2 juli 2026 – ‘Sleutels’ . Foto: A.J. Olnes / Shutterstock |
NCRegister – Robert Klesko |
COMMENTAAR: De dreiging waarmee de Kerk wordt geconfronteerd, heeft niets te maken met liturgische voorkeuren, maar met iets wat ouder, mooier en veel kostbaarder is om te verliezen: de gemeenschap met Petrus.
Als oosters-katholieke diaken ben ik de eerste om toe te geven dat we onze liefde en waardering voor onze eenheid met Rome niet altijd even duidelijk laten zien.
Maar al te vaak bagatelliseren we onze eenheid en maken we grapjes over Rome als het ‘hoofdkantoor’, alsof we slechts een filiaal zijn van een grotere multinational. In gesprekken kunnen we snel de misstanden opsommen die we hebben ondergaan vanwege onze eenheid met Rome, maar we kunnen de voordelen (zowel praktisch als spiritueel) van onze gemeenschap met de Heilige Stoel niet benoemen. Dit is een verarming die we ons niet kunnen veroorloven — zeker niet nu.
Opnieuw zien we in de geschiedenis de dreiging van een schisma opdoemen. De bisschopswijdingen die de SSPX op 1 juli heeft gepland, zonder pauselijk mandaat, zijn geen canonieke formaliteit — ze zijn een wond aan het Lichaam van Christus. Ik heb dierbare vrienden die gevoed worden door de traditionele Latijnse mis, en ik begrijp die liefde. Als oosters-katholiek weet ik wat het betekent om een liturgische en theologische traditie te koesteren als de lucht die we inademen. Maar dit is ook waar: geen enkele liturgische traditie, hoe oud en mooi ook, is het waard om de gemeenschap die de Kerk is, te verbreken.
Wat hier op het spel staat, is de essentie zelf van de Kerk, geworteld niet in liturgische voorkeur maar in de woorden van Onze Heer zelf: „opdat zij allen één mogen zijn“ (Joh. 17:21). Als we niet onder woorden kunnen brengen waarom de eenheid met Rome ertoe doet – niet alleen juridisch, maar ook spiritueel – zullen we deze niet kunnen verdedigen wanneer ze wordt bedreigd. Dit is een poging om te herontdekken wat de eenheid met Rome werkelijk betekent, en wat we dreigen te verliezen.
In wezen betekent de eenheid met Rome drie dingen: bescherming, volheid en genezing. Deze drie facetten van de eenheid zijn geworteld in het hart van de Heer zelf voor zijn Kerk en worden bevestigd door het getuigenis van de kerkvaders en het kerkelijk leergezag.
Bescherming
De kerkvaders begrepen dat het de gemeenschap met Petrus is waardoor de kudde wordt behoed voor dwaling en verdeeldheid. Voor hen was eenheid geen bureaucratisch toezicht — het was pastorale zorg die verankerd was in de aard zelf van de Kerk. Dit bracht zowel theologische als spirituele voordelen met zich mee.
In de derde eeuw onderbouwde de heilige Cyprianus van Carthago de noodzaak van bisschoppelijke eenheid met de belofte van de Heer aan Petrus in zijn verhandeling Over de eenheid van de Kerk: „Zeker, ook de overige apostelen waren net als Petrus, begiftigd met een gelijkwaardig aandeel in zowel eer als macht; maar het begin gaat vanuit eenheid verder.” Voor Cyprianus was deze eenheid van het episcopaat met Petrus geen louter bureaucratische regeling — het was veiligheid en geborgenheid binnen de ark van de Kerk. Cyprianus was getuige van hoe zijn eigen Kerk door een schisma werd verscheurd en hij schreef vanuit die wond. Versnippering binnen de Kerk is een vijand van het welzijn van de zielen.
Volledigheid
Aan het einde van de tweede eeuw verzette de heilige Irenaeus van Lyon zich tegen de gnostici, die beweerden een superieure en verborgen traditie te bezitten die voor de meeste gelovigen ontoegankelijk was. Hij schrijft in Adversus Haereses III.3.2:
„Het is een noodzaak dat elke Kerk het eens is met deze Kerk [Rome], vanwege haar vooraanstaande gezag.” Elke bewering dat een andere groep in het bezit is van een „ware traditie” die Rome verloren heeft of verdoezeld heeft, druist in tegen de leer van Irenaeus. Men hoeft niet ver te zoeken om te zien dat dergelijke beweringen vandaag de dag nog steeds worden gedaan.
In het begin van de tweede eeuw schreef de heilige Ignatius van Antiochië zeven brieven aan zeven kerken op weg naar zijn martelaarschap. In zijn brief aan de Kerk van Rome verwees hij op beroemde wijze naar Rome als de Kerk die prokathemene tes agapes — “voorzit over de liefde”. Dat woord, agape, draagt een enorme lading. Ignatius is niet in de eerste plaats geïnteresseerd in het jurisdictioneel gezag van Rome. Hij wijst er veeleer op dat Rome het voorzitterschap bekleedt over het levensbloed zelf van het Lichaam van Christus — liefde. Zich losmaken van dat voorzitterschap betekent niet ontsnappen aan institutionele controle. Het betekent jezelf verwijderen uit het centrum van de naastenliefde van de Kerk, de plaats waar de liefde die het hele Lichaam bijeenhoudt het volst tot uitdrukking komt en wordt bewaakt.
Dit is geen onbeduidend detail; het staat centraal voor het welzijn van de zielen. In eenheid met Rome zijn, in liefde, betekent ondergedompeld zijn in de levensader van het Lichaam van Christus.
Genezing
De heilige Augustinus betoogt in Over de doop, tegen de donatisten dat sacramenten die weliswaar geldig zijn ontvangen, maar buiten de gemeenschap van de Kerk, geen genezing brengen — ze verdiepen de wonden juist. Hij schrijft:
Wat voor nut heeft het dan voor een mens dat hij een gezond geloof heeft, of misschien slechts de gezondheid in het sacrament van het geloof, wanneer de gezondheid van zijn naastenliefde teniet wordt gedaan door de dodelijke wond van het schisma, zodat door de ondergang daarvan de andere punten, die op zichzelf gezond waren, onder de besmetting van de dood worden gebracht?
Voor Augustinus zijn de deugdzaamheid in het geloof en de sacramentele integriteit, beoefend buiten de grenzen van de naastenliefde met de Kerk, niet doeltreffend voor genezing. Alleen een sacramentele levenswijze binnen de Kerk kan de genezing brengen die de sacramenten beogen.
De gave van de gemeenschap
De Kerkvaders schreven niet in vredige tijden. Zij schreven in tijden van martelaarschap, leerstellige verwarring, versnippering en maatschappelijke ineenstorting. Ondanks deze verschrikkelijke omstandigheden schreven zij allen in één richting — naar eenheid, naar naastenliefde en naar de genezing die alleen gemeenschap mogelijk maakt. Hun woorden en voorbeelden zijn geen museumstukken. Zij zijn juist het medicijn dat nu nodig is.
Oosterse katholieken weten iets van de prijs van afscheiding en de prijs van terugkeer. Onze eenwordingen met Rome waren nooit gemakkelijk. Zij werden bereikt door grote opoffering — door misverstanden, door druk, door het moeilijke werk van theologische verzoening. Toch hebben we geen spijt van dat werk. We betreuren alleen dat we niet altijd ten volle hebben gekoesterd wat het inhoudt. Eenheid met Petrus is deelname aan de liefde die het Lichaam van Christus bijeenhoudt — dezelfde liefde waar Ignatius op wees, en dezelfde naastenliefde die Augustinus het medicijn noemde voor de wond van het schisma.
Tegen degenen die de traditionele liturgie liefhebben, zeggen we dit met broederlijke tederheid: De traditie die jullie koesteren staat niet haaks op Rome. Ze hoort bij Rome, en Rome hoort bij haar. Wat op dit moment op het spel staat, is niet een liturgische voorkeur — het is iets ouder, mooier en veel kostbaarder om te verliezen. De barmhartigheid van God, zoals Augustinus ons herinnert, houdt nooit op te werken door de eenheid van de Kerk, zodat de gewonden kunnen komen en genezen worden. Die deur blijft open. Kom erdoorheen.

Robert Klesko Diaken Robert Klesko is theologisch adviseur bij EWTN, getrouwd met Aundrea en vader van vijf zonen en één dochter, en diaken in de Byzantijnse (Roetheense) Katholieke Kerk. Hij schrijft vanuit Irondale, Alabama.
Bron: https://www.ncregister.com/commentaries/klesko-theology-of-union dd 27 juni 2026.
Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)
Beoordeel aub deze post.
Categorieën: Merkstenen, Nieuws
Dossier(s): NCRegister, Sociëteit van Sint-Pius X (SSPX)
Gerelateerd