1 juli 2026 – Aartsbisschop Vincenzo Paglia is voormalig hoofd van de Pauselijke Academie voor het Leven. | foto: Daniel Ibáñez / EWTN News |
NCRegister – Larry Chapp Commentaren |
COMMENTAAR: Het voormalige hoofd van het Johannes Paulus II-Instituut zegt dat zijn hervormingen bedoeld waren om de natuurwet te heroverwegen en de ‘theologie vanuit de luie stoel’ te vervangen door een theologie die geworteld is in ‘de geschiedenis en het leven van mensen’.
Aartsbisschop Vincenzo Paglia — het voormalige hoofd van het Pauselijk Johannes Paulus II-Instituut voor Studies over Huwelijk en Gezin in Rome, en tot vorig jaar tevens het hoofd van de Pauselijke Academie voor het Leven — gaf onlangs een interview waarin hij openlijk toegaf dat een van zijn doelstellingen was om de moraaltheologie van de katholieke Kerk te veranderen.
Aartsbisschop Paglia zei dat hij afstand wilde nemen van de „leunstoel-theologie“, die gebaseerd is op de natuurwetsleer, en zich wilde richten op een nieuw paradigma dat zich concentreert op de levenservaringen van echte mensen in hun concrete omstandigheden.
Zijn opmerking over ‘leunstoel-theologie’ was een kritiek op de moraaltheologie, die volgens hem te academisch was geworden en los stond van de echte wereld van echte mensen. Deze kritiek was in de eerste plaats gericht tegen de voormalige theologen van het Johannes Paulus II-Instituut, die hij na zijn aantreden zonder de juiste academische procedure had ontslagen en vervangen door theologen die hun benadering evenzeer op de sociale wetenschappen als op de theologie zouden baseren.
In dit recentste interview spreekt hij met een brutale eerlijkheid over zijn uiteindelijke oogmerken. En hij heeft daarmee een diepgaande en belangrijke reactie uitgelokt van de voormalige voorzitter van het Instituut, mgr. Livio Melina, die ook tot de hoogleraren behoorde die aartsbisschop Paglia had ontslagen.
„Hij … heeft duidelijk gemaakt dat deze ingrepen bedoeld waren om een ingrijpende paradigmaverschuiving teweeg te brengen, waarvan hij – voor het eerst – expliciet erkende dat deze niet alleen de pastorale sfeer, maar ook de leerstellige sfeer raakte,” verklaarde mgr. Melina.
„Volgens Paglia hield deze ‘zeer ingrijpende’ hervorming bovenal een heroverweging in van het concept van de natuurwet zelf. Paglia beschuldigde het Johannes Paulus II-Instituut ervan een opvatting van de natuurwet te propageren die werd opgevat als een reeks onveranderlijke principes waaruit morele normen worden afgeleid. Hij stelde daarentegen voor dat de natuurwet moet worden gegrondvest op een voortdurend historisch onderscheidingsvermogen van subjectieve en culturele ervaring. Vanuit dit perspectief moet een ‘theologie binnen de geschiedenis en binnen het leven van mensen’ in de plaats komen van wat hij omschreef als de ‘leunstoel-theologie’ van het voormalige Instituut.”
Niets in dit „nieuwe“ debat verbaast mij. In 2022 publiceerde ik een artikel in de Register waarin ik betoogde dat de sleutel tot het begrijpen van het pontificaat van Franciscus lag in het focussen op voorgestelde veranderingen in de moraaltheologie. Mijn stelling was met name dat paus Franciscus een duidelijke voorkeur leek te hebben voor een soort moraaltheologie die velen „proportionalisme“ noemen.
Als bewijs hiervoor haalde ik zijn lof uit 2017 aan voor de proportionalistische moraaltheoloog Bernard Häring, die de paus voordroeg als een ‘model’ voor de ontwikkeling van de moraaltheologie. Hij benoemde ook een reeks priesters en prelaten in hoge ambten die zich in het openbaar afzijdig hielden van de leer van de Kerk, met name op het gebied van menselijke seksualiteit, en die pleitten voor een ‘paradigmaverschuiving’ in de moraaltheologie.
En de eigen dubbelzinnige uitspraken van de paus over de relatie tussen het geweten en de morele wet in hoofdstuk 8 van Amoris Laetitia geven nog meer gewicht aan het argument dat hij aan het peilen was hoe ingrijpende veranderingen door te voeren in de moraaltheologische benadering van de Kerk.
In veel opzichten doet de overkoepelende term ‘proportionalisme’ geen recht aan de paradigmaverschuiving waar meer liberale katholieke theologen naar streven. De term ‘proportionalisme’ impliceert dat het hier om een monolithisch denksysteem ging, met duidelijk overeengekomen principes, gedeeld door iedereen die onder deze overkoepelende term viel. Ik denk niet dat dat waar is, en ik denk bovendien dat de redenen hiervoor leerzaam zijn in het huidige debat.
Het is beter om de betreffende moraaltheologie te beschrijven als een poging om afstand te nemen van op de natuurwet gebaseerde vormen van morele redenering – met de nadruk op het morele object van de handeling als zodanig – en om te komen tot een model dat meer rekening houdt met de drijfveer van de betrokken persoon, de affectieve sfeer, het domein van onze subjectieve verlangens en neigingen, de menselijke psychologie en sociologie, en de beperkingen die aan onze inspanningen om het evangelie na te leven worden opgelegd door de concrete omstandigheden waarin we leven.
Sterker nog, het hele begrip van een objectief „moreel object” voor welke handeling dan ook wordt radicaal in twijfel getrokken. De verschuiving van een analyse van de verschillende doelen en bestemmingen van de menselijke natuur naar een focus op affectieve neigingen en concrete omstandigheden duidt op meer dan louter een verandering in pastorale gevoeligheid en geleidelijkheid. Zoals mgr. Melina opmerkt, duidt het op een verlangen om de leerstellingen van de Kerk bij de wortel te veranderen en te pleiten voor een nieuwe visie op de menselijke natuur.
Dit alles maakt deel uit van wat denkers als aartsbisschop Paglia een ‘wending naar de ervaring’ noemen, als het nieuwe fundament voor het bedrijven van moraaltheologie ‘van onderaf’ in plaats van ‘van bovenaf’. De laatstgenoemde benadering wordt bekritiseerd omdat ze te abstract, deductief en gericht op ‘onbuigzame’ principes zou zijn. Aan deze kritiek ligt de niet zo verborgen bewering ten grondslag dat de reden waarom we niet op onbuigzame en onveranderlijke morele wetten zouden moeten vertrouwen, is dat de menselijke natuur in de loop van de tijd verandert, en dat onze morele afwegingen daarom ook zouden moeten veranderen.
Het is een afkeer van een zogenaamd statisch en essentialistisch Aristotelisch/Thomistisch concept van de natuur – inclusief de menselijke natuur – en een beweging in de richting van een zogenaamd dynamischer natuurfilosofie, gegrondvest op de alomtegenwoordigheid van veranderlijkheid, verloop en historiciteit, die vervolgens ook als een geheel nieuwe metafysische visie wordt voorgesteld.
Het probleem voor aartsbisschop Paglia, zoals mgr. Melina duidelijk maakt, is dat dergelijke kritiek op de natuurwetsleer karikaturaal en oppervlakkig is. Aartsbisschop Paglia en zijn medestanders beginnen met het maken van een grove karikatuur van traditionele thomistische natuurwetsbeginselen, die volgens hen gebaseerd zouden zijn op verouderde klassieke opvattingen over de natuur als onveranderlijk, wat vervolgens wordt vertaald in statische morele wetten waaraan niemand kan voldoen. Aartsbisschop Paglia beweert vervolgens ten onrechte dat moderne theoretici van de natuurwet in de intellectuele traditie van Johannes Paulus II, zoals mgr. Melina en anderen van het JPII-Instituut, vastzitten in dit achterhaalde paradigma van een verstikkende onveranderlijkheid.
Een van de belangrijkste vorderingen in de op de natuurwet gebaseerde moraaltheologie is juist de uitbreiding van haar categorieën geweest, waarbij rekening wordt gehouden met subjectiviteit en historiciteit, en tegelijkertijd met de bevindingen van de moderne sociale wetenschappen. Hieruit blijkt dat de door aartsbisschop Paglia gewenste veranderingen in de moraaltheologie niets te maken hebben met het nuanceren van de moraaltheorie volgens de natuurwet, maar alles met een tout court verwerping van de onderliggende principes ervan.
En dat, mijn vrienden, is geen „paradigmaverschuiving”. Het is veeleer een postmoderne sloopkogel die bedoeld is om de morele normen van de Kerk te vernietigen en te vervangen door een mengelmoes van therapeutische clichés. Het is tevens de vernietiging van het domein van het humanum, voor zover het een cynische en bijna nihilistische opvatting vertegenwoordigt van het menselijk moreel handelen als niet veel meer dan een pastiche van vluchtige indrukken die door sentimentele gevoelens aan elkaar zijn geplakt.
Dit lijkt misschien een hoop academisch haarkloverij, maar het is in feite van enorme betekenis. In een bericht op het sociale platform X leverde bisschop Robert Barron zeer scherpe en indringende kritiek op het interview met aartsbisschop Paglia, waarbij hij verklaarde dat aartsbisschop Paglia nu duidelijk heeft gemaakt wat de meesten van ons al die tijd al vermoedden:
In een recent interview bevestigde aartsbisschop Vincenzo Paglia, voormalig grootkanselier van het Johannes Paulus II-Instituut voor Huwelijk en Gezinsleven, de ergste vermoedens die velen van ons hadden. Hij gaf toe dat de veranderingen die hij tijdens de jaren van paus Franciscus bij het Instituut doorvoerde, bedoeld waren om een ‘zeer ingrijpende’ hervorming van het idee van de natuurwet in gang te zetten. In plaats van absolute morele normen, gegrondvest op een scherp inzicht in de fundamentele goederen, stelden hij en zijn collega’s een morele theorie voor die geworteld is in een historisch onderscheidingsvermogen van subjectieve en culturele ervaringen – geen ‘leunstoel-theologie’, maar een theologie die ‘binnen de geschiedenis en binnen het leven van mensen’ functioneert. Dit is natuurlijk de taal van het trendy postmodernisme, en het is inderdaad gevaarlijk.
Het is inderdaad gevaarlijk. Bisschop Barron wijst er verder op dat als er niet zoiets bestaat als intrinsiek slechte daden, slavernij op een dag wellicht kan worden ‘rehabiliteerd’ als iets dat in bepaalde concrete omstandigheden moreel toelaatbaar is. Ik denk dat dit een goed punt is, aangezien niemand wil toegeven dat zijn of haar favoriete morele theorie de deur zou kunnen openen naar zaken als slavernij en genocide.
De vrees is natuurlijk dat het morele revisionisme van aartsbisschop Paglia en zijn medestanders de deur opent naar een gevaarlijk relativisme. Ik denk echter dat het duidelijk is dat het relativisme dat zij voor ogen hebben, betrekking heeft op kwesties die met seks te maken hebben, en niet veel meer dan dat. Wat zij willen, is de morele legitimering van echtscheiding en hertrouwen, anticonceptie, samenwonen en het homohuwelijk.
En uiteindelijk is hier helemaal niets nieuws aan. Het is gewoon weer een gnostische poging om ons lichaam als drager van sacramentele betekenis tot een trivialiteit te maken.

Larry Chapp Larry Chapp behaalde in 1994 zijn doctoraat in de theologie aan de Fordham University, met een specialisatie in de theologie van Hans Urs von Balthasar. Hij gaf twintig jaar lang les in theologie aan de DeSales University in de buurt van Allentown, Pennsylvania, voordat hij vervroegd met pensioen ging om samen met zijn vrouw Carmina en zijn vriend en voormalige student pater John Gribowich de Dorothy Day Catholic Worker Farm in de buurt van Wilkes-Barre, Pennsylvania, op te richten. Hij is auteur van vele artikelen en boeken en tevens de oprichter en hoofdauteur van de blog Gaudiumetspes22.com.
Bron: https://www.ncregister.com/commentaries/chapp-paglia-moral-theology-paradigm-shift dd 24 juni 2026.
Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)
Gerelateerd