14 juli 2026 – “De eed van La Fayette tijdens de Fête de la Fédération“, onbekende kunstenaar, ca. 1790-91, Musée Carvavalet, Parijs | Foto: publiek domein |
NCRegister – Solène Tadié Commentaren |
COMMENTAAR: Uit de ervaringen van Lafayette en andere veteranen van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog blijkt waarom velen de Franse Revolutie gingen zien als het tegenovergestelde van de vrijheid die zij aan de andere kant van de Atlantische Oceaan hadden verdedigd.
„De mensheid heeft haar doel bereikt. Vrijheid zal nooit meer zonder toevluchtsoord zijn.“
Toen de markies de Lafayette deze woorden in 1781 schreef, kort na de overwinning van het Continentale Leger bij Yorktown, geloofde hij dat hij getuige was geweest van een gebeurtenis die de rest van de wereld zou navolgen: een volk dat zich bevrijdde van tirannie om zichzelf te besturen zoals het altijd had gewenst.
Binnen een decennium zou deze Fransman gedwongen worden zijn vaderland te verlaten, dat zichzelf verscheurde in naam van uitgerekend die idealen die zijn voorbeeld had helpen inspireren, en zou hij jaren doorbrengen in een Oostenrijkse gevangenis.
De 250e verjaardag van de Amerikaanse onafhankelijkheid is een gelegenheid om de langdurige Frans-Amerikaanse vriendschap te vieren. Maar het is ook een kans om een vraag aan de orde te stellen die in officiële herdenkingen ontbreekt: waren de Amerikaanse en de Franse revoluties werkelijk gebeurtenissen van dezelfde aard, die alleen door tijd en geografie van elkaar werden gescheiden?
De mannen die beide revoluties meemaakten, wisten het antwoord. Veel van de Franse officieren die koning Lodewijk XVI over de Atlantische Oceaan had gestuurd om aan de zijde van de koloniale opstandelingen te vechten, bevonden zich aan de andere kant van de barricades toen in hun eigen land de revolutie uitbrak (1789-1799) — opgejaagd, gevangengezet en geëxecuteerd door een regime dat zichzelf uitriep tot de legitieme erfgenaam van de vrijheid waarvoor zij in Amerika hadden gevochten.
Politieke versus ideologische revoluties
„Mensen hebben het bij het verkeerde eind als ze de twee revoluties met elkaar vergelijken”, vertelde historicus Reynald Sécher, een van de meest vooraanstaande Franse deskundigen op het gebied van contrarevolutionaire bewegingen en auteur van A French Genocide: the Vendée, aan de Register. „De Amerikaanse Revolutie had als enig doel zich te bevrijden van het gezag van de koning van Engeland — een gezag dat bijna uitsluitend bestond uit fiscale verplichtingen. In wezen stelden de opstandelingen de aard van de samenleving niet ter discussie.”
Frankrijk was een heel ander verhaal, aldus Sécher.
„De revolutionairen hadden een specifiek programma”, legde hij uit, „dat bestond uit het vernietigen van de monarchie op basis van het goddelijke recht en de traditionele, geordende samenleving, om deze te vervangen door een nieuwe wereld, een nieuwe orde, een nieuwe mens.”
Hij stelde bovendien dat de Amerikaanse Revolutie politiek van aard was — gericht op het afscheiden van een verre kroon die haar bevoegdheden had overschreden — terwijl de Franse Revolutie puur ideologisch was. Volgens Sécher was het een project van fundamentele transformatie dat zich richtte op alles wat buiten haar controle lag, inclusief het geloof van gewone mensen.
De Civiele Grondwet van de Clerus, de systematische vervolging van verzetsgezinde priesters en de gedwongen ontkerstening van hele regio’s waren niet louter uitwassen van deze beweging, benadrukte Sécher, maar het logische gevolg ervan. Deze campagne tegen het katholieke geloof leidde ook tot de openbare executie van de 16 karmelietessen van Compiègne tijdens de Terreur in 1794, omdat zij weigerden afstand te doen van hun religieuze roeping.
Koning Lodewijk XVI was om redenen die niet zozeer filosofisch dan wel strategisch waren, in de oorlog in de Verenigde Staten betrokken geraakt; de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) had Frankrijk zijn eerste koloniale rijk gekost, en het steunen van de opstandelingen was een manier om af te rekenen met Engeland.
Maar wat de officieren die over de Atlantische Oceaan waren gestuurd, ontdekten, zou een blijvende indruk op hen achterlaten. Ze troffen een samenleving aan die naar autonomie streefde zonder echter de wereld waarin zij bestond op zijn kop te zetten. Kerken bleven actief en lokale instellingen behielden hun vitaliteit; ze speelden zelfs een sleutelrol in het onafhankelijkheidsproces. Het was deze ervaring van een ordelijke en diepgewortelde vrijheid die deze mannen mee naar huis namen. En juist dit stelde hen in staat om, toen het moment daar was, het tegenovergestelde te herkennen.
De mannen die het verschil kenden
Frankrijk sloot zich in 1778 officieel aan bij de Amerikaanse opstandelingen. Onder de officieren die samen met de Amerikanen werden ingezet, bevonden zich verschillende mannen die later leidende figuren zouden worden in het gewapende verzet tegen de Franse Revolutie. „In werkelijkheid”, merkte Sécher op, „verwierp de meerderheid van de officieren van de Franse Koninklijke Marine de revolutie in hun eigen land, wat leidde tot massale ontslagen en talrijke ballingschappen.”
Een van de meest veelzeggende voorbeelden van deze paradox is wellicht dat van Armand Tuffin de La Rouërie. Als edelman en persoonlijke vriend van generaal George Washington onderscheidde hij zich door in Amerika te vechten, waarmee hij een reputatie opbouwde als moedige bevelhebber.
„Als parlementslid en erfgenaam van een illustere familie was deze man een rebel die in opstand was gekomen tegen zijn eigen wereld – de wereld van de traditie – in naam van individuele en collectieve vrijheid“, legde Sécher uit. „Vanuit deze logica sloot hij zich aan bij de Amerikaanse opstandelingen.“
Maar zodra hij weer voet op zijn geboortegrond zette, drong de bittere realiteit tot hem door.
“Hij begreep onmiddellijk dat de aard van de revolutie die gaande was in strijd was met de natuurwet – en dat de enige ware garant en beschermer van deze natuurwet de koning was, de monarchie van goddelijk recht.”
Hij organiseerde het verzet in zijn geboortestreek Bretagne en stichtte een contrarevolutionaire beweging die bekend zou worden als de Chouannerie.
Een andere veteraan van de Amerikaanse veldtochten, François-Athanase de Charette de la Contrie, zou uitgroeien tot de meest iconische figuur van de contrarevolutie in de Vendée. In 1793 werd deze Franse marineofficier benaderd door boeren uit de Vendée om hun opstand te leiden tegen een republiek die hun kerken sloot en hun zonen in dienst nam. Het leger dat hij aanvoerde noemde zichzelf het Katholieke en Koninklijke Leger.
„Hij vocht niet uit nostalgie voor de monarchie“, benadrukte Sécher, „maar omdat het regime hem het meest geschikt leek om de natuurlijke rechten te verdedigen die door Christus, Sint-Thomas van Aquino en de Verklaring van de Rechten van de Mens waren vastgelegd. Dit is de paradox die zijn tijdgenoten maar moeilijk konden bevatten.“
Bij het Verdrag van La Jaunaye in 1795 waren de voorwaarden die hij voor de Vendéers wist te bedingen ondubbelzinnig: vrijheid van godsdienst en vrijstelling van dienstplicht — de verdediging van lokale rechten en individuele vrijheden tegen een revolutie die, naar zijn ervaring, synoniem stond voor ontkerstening, autoritaire centralisatie en dienstplicht die met geweld aan het platteland werd opgelegd. Hij werd in 1796 gevangengenomen en geëxecuteerd door de republikeinse autoriteiten.
Dit verhaal blijft in het collectieve bewustzijn van een deel van het land voortleven. In Puy-du-Fou, het beroemde historische themapark in de Vendée waar het epos van Charette elk jaar voor honderdduizenden bezoekers wordt nagespeeld, heeft Nicolas de Villiers — wiens vader Philippe, de oprichter van het park, zichzelf beschouwt als een erfgenaam van de strijders van de Witte Vendée — een certificaat aan de muur van zijn kantoor hangen waarin wordt bevestigd dat zijn familie tot de „Zonen van de Amerikaanse Revolutie“ behoort. Deze paradox heeft, zo lijkt het, nooit uitgelegd hoeven worden.
Het oordeel van Burke
Geen enkele tijdgenoot begreep al in 1790 duidelijker wat er op het spel stond dan Edmund Burke, een van de grootste denkers van zijn tijd. De Ierse staatsman en filosoof, die in het Britse parlement hartstochtelijk de Amerikaanse kolonisten had verdedigd – hoewel hij tegen hun volledige onafhankelijkheid was – was ontzet door wat hij in Frankrijk zag gebeuren; hij beschouwde de revolutie als het einde van de ridderlijkheid en het uitsterven van de glorie van Europa.
Zoals hij schreef in zijn pamflet „Reflections on the Revolution in France“, brachten de revolutionairen hun nageslacht in gevaar door, in tegenstelling tot de Amerikanen, de erfenis van hun voorouders niet te bewaren. Burke verwoordde op krachtige en onomstotelijke wijze wat figuren als La Rouërie en Charette al uit eigen ervaring ter plaatse hadden ingezien.
„Jullie zijn slecht begonnen“, schreef hij, „omdat jullie begonnen met het verachten van alles wat van jullie was. Jullie hebben jullie onderneming opgezet zonder kapitaal.“
Voor Burke werd vrijheid los van morele zelfbeheersing onvermijdelijk destructief: „Het is vastgelegd in de eeuwige orde der dingen dat mensen met een onbeheerste geest niet vrij kunnen zijn. Hun hartstochten smeden hun ketenen.“
Deze overwegingen zijn 250 jaar later nog even relevant als altijd.
Wat de Amerikaanse Revolutie onderscheidde van de Franse Revolutie was bovenal een opvatting over vrijheid die westerse samenlevingen nu gedwongen zijn opnieuw onder ogen te zien: het idee dat vrijheid zonder wortels, zonder erfgoed en zonder morele orde slechts een opmaat is naar tirannie.

Solène Tadié is de Europa-correspondente voor EWTN News.
Als Frans-Zwitserse journaliste, die tussen Rome en Boedapest woont, doet zij al enkele jaren verslag van religieuze, politieke en culturele aangelegenheden in heel Europa.
Eerder werkte zij op de cultuurrubriek van L’Osservatore Romano, het Italiaanstalige dagblad van het Vaticaan. Naast haar verslaggeving treedt ze regelmatig op als spreker en moderator op internationale conferenties over belangrijke maatschappelijke en beschavingskwesties. Ze is de auteur van een binnenkort te verschijnen boek met een uitgebreid interview met kardinaal Péter Erdő, Le Royaume et le monde (Cerf, 2026), en werkt momenteel aan een boek over de vernieuwing van het katholieke geloof in Europa, dat in 2027 in de VS zal verschijnen.
Ze heeft een masterdiploma in journalistiek behaald aan de Universiteit Roma Tre (Italië) en een diploma in filosofie aan de Pauselijke Universiteit van Sint-Thomas van Aquino (Angelicum, Italië).
Bron: https://www.ncregister.com/commentaries/tadie-american-revolution-and-french-revolution dd 2 juli 2026.
Vertaling: EWTN Lage Landen (HR)
Gerelateerd