Het verborgen verhaal achter de migrantencrisis in Ceuta

10 augustus 2026 – Mensen verzamelen zich op 31 juli 2026 op een heuveltop vlakbij de plek waar de confrontaties plaatsvonden, in de buurt van Fnideq, aan de grens tussen Marokko en Spanje. Foto: Abdel Majid Bziouat / AFP via Getty Images |

 
 

NCRegister – Alberto M. Fernandez Commentaren |

 

COMMENTAAR: Ceuta laat zien hoe migratiestromen krachtige instrumenten voor politieke druk en manipulatie kunnen worden

 

De beelden gingen de hele wereld over en leidden tot discussies, memes en desinformatie. Duizenden, ja tienduizenden jonge mannen stroomden de Spaanse Afrikaanse stad Ceuta aan de Marokkaanse kust binnen. Het werd gepresenteerd of betwist als een verhaal over ongecontroleerde migratie, en de gebeurtenissen in Ceuta maken zeker deel uit van dat verhaal, maar er is veel meer aan de hand.

Ceuta en de andere Spaanse stad aan de Afrikaanse kust, Melilla, zijn geen „bezette gebieden“ — althans niet volgens het internationaal recht en de Verenigde Naties. Ze zijn nooit onderwerp geweest van debatten over dekolonisatie, en het Koninkrijk Marokko heeft ze historisch en juridisch — zij het met tegenzin — erkend als Spaans grondgebied.

Beide steden zijn historische overblijfselen van wat eeuwenlang een politieke, religieuze en demografische realiteit was. Er was een tijd dat er zowel politieke als religieuze eenheid bestond tussen de noordelijke en zuidelijke oevers van de Middellandse Zee. Die eenheid kwam eerst voort uit het Romeinse Rijk en vervolgens uit de katholieke Kerk.

De islamitische veroveringen van de achtste eeuw maakten een einde aan die eenheid, maar zelfs tot ver in de 20e eeuw woonden er tienduizenden katholieken van Latijnse (Spaanse, Italiaanse, Franse, Maltese) afkomst in vrede aan de Noord-Afrikaanse kust — in Oran, Algiers, Tunis, in delen van Libië en in Alexandrië, Egypte. Al deze bevolkingsgroepen werden in de 20e eeuw verdreven. Ze zijn gevlucht (uit Algerije) of werden verdreven (uit Tunesië, Libië en Egypte) door nationalistische regeringen. Alleen Ceuta en Melilla, die onder Spaans bestuur staan, zijn nog overgebleven als katholieke steden.

In heel Noord-Afrika zijn de fysieke overblijfselen te zien van deze eens zo diepgewortelde katholieke bevolking, vaak in de vorm van kerken die tot moskeeën zijn omgebouwd. Maar soms werden ze omgevormd tot scholen of politiebureaus, of mochten ze gewoon vervallen.

In Tunesië werd de imposante kathedraal van Sint-Lodewijk van Carthago (ingewijd in 1884) omgebouwd tot een concertzaal. In Port Said, Egypte, werd de Latijnse kathedraal uiteindelijk overgedragen aan de inheemse Koptisch-orthodoxe gemeenschap. Enkele gebouwen worden nog steeds voor katholieke doeleinden gebruikt.

In de voormalige Italiaanse wijk La Goulette in Tunis – waar actrice Claudia Cardinale opgroeide – staat de witgekalkte kerk van Sint-Augustinus en Sint-Fidele uit 1838, waar de mis in het Frans, Engels en Spaans wordt opgedragen. Het grootste deel van de kleine gemeente bestaat uit Afrikanen uit Sub-Sahara-Afrika die tijdelijk in Tunesië verblijven en proberen Europa te bereiken.

De Spaanse katholieke bevolking van Ceuta en Melilla (beide hebben elk ongeveer 80.000 inwoners en zijn nog steeds overwegend katholiek, hoewel de percentages dalen) is groter dan het aantal katholieken dat vandaag de dag in Marokko, Algerije, Tunesië en Libië samen woont. De toestroom van migranten naar Ceuta eind juli leidde tot de afgelasting van een week vol festiviteiten in augustus ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Afrika, de beschermheilige van de stad, wier 14e-eeuwse gotische beeld in 1421 door de Portugese prins Hendrik de Zeevaarder naar Ceuta werd gebracht. Hoewel de festiviteiten zijn afgelast, wordt nog steeds verwacht dat haar beeld op 5 augustus, haar feestdag, in een processie door de stad zal worden gedragen.

Het andere verborgen verhaal over de migrantencrisis in Ceuta – niet echt verborgen, maar wel schokkend en verontrustend – betreft de desinformatie. Er zijn koortsachtige onlinecampagnes geweest in verband met het incident, en niet in één richting maar in meerdere.

Eerst was er online coördinatie, via WhatsApp en Facebook, waarbij duizenden Marokkaanse jongeren werden aangemoedigd om de stad binnen te stromen. Of dit nu het werk was van de Marokkaanse regering, mensensmokkelbendes, islamistische tegenstanders van de Marokkaanse regering – of een combinatie daarvan – is nog steeds niet helemaal duidelijk. Spanje gaf officieel de schuld aan mensensmokkelbendes, anderen gaven Marokko de schuld, terwijl weer anderen wezen op het cynische pro-immigrantenbeleid van de linkse regering van Spanje.

De andere online campagne in verband met de gebeurtenissen in Ceuta, aangesticht door extreemlinks, sommige extreemrechtse nativisten en aanhangers van Iran en andere islamisten, had tot doel Israël en de Verenigde Staten, samen met Marokko, de schuld te geven. De complottheorie luidt dat de drie landen gekant zijn tegen het „pro-Palestijnse“ of „anti-imperialistische“ beleid van de Spaanse premier Pedro Sánchez en dat zij erop uit waren zijn regering ten val te brengen door massa’s migranten los te laten. Zowel de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi als de extreemlinkse Amerikaanse influencer Hasan Piker hebben deze lijn gevolgd, de eerste op voorzichtige wijze en de tweede openlijk. Met de opkomst van wereldwijd antisemitisme lijkt een antisemitische invalshoek op vrijwel elk onderwerp inmiddels routine te zijn geworden.

Hoewel het waar is dat sommige zeer actieve Israëli’s of joden in het Westen zich verkneukelden over de Spaanse situatie, heeft de Israëlische regering dat grotendeels niet gedaan. Israël werd wel geconfronteerd met het weinig eervolle schouwspel dat zijn ambassadeur in Madrid de onbeheerste opmerkingen van zijn ambassadeur bij de Verenigde Naties moest corrigeren. En natuurlijk is de toestroom van duizenden migranten naar Ceuta niets nieuws; het gebeurde al in 2021, toen meer dan 10.000 mensen binnen 24 uur de grens overstaken. Spanje, onder leiding van de socialisten, is over het algemeen niet erg enthousiast over grensbewaking, en het land heeft de welverdiende reputatie opgebouwd de „zwakke schakel“ te zijn in de Europese inspanningen om migratiestromen te beheersen.

En de uitdaging van de poreuze grenzen van Spanje beperkt zich niet tot Marokko. Meer dan 11.000 migranten zijn de afgelopen 18 maanden in kleine bootjes vanuit Algerije naar de Spaanse Balearen gekomen, terwijl nog eens duizenden, voornamelijk uit landen ten zuiden van de Sahara zoals Senegal en Mali, op de Canarische Eilanden zijn aangekomen. De Spaanse regering brengt de nieuwkomers onder in toeristenhotels en vervoert hen vervolgens naar het vasteland.

Recente pauselijke bezoeken aan Spanje en Lampedusa hebben de grote belangstelling van de Kerk voor de kwestie van migranten en hun behandeling onderstreept. Maar Ceuta laat ook zien hoe migratiestromen gemakkelijk als wapen kunnen worden ingezet – en dat ook daadwerkelijk worden – niet alleen door landen die ze faciliteren, maar ook door landen die ze opvangen, door cynische politici, en door natiestaten en kwaadwillende actoren die uit zijn op chaos en erop uit zijn hun tegenstanders op welke manier dan ook ten val te brengen.

Alberto M. Fernandez Alberto M. Fernandez is een voormalig Amerikaans diplomaat en medewerker bij EWTN News.

 
 

Bron: https://www.ncregister.com/commentaries/fernandez-ceuta-crisis dd 3 augustus 2026.

Vertaling: EWTN Lage Landen (HR).



0,0 (0)

Beoordeel aub deze post.


Categorieën: ,

Dossier(s):

Volg EWTN.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!