De beste film aller tijden?

28 augustus 2026 – Originele filmposter van Howard Terpning voor de klassieker uit 1966. Foto: Columbia Pictures |

 
 

NCRegister – George Weigel |

 

1966 was een geweldig filmjaar en zes decennia later zijn de vijf films die het jaar daarop bij de 39e Academy Awards waren genomineerd voor ‘Beste Film’ nog steeds het bekijken waard: Alfie; A Man for All Seasons; The Russians Are Coming, the Russians Are Coming; The Sand Pebbles; en Who’s Afraid of Virginia Wolfe?

Die Oscaruitreiking van 1967 lijkt echter op een verre en andere planeet te hebben plaatsgevonden, lichtjaren verwijderd van de vulgaire ‘wokery’ die tegenwoordig de Oscar-avond domineert. Destijds was de show elegant, had het een goed tempo en werd het prachtig gepresenteerd door Bob Hope, gekleed in een witte stropdas.

Het meest memorabele moment vond plaats tijdens de uitreiking door Audrey Hepburn van de Oscar voor ‘Beste Film’, de dramatische finale van Hollywoods jaarlijkse viering van de film als kunst. Na een korte uitwisseling van complimenten met Hope noemde Hepburn de titels en producenten van de genomineerde films op, nam de envelop aan, las het kaartje dat erin zat, keek even omhoog naar de hemel — en kondigde vervolgens, met een tevreden glimlach, alsof haar gebeden waren verhoord, aan dat de winnaar A Man for All Seasons was.

Onlangs heb ik Fred Zinnemanns meeslepende verfilming van het toneelstuk van Robert Bolt voor minstens de zesde keer opnieuw bekeken en toen kwam de gedachte bij me op: is A Man for All Seasons de meest perfecte film die ooit is gemaakt? Alles aan deze film lijkt precies goed.

Bolts scenario houdt de vaart erin en benadrukt de cruciale momenten van het verhaal, zonder iets van belang uit het toneelstuk te verliezen. Iedereen in de cast is fantastisch, te beginnen met Paul Scofields Thomas More en verder met Wendy Hillers Alice More, Robert Shaws Hendrik VIII (de jonge renaissanceheld, niet de varkensachtige wellusteling van latere jaren), Orson Welles’ kardinaal Wolsey (de belichaming van een Kerk die verlamd is door haar alliantie met de staatsmacht), Nigel Davenports ruige hertog van Norfolk, Leo McKerns cynisch amorele Thomas Cromwell en John Hurts Richard Rich, gecorrumpeerd door intellectuele arrogantie en overmatige ambitie. Vanessa Redgraves wellustige cameo van 80 seconden als Anne Boleyn verwijst naar het trieste einde dat de vrouw te wachten stond voor wie koning Hendrik brak met de Kerk van Rome.

De cinematografie van Ted Moore is zowel prachtig als historisch accuraat; ik keek ooit uit het raam in de cel van More in de Tower of London en was onder de indruk van hoe slim Zinnemann en zijn cameraman dat uitzicht op de oever van de Theems gebruikten om de wisseling van de seizoenen tijdens de langdurige gevangenschap van Sir Thomas weer te geven. De muziek van Georges Delerue sluit goed aan bij het ritme van de film en geeft deze een authentieke renaissancesfeer.

Als er iets mis is in A Man for All Seasons, dan is het mij niet opgevallen.

Ik heb vaak bezwaar gemaakt tegen de poging van Bolt om, in het voorwoord dat hij schreef voor de paperbackuitgave van zijn toneelstuk uit 1962, zijn waardering voor More, een fervent katholiek, te rechtvaardigen tegenover zijn secularistische collega’s. In die verontschuldiging stelde de agnostische – bijna atheïstische – toneelschrijver Thomas More voor als een proto-existentialistische held: iemand die stierf ter verdediging van „een onvermurwbaar gevoel van eigenwaarde“, waartegen de dreiging van koning Hendrik ervoor zorgde dat ‘deze soepele, humoristische, bescheiden en verfijnde persoon verstijfde als metaal, [en] werd overmand door een volstrekt primitieve strengheid’ — een man ‘die niet meer te bewegen was dan een rots.’

Toch kon Bolt in zijn scenario niet om enkele uitgesproken katholieke feiten heen: dat de familie More samen bad; dat More, als theologisch onderlegd adviseur, Hendrik VIII hielp de titel ‘Verdediger van het Geloof’ te verwerven voor een boek waarin de zeven sacramenten tegen Maarten Luther werden verdedigd; en dat More tijdens zijn proces volhield dat het pausdom een door God ingestelde instelling was. Dan, aan het einde, bekent Bolts More dat hij sterft „als een goede dienaar van de koning, maar in de eerste plaats van God“ — de God „die iemand die zo blij is om naar Hem toe te gaan, niet zal afwijzen.“

In dat voorwoord geeft Robert Bolt toe dat hij bewondering koestert voor Albert Camus, die ik in sommige opzichten deel. Maar het is onmogelijk voor te stellen dat Camus’ laatste woorden die van More zouden weerspiegelen, mocht de Franse existentialistische schrijver onder vergelijkbare omstandigheden zijn gestorven. Door zijn 16e-eeuwse held op het schavot die regels in de mond te leggen, gaf Bolt daarmee stilzwijgend toe dat More dacht dat hij stierf voor de waarheid van Christus en het Evangelie, niet omdat hij, als een goede existentialist met een „onwrikbaar zelfbewustzijn“, niet anders kon.

Thomas More was een uiterst bekwame, gewetensvolle ambtenaar. Dat aspect van zijn leven komt in A Man for All Seasons nauwelijks aan bod; we zien daar wel hoe More tot Lord Chancellor van Engeland wordt benoemd, maar niet hoe hij dat hoge ambt uitoefent. Niettemin is het belangrijk om het voorbeeld van More vandaag de dag onder de aandacht te brengen, nu een openbaar ambt maar al te vaak een uitnodiging is tot podiumkunst (of juist tot slappe vertoningen). Dit suggereert dat A Man for All Seasons, dat in december 60 jaar oud wordt, in 2026 verplichte kost zou moeten zijn voor iedereen in de publieke dienst.

 
 
 

George Weigel George Weigel is vooraanstaand senior fellow en bekleedt de William E. Simon-leerstoel in katholieke studies aan het Ethics and Public Policy Center in Washington.

 
 

Bron: https://www.ncregister.com/commentaries/weigel-best-film-ever dd 26 augustus 2026.

Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)



0,0 (0)

Beoordeel aub deze post.


Categorieën: ,

Dossier(s):

Volg EWTN.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!