om ons hier te bereiken, bij de mensen te zitten, met hen te praten en de mis met ons te vieren.”

De veerkracht van deze gemeenschappen wordt ook geschraagd door katholieke organisaties die de materiële hulp bieden die gezinnen nodig hebben om in hun huizen te kunnen blijven.

Pater Samir Ghaoui, voorzitter van Caritas Libanon, zei dat er een duidelijk besluit was genomen door de Maronitische Kerk en de bredere katholieke Kerk om deze christelijke dorpen bij te staan en ervoor te zorgen dat in hun essentiële behoeften werd voorzien.

„Sinds het begin van de oorlog hebben we hen niet in de steek gelaten. Ons besluit was dat we elke christelijke huishouding zouden bijstaan die ervoor koos om in zijn huis en op zijn land te blijven. We zullen proberen alles te verstrekken wat ze nodig hebben“, zei pater Ghaoui. „Ze hebben het recht om in waardigheid in hun eigen huizen en met hun gezinnen te leven.“

Hij sprak de hoop uit dat de bewoners op een dag weer in staat zouden zijn om in hun eigen levensonderhoud te voorzien door middel van hun eigen werk.

“Maar zolang er oorlog is en zolang er nood is, zullen wij bij Caritas, in naam van de Kerk, aan hun zijde blijven staan”, zei hij. “Wat de moeilijkheden ook mogen zijn, we zullen een manier blijven vinden om hen te bereiken.”

 
 

Dit artikel werd voor het eerst gepubliceerd door ACI MENA, de Arabischtalige zusterdienst van EWTN News. Het is bewerkt door EWTN News English.

Bron: https://www.ewtnnews.com/world/middle-east/the-dangerous-journey-home-for-christian-communities-in-southern-lebanon dd 6 september 2026.

Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)



0,0 (0)

Beoordeel aub deze post.


Categorieën: ,

Dossier(s):

Volg EWTN.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!